Gerechtelijk recht
1 Algemene inleiding, bronnen en beginselen
1.1 Algemene inleiding
Gerechtelijk recht = de verzameling van rechtsregels die betrekking hebben op geschillenbeslech6ng en
conflictoplossing:
o Geschillenbeslech6ng:
o Burgers hebben een geschil, ze voeren een subjec6ef recht aan en dat gaat de rechter
een uitspraak hierover doen.
o Dit blijA wel de hoofdtaak: burgerlijk procesrecht
o Geschillen die hem door burgers/overheden beslecht
o Conflictoplossing:
o Oplossing van het conflict komt meer en meer als taak bij de rechter
Het omvat alle regels die bepalen hoe conflicten via de rechterlijke macht opgelost kunnen worden, met
als doel het voorkomen van eigenrich6ng.
ð Concreet betekent dit dat burgers zich niet zelf het recht mogen verschaffen; bij een geschil
moeten ze zich wenden tot de rechter, die het conflict zal beslechten op basis van de geldende
regels, of men kan proberen het onderliggende conflict zelf op te lossen.
Binnen het gerechtelijk recht ligt de focus vooral op het burgerlijk procesrecht. Het burgerlijk procesrecht
(BPR) vormt een onderdeel van het gerechtelijk recht, dat als koepel dient. Terwijl het BPR voornamelijk
de formele regels rond geschillenbeslech6ng regelt, behoort ook het conflictenrecht tot het bredere
geheel van het gerechtelijk recht.
Een goed func6onerend systeem van rechtsbedeling is cruciaal om eigenrich6ng tegen te gaan. Rechters
mogen geen rechtsweigering plegen, wat betekent dat zij niet mogen weigeren om een rechtspraak te
geven, ook als de regels niet volledig duidelijk zijn (art. 5 Ger. W.).
ð Indien een rechter zich schuldig maakt aan rechtsweigering, kan hij persoonlijk aansprakelijk
gesteld worden.
PRINCIPE: magistraten mogen geen poli6eke beslissingen nemen en geen keuze hebben in welke zaken ze
behandelen; eenmaal een zaak wordt voorgelegd, moet de rechter deze beslechten.
VOORBEELD: de situa1e bij het HvB Brussel in fiscale zaken: als een burger in het gelijk wordt gesteld
tegenover de fiscus, en de fiscus gaat in beroep, kan het soms 10 jaar duren voordat de zaak in beroep
wordt behandeld. Hoewel dit als een achterstand in de rechtbank kan worden gezien, valt dit niet onder
rechtsweigering. Rechtsweigering betekent immers dat een rechter geen toepasselijke rechtsregel vindt,
terwijl hier de vertraging te maken hee8 met organisatorische factoren en niet met de wil van de
rechter om geen recht te spreken.
1.1.1 Het burgerlijk procesrecht
Het burgerlijk procesrecht is:
o Publiek- en privaatrecht
o Dienend
o Formeel
o Gebiedend
, o Ethisch en sociaal
o Dynamisch
1.1.1.1 Publiek en- privaatrecht
Het burgerlijk procesrecht is een onderdeel van het gerechtelijk recht en combineert elementen van zowel
publiek- als privaatrecht.
DOEL: Het BPR heeA tot doel de beslech6ng van geschillen tussen burgers onderling of tussen burgers en
de overheid te regelen.
ð Hierbij worden zowel het par6jbelang (zoals het afdwingen van subjec6eve rechten, vrijheden en
belangen), als het algemeen belang (zoals het herstel van maatschappelijke rust) gediend.
Ä Dit duale karakter wordt ook benadrukt in het Verslag Van Reepinghen (Parl. St. Senaat
1963-64, nr. 60, 213), waar de rechterlijke func6e wordt omschreven als “l’œuvre
d’intérêt général qu’est celle de la jusBce”.
1.1.1.2 Dienend
Het BPR is dienend van aard. Het geeA burgers de mogelijkheid hun materiële rechten voor te leggen aan
de rechter, maar voorkomt dat zij zelf recht gaan spreken (eigenrich6ng).
