Samenvatting
Joren Brauwers
Academiejaar 2025-2026
, H1: INLEIDING: KEUZES EN GEDRAGSLIJNEN IN
VERBAND MET REACTIES OP CRIMINALITEIT
1. OPLEIDINGSONDERDEEL EN WETENSCHAPSDISCIPLINE
Strafrechtelijk beleid wordt vaak NIET gezien als een aparte wetenschappelijke discipline, doordat het vaak wordt
ondergebracht in andere disciplines (criminologie, strafrecht, sociologie,…)
Er was ook vaak GEEN expliciete interesse of aandacht voor een beleid in het domein van het strafrecht, in de zin dat
keuzes worden gemaakt en gedragslijnen worden uitgezet met betrekking tot handhaving van de strafwet, en andere reactie
op criminaliteit. Zo zag men in de tijd in regeringsakkoorden vaak een korte zinsleden: “De regering zal waken over de
bescherming van onze medeburgers tegen de opflakkering van het geweld en de terreur.” → Zonder dat een echt
strafrechtelijk beleid werd ontwikkeld
MAAR Vanaf de jaren 1990 wel aandacht strafrechtelijk beleid en ook expliciet in de programma’s van de opleidingen
criminologie en recht (Onder invloed van criminoloog en jurist Brice De Ruyver)
2. STRAFRECHTELIJK BELEID: EEN DEFINITIE
Strafrechtelijk beleid = De studie van keuzes en gedragslijnen die betrekking hebben op de handhaving van de
strafwet en (andere) reacties op criminaliteit. Het ultieme doel is het MAKEN VAN EEN VEILIGE SAMENLEVING, en
strafrechtelijk beleid focust op hoe wij het strafrecht moeten inzetten om dit te realiseren. Het focust/bestudeert de
KEUZES die worden gemaakt in het strafrecht (toepassen van straffen, regels, overtredingen,…)
KEUZES EN GEDRAGSLIJNEN – EEN DISCRETIONAIRE RUIMTE
Strafrechtelijk beleid gaat over het feit dat er KEUZES worden gemaakt over HOE het strafrecht wordt toegepast (hoe
reageren hierop, waarom doen wij dit,…). Echter is het belangrijk om te focussen op het feit wanneer er GEEN
discretionaire ruimte is, dan is er GEEN beleid (want iedereen denkt er hetzelfde over). Dit is dus een voorwaarde om
van beleid te spreken (keuzes maken)
Discretionaire ruimte impliceert dat de mogelijkheid bestaat voor een beleidsactor om meer dan één beslissing of
handeling te stellen en dus keuzes te maken… Het beleid gaat over keuzes maken, deze keuzes worden gemaakt door
het allerhoogste niveau (wetgever, politici,…) MAAR ook binnen de strafrechtsketen worden beslissingen gemaakt,
bijvoorbeeld politie, OM (seponering), rechters (arsenaal van straffen), strafuitvoering
HANDHAVING VAN DE STRAFWET EN ANDERE REACTIES OP CRIMINALITEIT
Beleid wordt “strafrechtelijk” wanneer het, impliciet of expliciet, betrekking heeft op de handhaving van de strafwet
en andere reacties op criminaliteit. Daarin zitten twee visies op wat strafrechtelijk beleid kan zijn vervat.
- Eng (sensu stricto): beleid dat gevoerd wordt ter handhaving van de strafwet. Dit richt zich voornamelijk op
keuzes en gedragslijnen aangaande de werking van de strafrechtsbedeling (inclusief bestuurlijk).
- Bredere visie: elke keuze of gedragslijn die als reactie op een misdrijf of inbreuk wordt ondernomen.
o In die breder visie kunnen naast keuzes in de handhaving, ook keuzes m.b.t. de strafbaarstelling zelf
– (de)criminalisering/(de)penalisering – en buiten de strafrechtsbedeling (bv preventie, nazorg) als
strafrechtelijk beleid worden beschouwd
BELANGRIJKE ONDERSCHEID
Strafrechtelijk beleid (focust op enkel actoren van strafrechtsketen) gaat over keuzes binnen het strafrechtsysteem
(politie, OM, gevangenissen). Politici en de wetgever bepalen de grote lijnen en prioriteiten. Maar beleid wordt niet
alleen bovenaan gemaakt: ook binnen de keten bestaat discretionaire ruimte. Politie, OM en gevangenissen maken
eigen keuzes (bv. prioriteiten stellen, seponeren, omgaan met capaciteit) binnen het politieke kader.
1
, Criminele politiek (breed), eerst moet je begrijpen dat politiek gaat over het VORMGEVEN van de samenleving door
wetten te maken die bindend zijn voor iedereen in deze samenleving (dit is wat wij verwachten van politici).
- Dus criminele politiek gaat over veilig maken van samenleving, maar strafrechtsysteem is maar een klein deel
hiervan… Wij doen dat NIET alleen met het strafrechtsysteem, er zijn allerhande manier om gedrag te sturen
voor het realiseren van een veilige samenleving…
o MAAR Omdat mensen en politieke partijen verschillende visies hebben op wat veiligheid is en voor
wie, ontstaat beleid via politiek debat en compromissen in een democratische context. (wij leven
in participatiedemocratie, waarbij als er een regering wordt gevormd dat er een eerdere consensus
wordt gevormd, waardoor bepaalde harde lijnen binnen partijprogramma aan de kant moeten
worden gezet om uiteindelijk een regering te vormen met andere partijen).
