Opgave 1 – Brew & Bean BV (30 punten)
Mevrouw Hannah Sørensen heeft de Deense nationaliteit en woont sinds enkele jaren met haar gezin in
Aarhus (Denemarken). Tussen Nederland en Denemarken geldt een belastingverdrag dat overeenkomt
met het OESO-Modelverdrag 2017.
Sørensen heeft een succesvolle formule ontwikkeld voor koffiebars en besluit haar activiteiten uit te
breiden naar Nederland. Daartoe richt zij Brew & Bean BV op, een naar Nederlands recht opgerichte
besloten vennootschap. Sørensen is enig aandeelhouder en bestuurder van de vennootschap. De
statutaire zetel van Brew & Bean BV bevindt zich in Amsterdam.
Hoewel de vennootschap naar Nederlands recht is opgericht, neemt Sørensen alle belangrijke
ondernemingsbeslissingen vanuit haar kantoor in Denemarken. Ook worden de strategische beslissingen,
financieringsbeslissingen en uitbreidingsplannen vanuit Denemarken genomen.
Brew & Bean BV exploiteert meerdere koffiebars in Nederland en Denemarken. De Nederlandse
vestigingen zijn winstgevend. De resultaten van de Deense activiteiten blijven daarbij achter.
1a. (6.0p)
Waar is Brew & Bean BV voor toepassing van de Nederlandse vennootschapsbelasting gevestigd?
Noem de relevante wettelijke bepalingen en motiveer uw antwoord.
1b. (6.0p)
Veronderstel dat Brew & Bean BV op grond van het nationale recht zowel inwoner van Nederland als
van Denemarken is. Waar is Brew & Bean BV voor toepassing van het belastingverdrag
Nederland–Denemarken gevestigd? Noem de relevante verdragsbepaling en motiveer uw antwoord.
Vervolg van de casus: Voor haar werkzaamheden als bestuurder van Brew & Bean BV ontvangt Sørensen
een jaarlijkse vergoeding van EUR 120.000. Zij verricht haar bestuurstaken hoofdzakelijk vanuit
Denemarken, waar zij onder meer bestuursvergaderingen voorbereidt en strategische beslissingen neemt.
Daarnaast bezoekt zij enkele malen per jaar de Nederlandse vestigingen van Brew & Bean BV. Voor
Nederlandse fiscale doeleinden kwalificeert de vergoeding als loon uit dienstbetrekking.
1c. (8.0p)
Nederland wenst belasting te heffen over de bestuurdersvergoeding van EUR 120.000 die Sørensen
van Brew & Bean BV ontvangt. Beoordeel of Nederland daartoe bevoegd is onder toepassing van het
belastingverdrag Nederland–Denemarken (OESO-model conform). Motiveer uw antwoord en vermeld,
waar relevant, de toepasselijke verdragsbepalingen.
Vervolg van de casus: In het jaar 2025 behaalt Brew & Bean BV met haar Nederlandse koffiebars een
winst van EUR 600.000. De Deense koffiebars zijn gedurende meerdere jaren verlieslatend geweest. Eind
2025 besluit Brew & Bean BV alle Deense vestigingen definitief te sluiten. Op dat moment staat nog EUR
250.000 aan in Denemarken onverrekende verliezen open. Deze verliezen gaan door de beëindiging van
de Deense activiteiten definitief verloren en kunnen naar Deens recht niet meer worden verrekend.
Mevrouw Sørensen stelt zich op het standpunt dat deze verliezen daarom in Nederland in aanmerking
moeten worden genomen.
1d. (10.0p)
, Beoordeel de juistheid van dit standpunt. Betrek in uw beantwoording zowel de Nederlandse
vennootschapsbelasting als het belastingverdrag Nederland–Denemarken. Motiveer uw antwoord en
vermeld, waar relevant, toepasselijke wet- en regelgeving en jurisprudentie.