Hierdoor wordt het recht toegankelijk gemaakt, terwijl de openbare dienst van rechtsbedeling
gewaarborgd blijA.
1.1.1.3 Formeel
Tegelijk is het BPR formeel van aard, met het oog op rechtszekerheid en legaliteit. Formeel recht betekent
hier NIET formalis6sch werken, maar regels hanteren die voorspelbaar zijn en de rechtszekerheid
versterken.
ð VOORBEELD: volgens art. 860 Ger. W. kan een proceshandeling enkel nie1g worden verklaard als
daarvoor een weKelijke basis bestaat. Dit garandeert dat rechters proceshandelingen niet
arbitrair ongeldig maken en dat het systeem van sanc1es gesloten blijM.
Daarnaast wordt in het BPR doelma6g formalisme toegepast.
ð Doelma6g formalisme = rechters moeten procesvoorschriAen interpreteren en toepassen in het
licht van hun beoogde finaliteit. Daarbij speelt propor6onaliteit een belangrijke rol.
Ä Als een regel geschonden wordt, onderzoekt de rechter eerst of het probleem kan
worden hersteld. Pas wanneer herstel NIET mogelijk is, kan nie6gheid worden
uitgesproken, zodat de sanc6e in verhouding staat tot de ernst van de overtreding
(VOORBEELD: art. 861 Ger. W.).
1.1.1.4 Gebiedend
Er zijn grada6es in verhouding tot de aard van het belang dat beschermd wordt:
o ‘Aanvullend’ (bv. ar6kel 624 Ger.W.)
o ‘Dwingend recht’ (bv. ar6kel 627 Ger.W.)
o ‘Openbare orde’ (bv. ar6kel 633 Ger.W.)
1.1.1.5 Ethisch EN sociaal
o Gelijkheid van proceskansen voor eenieder, zonder onderscheid des persoons.
o Klimaatrechtspraak
o Dame jus66a draagt een blinddoek: de regels zijn voor iedereen hetzelfde
1.1.1.6 Dynamisch
,Procesrecht voortdurend in evolu6e en onder invloed van maatschappelijke ideeën.
1.1.2 Alterna1eve conflictoplossing // ADR (alterna1ve dispute resolu1on – MARC (modes alterna1fs de
règlement de conflits)
Binnen het gerechtelijk recht vormt naast het BPR ook conflictoplossing een belangrijk onderdeel.
ó Conflictoplossing, vaak aangeduid als ADR (Alterna6ve Dispute Resolu6on) of in het
Frans MARC (Modes Alterna6fs de Règlement de Conflits), verschilt van geschillenbeslech6ng: een conflict
is een verschil van mening dat nog niet juridisch is geëscaleerd, terwijl een geschil een gejuridiseerd
verschil van mening is dat door de rechter of een andere instan6e kan worden beslecht.
ADR-methoden kunnen zowel geschillenbeslech6ng omvaien (bijvoorbeeld arbitrage)
als conflictoplossing(bijvoorbeeld bemiddeling). Ze kunnen plaatsvinden met of zonder beroep op een
derde par6j: bij arbitrage of bemiddeling wordt vaak een derde betrokken, terwijl bij collabora6eve
onderhandelingen par6jen zelf tot een oplossing proberen te komen.
Ø Bij arbitrage wordt het geschil beslecht door arbiters die GEEN overheidsrechters zijn, maar die
beslissen op basis van het recht. Dit is een vorm van buitengerechtelijke geschillenbeslech6ng,
waarbij par6jen vooraf een arbitrageclausule in hun contract opnemen (zoals in het voorbeeld
van de verkoop van aandelen van Omega Pharma).
o Arbitrage is dus juridisch gebonden aan rechtsregels, maar vindt buiten de reguliere
rechter om plaats (art. 1677, § 2 en art. 1710 Ger.W.).