3. STRAFRECHTELIJK BELEID ALS HANDHAVING VAN DE STRAFWET
SYSTEMATISCHE EN FORMELE INVULLING OP DE MACHINERIE VAN STRAFRECHTSBEDELING
Strafrechtelijk beleid kan gezien worden als het beter een manier om regels van het strafrecht beter toe te passen en
te handhaven. In die zin wordt strafrechtelijk beleid gezien als een activiteit die zich bezighoudt met het richting
geven en optimaliseren van de strafrechtsbedeling
INSTRUMENTELE >< RECHTSBESCHERMENDE HANDHAVING
Handhaving van de strafwet is geen neutrale aangelegenheid, maar eerder het resultaat van achterliggende normatieve
keuzes over wat de inhoudelijke doelstelling van de handhaving moet zijn, en er zijn 2 soorten doelstellingen:
“INSTRUMENTELE HANDHAVING” & “RECHTSBESCHERMENDE HANDHAVING”:
- Effectiviteit en efficiëntie van de handhaving >< Respect voor grond- en mensenrechten
- Sterkere interveniërende overheid >< Zwakkere interveniërende overheid
- Grote discretionaire ruimte >< Kleine discretionaire ruimte
DOELSTELLINGEN STRAFRECHTSBEDELING
Damaška, heeft in zijn werk duidelijk gemaakt dat de strafrechstbedelingen (common law en civil law) 2 verschillende
soorten doelstellingen kunnen hebben:
- Policy implementing: Daarnaast kan de strafrechtsbedeling gebruikt worden om een beleid te implementeren
o Kenmerken: top down, bureaucratie, hiërarchie, ontdekking van ‘de’ waarheid m.b.t. overtreding
regel, overtreders als voorwerp van het autonome systeem.
o Betekenis: Het is de taak van de strafrechtsbedeling om deze waarheid in alle zaken te ontdekken
en daarvoor allerhande (inquisitoire) methodes en procedures in te zetten. In een dergelijk systeem
wordt objectief naar de waarheid gespeurd.
o Voorbeeld: continentale strafrechtssystemen zoals die van Duitsland, Frankrijk, Nederland en België
(heeft een feit voorgegaan, dus OM brengt iemand voor de rechter)
- Conflict solving: Een strafrechtsbedeling kan als doel hebben om conflicten te doen eindigen en op te lossen
o Kenmerken: equality of arms, horizontaal, lichte structuren, forum over waarheid, overtreders
participeren en geven richting.
o Betekenis: De handhaving van de norm staat hier niet centraal, wel het oplossen van een concreet
conflict.
o Voorbeeld: Angelsaksisch geïnspireerde strafrechtsbedelingen (rol van rechter is meer een
scheidsrechter tussen 2 gelijke partijen (horizontaal))
4. STRAFRECHTELIJK BELEID: ALS REACTIE OP CRIMINALITEIT – CRIMINELE POLITIEK
INDIVIDUALISERENDE EN INHOUDELIJKE FUNCTIE GERICHT OP CRIMINALITEIT
Strafrechtelijk beleid (breed) kan ook gezien worden als activiteit (met keuzes en gedragslijnen) die gericht is op (het
optimaliseren van) de reactie tegen criminaliteit. In dat geval is de strafrechtsbedeling (politie, OM, rechter,..) slechts
één mogelijk instrument dat kan worden ingezet. Strafrechtelijk beleid in die brede zin wordt daarom ook CRIMINELE
POLITIEK of criminaliteitsbeleid genoemd.
2
, Zo kan strafrechtelijk beleid eigenlijk gezien worden als een MAATSCHAPPELIJKE REACTIE (dat niet alleen gaat over de
strafrechtsbedeling) tegen deviantie, waardoor het meer een individualiserende en inhoudelijke invulling krijgt
- Individualiserend: eerder gericht op personen en groepen dan op de norm (>< Zuivere of enge
wetshandhaving)
- Inhoudelijk: eerder gericht op de ‘juiste’ reactie dan op het goed functioneren van het systeem. (>< Zuivere
of enge wetshandhaving)
BELEID OVER DE NORMERENDE EN RESOCIALISERENDE FUNCTIE VAN DE STRAFWET
In dergelijke bredere visie op strafrechtelijk beleid wordt naast de handhavende functie (eng), ook gekeken naar de
normerende en resocialiserende functie van de strafwet (breed)
- Normerende functie: wordt bedoeld dat het strafrecht bepaalde gedragingen als misdrijven aanduidt en ze aldus
kwalificeert als ongewenste gedragingen waartegen de maatschappij mag optreden… MAAR Dit is afhankelijk van
politieke, sociale en economische verhoudingen in een maatschappij.
o Concreet: Keuzes of (de)criminalisering, Normerende functie; duidelijk maken dat iets niet kan in een
samenleving, het sanctioneren is niet enkel vanuit incrementele visie maar ook een symbolische functie
(bv: ik weet dat gevangenissen niet werken, maar heeft symbolische functie omdat het duidelijk maakt
dat wat zij hebben gedaan niet in orde is)
- Resocialiserende functie: Aandacht voor wat de handhaving (geven van een straf) met de overtreder doet en
welke gedragsverandering beoogd wordt.
