1 Inleiding en situering
Consumentenpsychologie vakgebied dat bestudeert hoe en waarom consumenten
keuzes maken, en welke psychologische factoren (zoals
motivatie, emoties en beïnvloeding) daarbij een rol spelen
De rationeel-economische mensbeeld dat ervan uitgaat dat mensen rationeel handelen
mens en keuzes maken om hun eigen economisch voordeel te
maximaliseren, zoals winst of inkomen
Scientific management manier van werken waarbij arbeid wetenschappelijk wordt
= fordisme georganiseerd om de efficiëntie te verhogen door
standaardisering en taakverdeling
Time and motion studies methode waarbij arbeidstaken worden geobserveerd en
gemeten om de meest efficiënte manier en tijdsduur van
werken te bepalen
Human engineering benadering die arbeid, machines en werkomstandigheden
aanpast aan de mogelijkheden en beperkingen van de mens
om efficiëntie, veiligheid en comfort te verbeteren
Hawthorne effect verschijnsel dat mensen hun gedrag of prestaties verbeteren
omdat ze weten dat ze worden geobserveerd of speciale
aandacht krijgen, en niet per se door veranderingen in de
werkomstandigheden
Job design school stroming binnen de organisatie- en arbeidspsychologie die
zich richt op het ontwerpen van banen op een manier die
motivatie, tevredenheid en prestaties van werknemers
verhoogt, bijvoorbeeld door variatie, autonomie en
verantwoordelijkheid in het werk te vergroten
Taakprestatie prestatie op technische kern organisatie, wat je formeel
gezien moet doen volgens contract
Organizational citizenship vrijwillig gedrag van werknemers dat niet formeel wordt
behavior (OCB) beloond, maar wel bijdraagt aan een goed functionerende
organisatie, zoals collega’s helpen of extra inzet tonen
Adaptive performance vermogen van een werknemer om effectief te reageren op
veranderingen in de werkomgeving
Counterproductive work Gedrag van werknemers dat schadelijk is voor de
behavior (CWB) organisatie of collega’s
Competentiebenadering manier van werken en beoordelen waarbij de focus ligt op de
vaardigheden, kennis en persoonlijke eigenschappen van
een werknemer die nodig zijn om het werk effectief uit te
voeren, in plaats van alleen op taken of functies
Competentie combinatie van kennis, vaardigheden, capaciteiten en
andere kenmerken die aan de basis liggen van goed
presteren en die observeerbaar en meetbaar zijn
, Human relations-beweging stroming in management en organisatiekunde die benadrukt
dat sociale factoren, zoals samenwerking, communicatie en
erkenning, belangrijk zijn voor motivatie en productiviteit van
werknemers, in plaats van alleen strakke regels of efficiëntie
EAWOP european association of work and organizational psychology
2 Evidence-based management
Evidence-based het nemen van beslissingen door het gewetensvol, expliciet
management (EBM) en oordeelkundig gebruik van de best beschikbare evidentie
uit meerdere bronnen om de kans op een gunstige uitkomst
te vergroten
Benchmarking systematisch vergelijken van processen, prestaties of
producten van een organisatie met die van de beste in de
sector (of daarbuiten) om verbeterpunten te ontdekken en de
eigen prestaties te verbeteren
Proxy meetbaar vervangingsmiddel dat gebruikt wordt om iets te
schatten of te beoordelen dat niet direct meetbaar is
Evidence-practice gap kloof tussen onderzoek dat wetenschappers doen en wat er
‘gebeurd’ in de praktijk
3 Determinanten van gedrag
Intelligentie “a very general mental capability that, among other things,
involves the ability to reason, plan, solve problems, think
abstractly, comprehend complex ideas, learn quickly, and
learn from experience”
Mediator verklaart het verband tussen 2 variabelen, beschrijft hoe of
waarom twee variabelen met elkaar samenhangen
Moderatie variabele die verband tussen 2 variabelen beïnvloed,
beschrijft wanneer of onder welke omstandigheden een
effect optreedt
g-factor één overkoepelende, algemene intelligentiefactor die
iemands cognitieve prestaties op verschillende taken
verklaart
vloeiende intelligentie vermogen om logisch te redeneren, problemen op te lossen
= fluid intelligence (gf) en nieuwe informatie te begrijpen, onafhankelijk van
opgedane kennis of ervaring
Gekristalliseerde vermogen om kennis en ervaring toe te passen die je eerder
intelligentie = crystallized hebt opgedaan
intelligence (gc)
Terminale waarden einddoelen of levensdoelen die iemand belangrijk vindt om