Ø Bij bemiddeling helpt een onalankelijke, neutrale derde par6j (= de bemiddelaar) de par6jen het
conflict op te lossen.
o De bemiddelaar geeA GEEN juridisch advies en neemt geen standpunt in, maar herstelt
de dialoog tussen par6jen (art. 1723/1 Ger.W.).
o Hier is GEEN toepassing van het recht vereist; het draait volledig om vrijwillige
samenwerking van de par6jen.
o DUS er is een derde bij betrokken, geen standpunten en geen sugges6es want het is een
proces waarbij een erkend bemiddelaar onalankelijk, onpar6jdig en neutraal is, die gaan
de par6jen laten praten en belangen en behoeAen laten vertellen en dan HEN tot een
akkoord te laten komen. Zonder toepassing van het recht. Het is een facilitator =
conflictOPLOSSEND
Ø Collabora6eve onderhandelingen zijn een andere vorm van ADR waarbij par6jen zelf
onderhandelen, bijgestaan door een collabora6eve advocaat (art. 1738 Ger.W.).
, o De advocaat faciliteert het proces, maar de beslissingen liggen volledig bij de par6jen.
Deze methode legt hoge inzet op par6jen en advocaten, omdat mislukken betekent dat
het dossier moet worden overgedragen en de onderhandelingen opnieuw beginnen.
o DUS het is een advocaat met bijzondere opleiding, proces met onderhandelingen en ook
hier gaan de par6jen onderhandeling met doel een akkoord te bereiken =
conflictOPLOSSEND. Bij geen akkoord/mislukkend kan die nog naar de rechter gaan, en
dan een andere advocaat die in rechte gaat optreden
In bepaalde gevallen is ADR verplicht, bijvoorbeeld in sociale zaken voor de arbeidsrechtbank, waar eerst
een poging tot minnelijke schikking moet worden ondernomen (art. 734 Ger.W.), terwijl andere vormen
vrijwillig zijn (art. 1253ter/1, § 1 Ger.W.).
Het doel van ADR is vaak om een gejuridiseerd geschil terug te brengen tot een conflict, zodat par6jen zelf
een oplossing vinden voordat de zaak volledig juridisch wordt.
1.1.2.1 ADR is “the talk of the town”
De wetgever zet steeds sterker in op alterna6eve geschillenbeslech6ng, zoals blijkt uit diverse bepalingen
in het Gerechtelijk Wetboek (art. 444, tweede lid; art. 519, § 4; art. 730/1 en 731 Ger.W.). Het doel is
duidelijk: België heeA nood aan consensuele vormen van conflictoplossing die par6jen sneller en
efficiënter samenbrengen.
ð Toch waarschuwt R.H. de Bock in De toekomst van de civiele rechtspraak. Een pleidooi om de
rechter niet te ontlasten dat deze focus niet mag leiden tot het idee dat de rechtszoekende in de
rechtszaal niets meer te zoeken heeA.
Ä ADR mag het klassieke gerechtelijk systeem ondersteunen, maar niet volledig vervangen.
Sinds 2018 geldt voor advocaten een informa6e- en bevorderingsplicht: zij moeten hun cliënten
informeren over mogelijke alterna6eve procedures en hen, voor zover mogelijk, naar deze procedures
leiden.
ð Het gaat hierbij om een middelenverbintenis, waarbij de advocaat moet proberen de cliënt te
begeleiden, maar geen absoluut resultaat garandeert.
Daarnaast wordt ADR ins6tu6oneel versterkt: elk rechtscollege, inclusief de kamer voor minnelijke
schikking (MS) in eerste aanleg en de hoven van beroep, moet sinds 2025 een kamer voor MS hebben
(uitgezonderd poli6ezaken).
ð Hier wordt getracht par6jen te verzoenen door een schikkingsrechter. Hoewel de rechter geen
bemiddelaar is, kan hij par6jen wel aansporen om tot een verzoening te komen. De zipngen
gebeuren in raadkamer, zodat er geen openbaarheid is, en er bestaat een preconten6euze
mogelijkheid, waardoor par6jen een poging tot verzoening kunnen ondernemen nog voordat er
een procedure aanhangig is bij de rechtbank.