5. STRAFRECHTELIJK BELEID: ALS VISIE OP CRIMINALITEIT EN STRAFRECHTSBEDELING
De definiering van strafrechtelijk beleid in termen van beleid t.a.v. de strafrechtsbedeling (enge visie of handhavingsbeleid)
dan wel beleid t.a.v. gedrag van mensen en hun gedragingen (criminele politiek) is geen neutrale aangelegenheid. Elke
invulling die daaraan wordt gegeven, verraadt een bepaalde visie op criminaliteit en strafrechtsbedeling.
- (1) Beleid gericht op daden uit het verleden: → weinig beleidsruimte
o A: Handhaving met focus op inbreuk richt zich op de daad;
o B: Efficiëntie/effectiviteit/rechtsbescherming van het systeem: de personen die het voorwerp van die
interventie uitmaken en de mogelijke oorzaken van hun gedrag, komen daarbij minder op de voorgrond.
o C: Mens (overtreder, slachtoffer,…) in abstracto; (iedereen gelijk)
o D: Beleidsruimte in functie van ernst en utilitaire overwegingen;
o E: Gelijkheid, proportionaliteit, legaliteit, voorspelbaarheid; Een strafrechtelijk beleid van deze strekking
hecht veel belang aan gelijkheid en proportionaliteit van de interventie.
o F: Achterliggend mensbeeld eerder conservatief – reactie op het verleden. : Straffen en sancties zijn
eerder abstracte reacties op een in het verleden gestelde daad
- (2) Beleid gericht op personen en maatschappij in de toekomst: → meer beleidsruimte
o A: Interventies met focus op de persoon (dader/slachtoffer);
o B: Beleidsruimte in functie van wat geschikt is voor individu/groep? Een dergelijk beleid laat in de regel
veel beleidsruimte aan de uitvoerders van het beleid om hun interventies en beslissingen aan de
persoonlijkheid en situatie van het individu aan te passen
o C: Individualisering; Straf aanpassen aan de dader (omstandigheden,…)
o D; Achterliggend mensbeeld eerder progressief – reactie met oog voor verandering en toekomst.
6. GRENZEN AAN STRAFRECHTELIJK BELEID
DE WETSREGEL BEPAALT DE BELEIDSRUIMTE
Van zodra er discretionaire ruimte is kunnen actoren aan strafrechtelijk beleid (keuzes maken) doen, MAAR de
(wets)regel bepaalt in welke mate dit mogelijk is. Dus: Wij verkiezen politici (volgens partijpolitiek), zij gaan in debat
en overleg met andere politici om regeerakkoord te vormen (is een compromis tussen partijen, maar is totaal niet
hetzelfde als partijprogramma)… Zij maken vervolgens de wetgeving, en deze vormen de basis & binnen deze
wetgeving is nog wel discretionaire ruimte als voorwaarde om van BELEID te spreken (maken van keuzes)
3
, BEPERKINGEN AAN DE BELEIDSRUIMTE VOOR REGELGEVERS
Strafrechtelijk beleid gaat over de keuzes die een samenleving maakt in wetten en regels als reactie op criminaliteit. Vaak denkt
men dat wetgevers die regels volledig vrij en autonoom bepalen, maar dat klopt niet. Wetgevers leggen wel de basis, maar hun
beleidsruimte is beperkt.
- Ze worden namelijk gebonden door hogere normen, vooral uit het internationaal recht en mensenrechtenverdragen.
Die hebben een schildfunctie (ze beschermen burgers tegen machtsmisbruik) en ook een zwaardfunctie (ze verplichten
de staat om mensenrechten effectief te beschermen, bijvoorbeeld tegen geweld of misdrijven).
- Daarnaast heeft elk land ook een eigen visie op hoe het met criminaliteit wil omgaan, en dat beïnvloedt welke regels wel
of niet worden ingevoerd. Dat zie je in concrete keuzes zoals:
o In Nederland geldt het opportuniteitsbeginsel: het Openbaar Ministerie mag beslissen of vervolging wenselijk
is, ook al is een misdrijf gepleegd.
o Israël staat geen private gevangenissen toe, omdat strafuitvoering volgens hen een taak van de staat moet
blijven.
o België stond lange tijd afwijzend tegenover plea bargaining, maar heeft het later toch ingevoerd onder de naam
“voorafgaande erkenning van schuld” via Potpourri II-wet
7. ACTOREN, FORA EN INSTRUMENTEN
Naargelang de visie op/definitie van strafrechtelijk beleid (eng of breed) zijn er andere (meer) actoren, fora en instrumenten.