Consumentenpsychologie vakgebied dat bestudeert hoe en waarom consumenten
keuzes maken, en welke psychologische factoren (zoals
motivatie, emoties en beïnvloeding) daarbij een rol spelen
De rationeel-economische mensbeeld dat ervan uitgaat dat mensen rationeel handelen
mens en keuzes maken om hun eigen economisch voordeel te
maximaliseren, zoals winst of inkomen
Scientific management manier van werken waarbij arbeid wetenschappelijk wordt
= fordisme georganiseerd om de efficiëntie te verhogen door
standaardisering en taakverdeling
Time and motion studies methode waarbij arbeidstaken worden geobserveerd en
gemeten om de meest efficiënte manier en tijdsduur van
werken te bepalen
Human engineering benadering die arbeid, machines en werkomstandigheden
aanpast aan de mogelijkheden en beperkingen van de mens
om efficiëntie, veiligheid en comfort te verbeteren
Hawthorne effect verschijnsel dat mensen hun gedrag of prestaties verbeteren
omdat ze weten dat ze worden geobserveerd of speciale
aandacht krijgen, en niet per se door veranderingen in de
werkomstandigheden
Job design school stroming binnen de organisatie- en arbeidspsychologie die
zich richt op het ontwerpen van banen op een manier die
motivatie, tevredenheid en prestaties van werknemers
verhoogt, bijvoorbeeld door variatie, autonomie en
verantwoordelijkheid in het werk te vergroten
Taakprestatie prestatie op technische kern organisatie, wat je formeel
gezien moet doen volgens contract
Organizational citizenship vrijwillig gedrag van werknemers dat niet formeel wordt
behavior (OCB) beloond, maar wel bijdraagt aan een goed functionerende
organisatie, zoals collega’s helpen of extra inzet tonen
Adaptive performance vermogen van een werknemer om effectief te reageren op
veranderingen in de werkomgeving
Counterproductive work Gedrag van werknemers dat schadelijk is voor de
behavior (CWB) organisatie of collega’s
Competentiebenadering manier van werken en beoordelen waarbij de focus ligt op de
vaardigheden, kennis en persoonlijke eigenschappen van
een werknemer die nodig zijn om het werk effectief uit te
voeren, in plaats van alleen op taken of functies
Competentie combinatie van kennis, vaardigheden, capaciteiten en
andere kenmerken die aan de basis liggen van goed
presteren en die observeerbaar en meetbaar zijn
, Human relations-beweging stroming in management en organisatiekunde die benadrukt
dat sociale factoren, zoals samenwerking, communicatie en
erkenning, belangrijk zijn voor motivatie en productiviteit van
werknemers, in plaats van alleen strakke regels of efficiëntie
EAWOP european association of work and organizational psychology
2 Evidence-based management
Evidence-based het nemen van beslissingen door het gewetensvol, expliciet
management (EBM) en oordeelkundig gebruik van de best beschikbare evidentie
uit meerdere bronnen om de kans op een gunstige uitkomst
te vergroten
Benchmarking systematisch vergelijken van processen, prestaties of
producten van een organisatie met die van de beste in de
sector (of daarbuiten) om verbeterpunten te ontdekken en de
eigen prestaties te verbeteren
Proxy meetbaar vervangingsmiddel dat gebruikt wordt om iets te
schatten of te beoordelen dat niet direct meetbaar is
Evidence-practice gap kloof tussen onderzoek dat wetenschappers doen en wat er
‘gebeurd’ in de praktijk
3 Determinanten van gedrag
Intelligentie “a very general mental capability that, among other things,
involves the ability to reason, plan, solve problems, think
abstractly, comprehend complex ideas, learn quickly, and
learn from experience”
Mediator verklaart het verband tussen 2 variabelen, beschrijft hoe of
waarom twee variabelen met elkaar samenhangen
Moderatie variabele die verband tussen 2 variabelen beïnvloed,
beschrijft wanneer of onder welke omstandigheden een
effect optreedt
g-factor één overkoepelende, algemene intelligentiefactor die
iemands cognitieve prestaties op verschillende taken
verklaart
vloeiende intelligentie vermogen om logisch te redeneren, problemen op te lossen
= fluid intelligence (gf) en nieuwe informatie te begrijpen, onafhankelijk van
opgedane kennis of ervaring
Gekristalliseerde vermogen om kennis en ervaring toe te passen die je eerder
intelligentie = crystallized hebt opgedaan
intelligence (gc)
Terminale waarden einddoelen of levensdoelen die iemand belangrijk vindt om