1.2 Bronnen
Er zijn verschillende bronnen:
o Grondwet
o Gerechtelijk wetboek
o Bijzondere weien
o RS
o RL
o Algemene rechtsbeginselen en gebruiken
o Interna6onale normen
1 Algemene inleiding, bronnen en beginselen
1.1 Algemene inleiding
Gerechtelijk recht = de verzameling van rechtsregels die betrekking hebben op geschillenbeslech6ng en
conflictoplossing:
o Geschillenbeslech6ng:
o Burgers hebben een geschil, ze voeren een subjec6ef recht aan en dat gaat de rechter
een uitspraak hierover doen.
o Dit blijA wel de hoofdtaak: burgerlijk procesrecht
o Geschillen die hem door burgers/overheden beslecht
o Conflictoplossing:
o Oplossing van het conflict komt meer en meer als taak bij de rechter
Het omvat alle regels die bepalen hoe conflicten via de rechterlijke macht opgelost kunnen worden, met
als doel het voorkomen van eigenrich6ng.
ð Concreet betekent dit dat burgers zich niet zelf het recht mogen verschaffen; bij een geschil
moeten ze zich wenden tot de rechter, die het conflict zal beslechten op basis van de geldende
regels, of men kan proberen het onderliggende conflict zelf op te lossen.
Binnen het gerechtelijk recht ligt de focus vooral op het burgerlijk procesrecht. Het burgerlijk procesrecht
(BPR) vormt een onderdeel van het gerechtelijk recht, dat als koepel dient. Terwijl het BPR voornamelijk
de formele regels rond geschillenbeslech6ng regelt, behoort ook het conflictenrecht tot het bredere
geheel van het gerechtelijk recht.
Een goed func6onerend systeem van rechtsbedeling is cruciaal om eigenrich6ng tegen te gaan. Rechters
mogen geen rechtsweigering plegen, wat betekent dat zij niet mogen weigeren om een rechtspraak te
geven, ook als de regels niet volledig duidelijk zijn (art. 5 Ger. W.).
ð Indien een rechter zich schuldig maakt aan rechtsweigering, kan hij persoonlijk aansprakelijk
gesteld worden.
PRINCIPE: magistraten mogen geen poli6eke beslissingen nemen en geen keuze hebben in welke zaken ze
behandelen; eenmaal een zaak wordt voorgelegd, moet de rechter deze beslechten.
VOORBEELD: de situa1e bij het HvB Brussel in fiscale zaken: als een burger in het gelijk wordt gesteld
tegenover de fiscus, en de fiscus gaat in beroep, kan het soms 10 jaar duren voordat de zaak in beroep
wordt behandeld. Hoewel dit als een achterstand in de rechtbank kan worden gezien, valt dit niet onder
rechtsweigering. Rechtsweigering betekent immers dat een rechter geen toepasselijke rechtsregel vindt,
terwijl hier de vertraging te maken hee8 met organisatorische factoren en niet met de wil van de
rechter om geen recht te spreken.
1.1.1 Het burgerlijk procesrecht
Het burgerlijk procesrecht is:
o Publiek- en privaatrecht
o Dienend
o Formeel
o Gebiedend
, o Ethisch en sociaal
o Dynamisch
1.1.1.1 Publiek en- privaatrecht
Het burgerlijk procesrecht is een onderdeel van het gerechtelijk recht en combineert elementen van zowel
publiek- als privaatrecht.
DOEL: Het BPR heeA tot doel de beslech6ng van geschillen tussen burgers onderling of tussen burgers en
de overheid te regelen.
ð Hierbij worden zowel het par6jbelang (zoals het afdwingen van subjec6eve rechten, vrijheden en
belangen), als het algemeen belang (zoals het herstel van maatschappelijke rust) gediend.
Ä Dit duale karakter wordt ook benadrukt in het Verslag Van Reepinghen (Parl. St. Senaat
1963-64, nr. 60, 213), waar de rechterlijke func6e wordt omschreven als “l’œuvre
d’intérêt général qu’est celle de la jusBce”.
1.1.1.2 Dienend
Het BPR is dienend van aard. Het geeA burgers de mogelijkheid hun materiële rechten voor te leggen aan
de rechter, maar voorkomt dat zij zelf recht gaan spreken (eigenrich6ng).