- Actoren: wetgevers, regeringen, ministers, college procureur-generaal, parketten, provincies, gemeenten,
politiediensten, controle-organen,… (hebben allemaal invloed op de manier waarop we het strafrechtsysteem inzetten,
en dus voor de veiligheid in de samenleving zorgen)
o Parlementaire onderzoekscommissies als bijzondere actor: Dit is een belangrijk instrument voor het
parlement om strafrechtelijk beleid te evalueren en uit te voeren. Vanaf jaren ’80 en ’90 werd het enorm veel
gebruikt om een falend overheidsbeleid onder de loep te nemen en na te gaan hoe dit kan verholpen worden…
(onder druk van een boze publieke opinie)
▪ Activiteiten: situeren zich voor het wetgevend werk (debatten, afwegen van alternatieven, en
suggereren van mogelijke oplossingen) en na wetgevend werk (controle van de uitvoering, naleving
en bestraffing & heropenen van debatten)
▪ Verschillende soorten commissies: (1) Commissies die regering controleren, (2) commissies die het
gerecht controleren & (3) commissies die maatschappelijke ontwikkelingen onderzoeken
- Fora: ministerraad, kernkabinet, interkabinettenwerkgroep, nationale veiligheidsraad, arrondissementeel
rechercheoverleg, zonale veiligheidsraad, lokale integrale veiligheidscel,…
- Instrumenten: wetten, decreten, ordonnanties, uitvoeringsbesluiten, kadernota integrale veiligheid, nationaal, zonaal
veiligheidsplan,…
8. DOELSTELLINGEN EN METHODES
De studie van strafrechtelijk beleid is een relatief jonge tak binnen de criminologie. Tot de jaren 1970 speelde veiligheid en
criminaliteit slechts een beperkte rol in het overheidsbeleid. In regeringsakkoorden moest men met een vergrootglas zoeken naar
verwijzingen naar veiligheid, en het analyseren van beleid werd NIET als een legitiem onderzoeksdomein gezien.
Vandaag is dat volledig veranderd: veiligheid en strafrechtelijk beleid nemen meerdere pagina’s in beleidsdocumenten in en
vormen een volwaardig studieobject… Dit onderzoek naar strafrechtelijk beleid is vooral sociaal-wetenschappelijk van aard. Binnen
dit domein worden verschillende soorten beleidsanalyse onderscheiden.
- Beschrijvende analyses beantwoorden vooral de vragen wat en hoe. via onderzoek van geschreven bronnen, eigen
verzamelde kwantitatieve of kwalitatieve data (interviews, focus groep,…). Eerder inductief.
- Theoretische analyses richten zich op de waarom-vraag. met gelijkaardige methoden. Eerder deductief.
- Normatieve analyses gaan over de vraag of beleid goed of slecht is. via evaluatiestudies met kwantitatieve en
kwalitatieve methoden. Evidence-based
Tot slot kan beleidsanalyse ook dienen als beleidsvoorbereiding Via een iteratief proces dat het begrijpen van oorzaken en
gevolgen van een probleem inhoudt en oplossingen uitwerkt waarbij rekening gehouden wordt met stakeholders en voorop gezette
doelstellingen van het beleid.
4
, H2: HISTORIEK EN ACHTERGRONDEN
1. INLEIDING (STRAFRECHTELIJK BELEID EN ACTOREN VERANDEREN)
Dit hoofdstuk heeft tot doel om in zeer grote lijnen een beschrijving/overzicht te geven van het strafrechtelijk beleid in
België van 1830 tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarbij wordt de brede definitie van strafrechtelijk beleid gehanteerd, in
de zin dat alle reacties op criminaliteit als strafrechtelijk beleid kunnen worden gezeien.
- 1. Een eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)
- 2. Transformatie naar een daderbeleid (1875-1945)
- 3. Een (al te) ambitieus daderbeleid met menselijk gelaat (1945-1980)
2. EIGEN STRAFWET EN HANDHAVINGSAPPARAAT (1830 -1875)
EEN LAND IN DE STEIGERS
Na zijn ontstaan in 1830 moest België zich in woelige sociaal-economische tijden vooral staande houden als nieuwe staat
tegen het buitenland MAAR ook tegen interne problemen (armoede en criminaliteit). Het land was oorspronkelijk bedoeld
als buffer tegen Frankrijk en focuste daarom sterk op staatsveiligheid, zoals het bestrijden van opstanden, spionage en
buitenlandse inmenging. Tegelijk kampte België met veel armoede, wat het veiligheidsbeleid ook richting gaf aangezien
daardoor criminaliteit steeg.
Voor zijn strafrecht nam België grotendeels het Franse systeem over met Napoleontische wetboek (Code pénal) over,
omdat het niet lukte om de Napoleontische van strafvordering (1808) en (1810) te vervangen met Belgische wetboeken.
(Met gevolg een discussie over de doodstraf)
- 1830: Werd er keuzes gemaakt over gevangenisstraffen, en de uitvoering daarvan waarbij men in België gebruik
maakt van het “Ducpétiaux-systeem”: gevangenisstraf als middel tot morele verbetering via eenzame opsluiting.
- 1867: In 1867 werd uiteindelijk een nieuw strafwetboek (Haus) gerealiseerd, dit was sterk gebaseerd op 1810 maar
er was MINDER focus op VERGELDING. Belangrijk bij dit nieuw strafwetboek was dat het de kenmerken had van de
zogenaamde klassieke school van het strafrecht waarin het misdrijf (daad) centraal staat (niet het individu zelf) en
waarvan proportionaliteit, legaliteit en subsidiariteit essentiële kenmerken vormen
o Belangrijke aanpassing 1: Afschaffing van de lijfstraffen (maar wel nog doodstraffen)
o Belangrijke aanpassing 2: Introduceren van VERZACHTENDE OMSTANDIGHEDEN, met dus een grotere
discretionaire ruimte voor de strafrechter (daarvoor moest de rechter gewoonweg wat er in de wet
stond letterlijk toepassen) → Dit was één van de eerste vormen van strafrechtelijk beleid
ECONOMISCH LIBERALISME, LAISSEZ FAIRE EN NACHTWAKERSTAAT
In de 19e eeuw was België een nachtwakerstaat, geïnspireerd door het economisch liberalisme en het laissez-faire-
principe. Dat betekent dat de staat zich zo weinig mogelijk bemoeide met het leven van burgers. Hij had enkel een
paar kerntaken, zoals defensie, openbare orde en het beschermen van de economie. Voor de rest liet men mensen en
markten hun gang gaan. Daardoor was ook het veiligheidsbeleid zeer beperkt: de overheid greep nauwelijks in
DE WETGEVER ALS ACTOR VAN HET STRAFRECHTELIJK BELEID
Tijdens de eerste decennia van België was de wetgever DE BELANGRIJKSTE ACTOR van het (beperkt) strafrechtelijk beleid.