Vraag 2 – Bifford Brocken (EU recht) (20 punten)
Bifford Brocken is een fotomodel. Hij woont in Amsterdam en heeft de Nederlandse nationaliteit. Eind 2021
gaat hij met pensioen. In 2024 verhuist hij naar Frankrijk, omdat hij wil genieten van het mooie weer en het
lekkere eten.
2a. (6.0p)
Heeft dhr. Brocken toegang tot de bescherming van de EU-verdragsvrijheden?
Vervolg van de casus: Bifford verveelt zich in Frankrijk en wil weer aan het werk gaan. Hij wil gaan werken
als een zogenoemde ZZP-er (“Zelfstandige Zonder Personeel”) om werkzaamheden te verrichten als
promotor/gastheer op beurzen en tentoonstellingen. Vooral bij de promotie van de beroemde Leerdammer
glaskunst denkt Bifford ingezet te kunnen worden. Bifford heeft in 2025 een opdracht gekregen in Madrid,
Spanje, van de Spaanse glasimporteur, Vaso S.L., een vennootschap naar Spaans recht opgericht.
Gedurende 5 dagen dient hij op de lokale beurs in Spanje de Leerdammer glaskunst te
presenteren/promoten. Daarvoor ontvangt hij een dagvergoeding van € 2.000. In totaal is Vaso S.L. aan
Bifford € 10.000 verschuldigd.
In Spanje geldt een bronheffing voor deze werkzaamheden/diensten die door buitenlandse
belastingplichtige ZZP-ers worden aangeboden. De bronheffing bedraagt 35% over het brutobedrag van
de vergoeding. Buitenlandse ZZP-er dienstverleners mogen geen kosten in aftrek brengen die voor de
dienstverlening zijn gemaakt. Vaso S.L. houdt derhalve (35% van € 10.000 is) € 3.500 in aan Spaanse
bronheffing. Bifford ontvangt op zijn bankrekening € 6.500. Binnenlandse ZZP-er dienstverleners zijn deze
bronheffing niet verschuldigd. Zij worden als binnenlandse belastingplichtigen in de Spaanse
inkomstenbelasting betrokken voor de netto-inkomsten. Spanje kent een zogenoemde flaktax: er is één
(vlak) tarief van 30%. Omdat de netto-inkomsten worden belast, mogen de binnenlandse
belastingplichtigen wel kosten in aftrek brengen, die zijn gemaakt om de inkomsten te verwerven.
Bifford heeft € 5.000 kosten gemaakt voor zijn dienstverlening in Madrid. Dit betreft reis- en verblijfkosten,
zoals de reis naar Madrid, de hotelkosten en kosten van eten. Bifford voelt zich gediscrimineerd. Een
binnenlandse belastingplichtigen zou maar (30% over (€ 10.000 bruto minus € 5.000 kosten) is) € 1.500
Spaanse belasting betalen.
2b. (14.0p)
Is een dergelijke fiscale handelswijze met de EU-verdragsvrijheden verenigbaar?
Opgave 3 – Dispariteit? (20 punten)
De heer Julien Morel heeft de nationaliteit van EU lidstaat X en woont in EU lidstaat X. Hij verricht
werkzaamheden in loondienst in EU lidstaat Y voor een werkgever in deze EU lidstaat.
Morel ontvangt een brutoloon van €50.000, dat in EU lidstaat X wordt belast tegen een tarief van 30%. Hij
betaalt aldus €15.000 belasting en houdt €35.000 nettoloon over. Onder het tussen EU lidstaat X en EU
lidstaat Y geldende belastingverdrag – op grond van een grensarbeidersregeling – is EU lidstaat X
bevoegd belasting te heffen over het door Morel genoten loon.
Op enig moment raakt de werkgever van Morel in EU lidstaat Y insolvent. Als gevolg daarvan maakt Morel
in EU lidstaat Y aanspraak op een zogeheten ‘insolvency benefit’, een socialezekerheidsuitkering naar het