Hierdoor wordt het recht toegankelijk gemaakt, terwijl de openbare dienst van rechtsbedeling
gewaarborgd blijA.
1.1.1.3 Formeel
Tegelijk is het BPR formeel van aard, met het oog op rechtszekerheid en legaliteit. Formeel recht betekent
hier NIET formalis6sch werken, maar regels hanteren die voorspelbaar zijn en de rechtszekerheid
versterken.
ð VOORBEELD: volgens art. 860 Ger. W. kan een proceshandeling enkel nie1g worden verklaard als
daarvoor een weKelijke basis bestaat. Dit garandeert dat rechters proceshandelingen niet
arbitrair ongeldig maken en dat het systeem van sanc1es gesloten blijM.
Daarnaast wordt in het BPR doelma6g formalisme toegepast.
ð Doelma6g formalisme = rechters moeten procesvoorschriAen interpreteren en toepassen in het
licht van hun beoogde finaliteit. Daarbij speelt propor6onaliteit een belangrijke rol.
Ä Als een regel geschonden wordt, onderzoekt de rechter eerst of het probleem kan
worden hersteld. Pas wanneer herstel NIET mogelijk is, kan nie6gheid worden
uitgesproken, zodat de sanc6e in verhouding staat tot de ernst van de overtreding
(VOORBEELD: art. 861 Ger. W.).
1.1.1.4 Gebiedend
Er zijn grada6es in verhouding tot de aard van het belang dat beschermd wordt:
o ‘Aanvullend’ (bv. ar6kel 624 Ger.W.)
o ‘Dwingend recht’ (bv. ar6kel 627 Ger.W.)
o ‘Openbare orde’ (bv. ar6kel 633 Ger.W.)
1.1.1.5 Ethisch EN sociaal
o Gelijkheid van proceskansen voor eenieder, zonder onderscheid des persoons.
o Klimaatrechtspraak
o Dame jus66a draagt een blinddoek: de regels zijn voor iedereen hetzelfde
1.1.1.6 Dynamisch
,Procesrecht voortdurend in evolu6e en onder invloed van maatschappelijke ideeën.
1.1.2 Alterna1eve conflictoplossing // ADR (alterna1ve dispute resolu1on – MARC (modes alterna1fs de
règlement de conflits)
Binnen het gerechtelijk recht vormt naast het BPR ook conflictoplossing een belangrijk onderdeel.
ó Conflictoplossing, vaak aangeduid als ADR (Alterna6ve Dispute Resolu6on) of in het
Frans MARC (Modes Alterna6fs de Règlement de Conflits), verschilt van geschillenbeslech6ng: een conflict
is een verschil van mening dat nog niet juridisch is geëscaleerd, terwijl een geschil een gejuridiseerd
verschil van mening is dat door de rechter of een andere instan6e kan worden beslecht.
ADR-methoden kunnen zowel geschillenbeslech6ng omvaien (bijvoorbeeld arbitrage)
als conflictoplossing(bijvoorbeeld bemiddeling). Ze kunnen plaatsvinden met of zonder beroep op een
derde par6j: bij arbitrage of bemiddeling wordt vaak een derde betrokken, terwijl bij collabora6eve
onderhandelingen par6jen zelf tot een oplossing proberen te komen.
Ø Bij arbitrage wordt het geschil beslecht door arbiters die GEEN overheidsrechters zijn, maar die
beslissen op basis van het recht. Dit is een vorm van buitengerechtelijke geschillenbeslech6ng,
waarbij par6jen vooraf een arbitrageclausule in hun contract opnemen (zoals in het voorbeeld
van de verkoop van aandelen van Omega Pharma).
o Arbitrage is dus juridisch gebonden aan rechtsregels, maar vindt buiten de reguliere
rechter om plaats (art. 1677, § 2 en art. 1710 Ger.W.).