België was op dat moment een nachtwakerstaat, en was er dus voornamelijk een formeel kader nodig voor reactie op
criminaliteit (misdrijf, straf en handhaving is)… De te maken keuzes hadden dan ook betrekking op het bepalen van wat
misdrijf en straf was en op de formele uitbouw van een handhavingsapparaat (bijvoorbeeld oprichting van
Gendarmerie/Rijkswacht)
Verder bleef de aanpak klassiek Napoleontisch, De Belgische strafrechtsbedeling bleef, net als het Franse systeem, een
hiërarchisch instrument ter handhaving van de strafrechtelijke norm (policy implementing) dat voornamelijk een
INSTRUMENTELE doelstelling had. (>< rechtsbeschermend)
5
, - Bv: De overheid hield zich bezig met openbare veiligheid en defensie, bijvoorbeeld via het leger, de gendarmerie,
de burgerwacht en de gemeentepolitie. Het beleid richtte zich op het handhaven van orde, niet op sociale
omstandigheden. Als er opstanden of vechtpartijen waren in arbeiderswijken, werden deze onderdrukt, maar er
werden geen verbeteringen gerealiseerd in de wijken zelf. Sociale bescherming of armoedebestrijding viel niet
onder de taken van de overheid.
Minister van Justitie beperkte rol in strafrechtelijk beleid, dus het Belgisch systeem was volgende een zeer STRAK HIERARCH
FRANSE MODEL
KLASSIEKE SCHOOL
In 1867 ontwikkeld wij in België een EIGEN STRAFWETBOEK (Haus), dat dus een eigen Belgische kijk was op criminaliteit, en
hoe wij daar mee om moeten gaan… Dit strafwetboek was sterk beïnvloedt door de “Klassieke School”, deze school was een
reactie op het Ancien Regime (waar de koning alles beslist, met grote willekeur & lijfstraffen)… MAAR WAT houdt de
Klassieke School in?
- (1) Mensen hebben een vrije wil en maken hun eigen rationele keuzes: Mensen (homo economicus) hebben een
vrije wil en maken bewust rationele keuzes, gebaseerd op een kosten-batenanalyse (plezier maximaliseren en pijn
vermijden). Criminaliteit is een bewuste keuze van het individu, niet het gevolg van externe omstandigheden.
Bewust gekozen met wetens en willens om het slechte te doen)
o Dus gevangenissen moeten worden aangepast, Straffen, zoals afzondering in cellen (Ducpetieux –
cellullair regime), zijn bedoeld om de dader tot reflectie te brengen en inkeer te laten komen, zodat hij
zijn gedrag in de toekomst niet herhaalt.
o Strafrecht NIET gefocust op individuen, maar focus op misdrijf (hoe zwaarder het misdrijf, hoe zwaarder
de straf want het ga langer duren om tot inkeer te komen)
o Dit idee van homo economicus & utilitarisme, gaan we ervan uit dat als de straf hoog genoeg is gaan we
het NIET meer doen (want het voordeel van criminaliteit, wordt teniet gedaan door de nadelen van
criminaliteit, bv de opsluiting)
- (2) Mensen hebben bepaalde natuurlijke rechten (rechten die mensen automatisch hebben, vanaf geboorte),
waaronder het recht op leven, vrijheid en eigendom.
- (3) Overheden zijn er voor en door burgers om deze rechten te beschermen, Overheden bestaan om deze
natuurlijke rechten te beschermen. Er is een sociaal contract tussen de staat en de burgers, waarbij de staat de
rechten van burgers bewaakt en burgers een deel van hun vrijheid opgeven in ruil voor bescherming
- (4) Burgers geven slechts een deel van hun natuurlijke rechten op ten voordele van de staat die hen moet
beschermen tegen het natuurlijke eigenbelang van individuen
o Maar overheid beperkt zich tot dit, dit is de nachtwakerstaat
- (5) Focus op het duidelijk omschrijven van criminaliteit en de aanpak ervan, d.w.z. dat wetgevers het proces
vastleggen voor het vaststellen van schuld en het bepalen van de straf.
- (6) Criminaliteit is een inbreuk op het sociaal contract; daarom is criminaliteit een morele overtreding tegen de
samenleving.
- (7) Straf is alleen gerechtvaardigd om het sociaal contract te behouden. Het doel van de straf is afschrikking.
Straffen moeten proportioneel zijn.
- (8) Alle mensen hebben gelijke rechten en moeten gelijk worden behandeld voor de wet.
o (>< standenmaatschappij, maatschappij met verschillende klassen die NIET gelijk zijn) → maar in realiteit
nog steeds ongelijkheden, bv vrouwen die niet mogen stemmen tot 1948)
3. TRANSFORMATIE NAAR EEN DADERBELEID (1875-1945)
INTERVENTIONISTISCHE OVERHEID
Vanaf 1875: belangrijke socio-economische en politieke omwentelingen, waardoor we een evolutie kunnen zien naar een
meer interventionistische overheid (!!!!)… Belangrijke socio-economische gebeurtenissen waren onder andere:
- (1) Economische schaalvergroting en sociale spanningen; De internationalisering van afzetmarkten en productie
leidde tot grotere bedrijven en banken die economische macht verwierven. Maar om concurrentieel te blijven de
KLEINE industriële de lonen van de arbeiders verder te drukken (verlagen)
6
, o Gevolg: Arbeiders voelden zich onderdrukt en gingen in sommige gevallen in staking, waarbij sommige
arbeiders zelfs hun leven verloren. Om de maatschappelijke rust te herstellen, ging de overheid zich actief
bemoeien, dus tijd van nachtwakerstaat was voorrbij. Voorbeelden van interventies zijn:
▪ Wet op de uitbetaling van lonen en openbare dronkenschap (1887)
▪ Vrouwen- en kinderenarbeid (1889)
▪ …
▪ (!!!) Invoering van algemeen stemrecht (1919)
- (2) Internationale ontwikkelingen en imperialisme: In Europa werden landen zoals Italië en Duitsland gevormd,
mede door de opkomst van nationalistische groeperingen. Tegelijkertijd kende de wereld een periode van
imperialisme, waarin landen streden om koloniale gebieden ter ondersteuning van hun industrialisatie. Ook het
strafrecht werd in deze kolonies doorgevoerd en aangepast aan deze internationale context.
- (3) Geloof in wetenschap en vooruitgang Deze periode wordt gekenmerkt door een sterk optimisme in de
wetenschap. Men geloofde dat wetenschappelijke inzichten de samenleving konden verbeteren. Dit leidde tot een
andere kijk op menselijk gedrag: waar het klassieke strafrecht meer gebaseerd was op filosofische ideeën over vrije
wil en het sociaal contract, gingen onderzoekers nu gedrag meer empirisch en wetenschappelijk benaderen.
o Bv: Positivisme – Comte, Darwin, Spencer: Positivisme = wetenschap gebruiken voor menselijk gedrag te
begrijpen… Proberen vinden van wetmatigheden, waardoor we menselijk gedrag kunnen begrijpen zoals
in de exacte wetenschappen
o Bv: Criminele antropologie en de Franse milieuschool
Geen laissez faire, laissez passer maar actieve interveniërende overheid!!! Dus een overheid die actief moeit met de
organisatie vh maatschappij/sociaaleconomisch/economisch leven
VERSCHUIVING MENSBEELD
In deze periode van het POSITIVISME verschuift het mensbeeld naar een meer deterministisch perspectief, wat spanningen
veroorzaakt met de uitgangspunten van de Klassieke School. De schuldnotie (Klassieke school) maakt plaats voor de notie
van gevaar: niet langer wordt criminaliteit gezien als een bewuste keuze, maar als het gevolg van biologische, sociale of
omgevingsfactoren.
Volgens dit deterministische perspectief hebben mensen geen vrije wil in de klassieke betekenis. Zij kiezen niet bewust om
iets verkeerd te doen; hun gedrag wordt bepaald/gedetermineerd door invloeden van buitenaf of aangeboren
eigenschappen. Dit is kern vd positivistische leer in de criminologie, >< die botst met het klassieke leer van ons strafrecht.
- Voorbeelden van deze benadering zijn:
o Cesare Lombroso: stelde dat sommige mensen als misdadiger worden geboren. Hij noemde hen
atavistische wezens (bleven steken in een vorige evolutiestadium) en dacht dat je hen kon herkennen
aan bepaalde lichamelijke kenmerken.
o Franse Milieuschool: onder leiding van Lacassagne benadrukte deze school dat criminaliteit vooral
voortkomt uit de omgeving.
Samengevat ligt de focus op de oorzaken van criminaliteit BUITEN de vrije wil van het individu, wat een belangrijke breuk
betekent met het klassieke strafrechtelijke idee van bewuste keuze en persoonlijke verantwoordelijkheid.
EEN BELEID VAN SOCIAAL VERWEER
Dit Positivisme en gedetineerde mensbeeld met de “gevarennotie” had ook een belangrijke invloed op België, meer
bepaald Adolphe Prins (1845-1919) die de vertegenwoordiger is van de NIEUWE VISIE op misdrijf en straf: het
Sociaal Verweer… Volgens Prins zijn er 3 partijen bij een misdrijf, namelijk (1) Dader, (2) Slachtoffer & (3) De
Maatschappij. Volgens Prins moet de “maatschappij” BESCHERMD worden tegen deze dader (= sociaal verweer).
Volgens het “sociaal verweer” is de Functie van het strafrecht, de MAATSCHAPPIJ BESCHERMEN tegen delinquent
gedrag.