Ø Bij bemiddeling helpt een onalankelijke, neutrale derde par6j (= de bemiddelaar) de par6jen het
conflict op te lossen.
o De bemiddelaar geeA GEEN juridisch advies en neemt geen standpunt in, maar herstelt
de dialoog tussen par6jen (art. 1723/1 Ger.W.).
o Hier is GEEN toepassing van het recht vereist; het draait volledig om vrijwillige
samenwerking van de par6jen.
o DUS er is een derde bij betrokken, geen standpunten en geen sugges6es want het is een
proces waarbij een erkend bemiddelaar onalankelijk, onpar6jdig en neutraal is, die gaan
de par6jen laten praten en belangen en behoeAen laten vertellen en dan HEN tot een
akkoord te laten komen. Zonder toepassing van het recht. Het is een facilitator =
conflictOPLOSSEND
Ø Collabora6eve onderhandelingen zijn een andere vorm van ADR waarbij par6jen zelf
onderhandelen, bijgestaan door een collabora6eve advocaat (art. 1738 Ger.W.).
, o De advocaat faciliteert het proces, maar de beslissingen liggen volledig bij de par6jen.
Deze methode legt hoge inzet op par6jen en advocaten, omdat mislukken betekent dat
het dossier moet worden overgedragen en de onderhandelingen opnieuw beginnen.
o DUS het is een advocaat met bijzondere opleiding, proces met onderhandelingen en ook
hier gaan de par6jen onderhandeling met doel een akkoord te bereiken =
conflictOPLOSSEND. Bij geen akkoord/mislukkend kan die nog naar de rechter gaan, en
dan een andere advocaat die in rechte gaat optreden
In bepaalde gevallen is ADR verplicht, bijvoorbeeld in sociale zaken voor de arbeidsrechtbank, waar eerst
een poging tot minnelijke schikking moet worden ondernomen (art. 734 Ger.W.), terwijl andere vormen
vrijwillig zijn (art. 1253ter/1, § 1 Ger.W.).
Het doel van ADR is vaak om een gejuridiseerd geschil terug te brengen tot een conflict, zodat par6jen zelf
een oplossing vinden voordat de zaak volledig juridisch wordt.
1.1.2.1 ADR is “the talk of the town”
De wetgever zet steeds sterker in op alterna6eve geschillenbeslech6ng, zoals blijkt uit diverse bepalingen
in het Gerechtelijk Wetboek (art. 444, tweede lid; art. 519, § 4; art. 730/1 en 731 Ger.W.). Het doel is
duidelijk: België heeA nood aan consensuele vormen van conflictoplossing die par6jen sneller en
efficiënter samenbrengen.
ð Toch waarschuwt R.H. de Bock in De toekomst van de civiele rechtspraak. Een pleidooi om de
rechter niet te ontlasten dat deze focus niet mag leiden tot het idee dat de rechtszoekende in de
rechtszaal niets meer te zoeken heeA.
Ä ADR mag het klassieke gerechtelijk systeem ondersteunen, maar niet volledig vervangen.
Sinds 2018 geldt voor advocaten een informa6e- en bevorderingsplicht: zij moeten hun cliënten
informeren over mogelijke alterna6eve procedures en hen, voor zover mogelijk, naar deze procedures
leiden.
ð Het gaat hierbij om een middelenverbintenis, waarbij de advocaat moet proberen de cliënt te
begeleiden, maar geen absoluut resultaat garandeert.
Daarnaast wordt ADR ins6tu6oneel versterkt: elk rechtscollege, inclusief de kamer voor minnelijke
schikking (MS) in eerste aanleg en de hoven van beroep, moet sinds 2025 een kamer voor MS hebben
(uitgezonderd poli6ezaken).
ð Hier wordt getracht par6jen te verzoenen door een schikkingsrechter. Hoewel de rechter geen
bemiddelaar is, kan hij par6jen wel aansporen om tot een verzoening te komen. De zipngen
gebeuren in raadkamer, zodat er geen openbaarheid is, en er bestaat een preconten6euze
mogelijkheid, waardoor par6jen een poging tot verzoening kunnen ondernemen nog voordat er
een procedure aanhangig is bij de rechtbank.
1.2 Bronnen
Er zijn verschillende bronnen:
o Grondwet
o Gerechtelijk wetboek
o Bijzondere weien
o RS
o RL
o Algemene rechtsbeginselen en gebruiken
o Interna6onale normen