Prins wijst het klassiek beginsel van de individuele aansprakelijkheid NIET radicaal af, en werkt een wat meer
eclectische visie uit die ook nog een aantal componenten van het klassieke strafrecht bleef bevatten (makkelijker om
zijn ideeën in te passen in het strafrecht van dat moment)
7
,Prins wordt gekenmerkt door het “Eclecticisme”.(!!!!!) = Dit is een SAMENVOEGING van de ideeën van het Klassieke
strafrecht en het Positivisme. Prins gaat er namelijk vanuit dat de mens IN PRINCIPE een “vrijdenkend wezen” (Klassieke
leer als BASIS), MAAR hij erkent wel dat sommige personen slecht een BERPERKTE VRIJ-KEUZE HEBBEN (Positivisme).
Hierdoor heeft hij dus de basis gelegd voor wat wij vandaag de dag het “TWEESPORENSTELSEL” noemen,
- Men maakt in het (nieuw) sociaal verweer een onderscheid tussen 2 soorten dader, namelijk het “tweesporenstelsel”
o (1) De ‘normale’ delinquenten blijft het gewone strafrecht behouden,
→ NORMAAL OORDEELSVERMOGEN en dus VRIJE WIL (en hebben dus ook schuld)
o (2) Voor geestesgestoorden en jongeren wordt de straf vervangen door een niet-strafrechtelijke maatregel’
→ BEPERKT OF ONTBREKEND OORDEELSVERMOGEN (deze hebben geen schuld)
• Deze hebben geen schuld, omdat ze een beperkt oordeelsvermogen hebben, waardoor ze
eigenlijk ook niet thuis horen in het STRAFRECHT, en dus in plaats van een “straf” een
“maatregel” krijgen.
▪ MAAR omwille van hun GEVAARLIJKHEID moeten we de maatschappij nog steeds beschermen, en
hen een maatregel opleggen die NIET strafrechtelijk is
BELANGRIJK
Bovendien bleek de klassieke manier van strafrechtelijk optreden niet efficiënt en had ze weinig effect op recidive. Dit leidde
tot een radicale verschuiving in het politieke denken richting een progressief-liberale visie: de staat mag zich wél bemoeien
met het leven van mensen om gevaarlijke individuen te beheersen, maar er was nog geen ambitie om de daders te
transformeren. Het gaat voorlopig vooral om bescherming tegen potentiële gevaren.
- (!!!!) Omwille van het gebruik van de GEVARENNOTIE, kunnen wij ook preventief/proactief/vroegtijdig optreden.
Dit betekend dat men voor dat er effectief criminaliteit wordt gepleegd, men eigenlijk die persoon als uit de
samenleving kan halen omwille van zijn gevaarlijkheid
Prins eclecticisme had een DIRECTE invloed op het wetgevend werk van verschillende Ministers van Justitie (p. 41-42)
- Bv: Jules Lejeune (1887-1894): Voorwaardelijke invrijheidsstelling (Wet Lejeune)
- Bv: Henri Carton de Wiart (1911-1918): Wet op de kinderbescherming (Kinderrechter bevoegd voor criminele kinderen)
- Bv: Emile Vandervelde (1918-1921): Hij herformuleerde en herdacht de maatschappelijke rol van de gevangenissen en
bouwde het systeem Ducpétiaux om.
DE UITVOEREND MACHT ALS ACTOR VAN STRAFRECHTELIJK BELEID
De verschuiving van de aandacht van de daad (klassiek strafrecht) naar de DADER (sociaal verweer) heeft veel ruimte
gegeven voor de ontwikkeling van een strafrechtelijk beleid, waarbij de wetgever een MINDER prominente rol speelt.
Wanneer INDIVIDUALISERING van de reactie op een misdrijf aan de orde is, dan is het aan de rechter (straftoemeting) of
aan de Minister van Justitie (strafuitvoering) om die reactie te bepalen.
- (1) Uitvoerende macht wordt belangrijker: de uitvoerende macht wordt steeds belangrijker als actor in een
strafrechtelijk beleid, in de strafuitvoering heeft men deze ruimte ook direct gebruikt om eigen accenten te leggen
(bv: Emile Vandervelde)
- (2) Notie van “preventie”: Wanneer de aanpak van criminaliteit aandacht krijgt voor omgevingsfactoren en voor
de persoonlijkheid van de dader, ontstaat de notie “preventie” en bijgevolg de mogelijke betrokkenheid van
andere beleidsdomeinen bij het strafrechtelijk beleid.
o Dus je gaat ook iets moeten doen aan de voedingsbodem van criminaliteit… Meer bepaald de omgeving
(omgevingschool), dus we moeten de condities aanpakken waarin ze opgroeien → Dus beginnen ons te
moeien als overheid, in domeinen waar wij normaal NIET mee bezig zijn, dus ingrijpen in nieuwe
domeinen om uiteindelijk iets aan criminaliteit/veiligheid te doen
▪ (!!!!!) Inzet van strafrechtelijk beleid is pas succesvol als er ook ingrepen zijn in andere
beleidsdomeinen
- (3) Risico op instrumenteel gebruik: De focus op de dader en de GEVAARLIJKHEID hebben aanzienlijke risico’s…
Meer bepaald een heel erg instrumenteel gebruik van het strafrecht waarbij regels en handhaving worden ingezet
in functie van de politieke objectieven van de overheid die het op dat moment voor het zeggen heeft…
o Aangezien de beleidsmakers kunnen bepalen wie als gevaarlijk worden bestempeld, en hoe intensief en
hoe lang een bepaalde interventie moet duren. Dit geef de overheid een GROTE MACHT om beleid te
voeren TEGEN bepaalde groepen. Dus de notie gevaarlijkheid laat potentieel een verregaande
interventie toe van de overheid in het leven van burgers, omdat er ook weinig aandacht was voor
rechtsbescherming (!!!!!)
8
, 4. EEN (AL TE) AMBITIEUS DADERBELEID MET MENSELIJK GELAAT (1945-80)
ALLES WORDT BETER, VOOR IEDEREEN!
In de periode na Wereldoorlog II was er een politiek consensusklimaat en een economische heropleving in Europa, omwille
van het Marshall Plan (Miljarden van USA werd in de heropbouw van Europa gestoken). Maar ook op sociaaleconomisch
vlak was er een zekere reorganisatie van België. Aangezien solidariteit centraal stond in de Naoorlogse samenleving,
waardoor een Verzorgingsstaat werd uitgebouwd (idee was om een nieuwe oorlog te vermijden, want mensen in armoede
gaan vaker naar extreme kanten van de politiek zoals we gezien hebben bij het Fascisme)
- Dus: We evolueren naar een verzorgingsstaat, waarin de overheid een VEEL grotere rol speelt in het leven van
mensen. De staat grijpt actief in om het leven van iedereen te verbeteren, de kloof tussen arm en rijk te verkleinen
en mensen echte vrijheid te geven. Die vrijheid is belangrijk, omdat niet iedereen met dezelfde kansen wordt
geboren. Armoede, ziekte of een moeilijke jeugd kunnen je hele leven beïnvloeden.
o Het idee van de verzorgingsstaat is dat deze ongelijkheden collectief worden opgevangen. Niemand mag
beperkt blijven door zijn achtergrond of problemen. Daarom dragen we allemaal een beetje bij via
belastingen en sociale bijdragen. In ruil daarvoor zorgt de overheid voor zaken zoals sociale zekerheid,
gezondheidszorg en veiligheid (betaald door de belastingen) Zo moet niet iedereen zichzelf beschermen
of ondersteunen, maar doen we dat samen via een gemeenschappelijk systeem.
- MAAR het bracht deze verzorgingsstaat bracht heel wat uitdagingen met zich mee voor het strafrechtelijk beleid:
o (1) Reactie op criminaliteit MOET VEEL MEER zijn dan alleen handhaving: De uitgesproken ambitie om
leven beter te maken (voor iedereen) en geloof in maakbaarheid van de mens, betekende dat van een
reactie op criminaliteit VEEL MEER wordt verwacht dan enkel de handhaving van de wet.
o (2) Meer aandacht voor preventie en voor hulpverlening: We moeten NIET alleen REACTIEF zijn, we
moeten ook criminaliteit proberen te voorkomen & zorgen dat HULPVERLENING is ingebed (deel
uitmaakt) in de reactie op criminaliteit
o (3) Inhoudelijk zeer ambitieus en optimistisch strafrechtelijk beleid: Dit vertaalt zich in een nieuwe kijk
op het strafrecht, namelijk het NIEUW sociaal verweer
EEN DOCTRINE MET OPTIMISTISCH DADERBELEID: NIEUW SOCIAAL VERWEER
Het NIEUW SOCIAAL VERWEER, houdt in dat men nog steeds focust op Bescherming van de maatschappij tegen gevaarlijke
individuen en groepen maar nu met aandacht voor rechtsbescherming (legaliteit, proportionaliteit, subsidiariteit) en gericht
op resocialisatie van de betrokkene
- Behouden: Bescherming van de maatschappij tegen gevaarlijke individuen
- NIEUW:
o Aandacht voor rechtsbescherming
o Gericht op resocialisatie van de betrokkene
▪ >< vroeger: Tijdens (oud) Sociaal Verweer → De interventie moest eerst de gevaarlijkheid voor de
maatschappij wegnemen en was dan pas gericht op het nadenken hoe een EVENTUEEL terugkeer
naar de maatschappij mogelijk was of kon worden gemaakt
▪ >< Nu: Bij het Nieuw Sociaal Verweer is de strafrechtelijke interventie eigenlijk meteen op de
verbetering of resocialisatie van de betrokken persoon gericht, waardoor de “bescherming” NIET
meer de enigste of belangrijkste doelstelling is → dus geloof in de maakbaarheid van de mens
Daarnaast is het cruciaal om te vermelden dat binnen het NIEUW SOCIAAL VERWEER, eigenlijk het inzetten van het
strafrecht gezien moet worden als een ULTIMUM REMEDIUM (laatste redmiddel).. Pas als alle sociale vangnetten
(lees: alternatieven) hebben gefaald, dient het strafrecht op te treden. In het geval dat het strafrecht effectief gebruikt
wordt, moet de RESOCIALISERING van de dader PRIORITAIR zijn!!!!
Volgens het Nieuw Sociaal Verweer moet de strafrechtsbedeling op alle niveaus/echelon sterk inzetten op
INDIVIDUALISERING: elke dader is anders en men moet rekening houden met zijn omstandigheden en situatie. Daarom
krijgen rechters en uitvoerende instanties een grote discretionaire ruimte om de aanpak per persoon aan te passen.
9