Evaluatievorm:
- Schriftelijk examen = 40%
à meerkeuze: geen verhoogde cesuur of giscorrectie
- Studiebundel = 30%
à persoonlijk logboek = wekelijkse evaluatie
- Model & plannen = 30%
à evaluatie samen met jury OPO16
à voorbeelden in pwp =/= leren = informatief
Materialen les 2: hout
Tabel in pwp =/= kennen à hoe hout gebruiken in verschillende perioden
Vanaf middeleeuwen = kunnen veel fijner werken
Vanaf IR = beginnen met machines te werken
Nu = technologieën à computergestuurd + machinaal
HOUT
SOORTEN
Kaarten = bossen
Tropische bossen = steenbok-lijn & kreeft-lijn à warm + veel regen
- Amazonebekken
1
, - Congobekken
- Zuidoost-Azië
- Eilanden stille oceaan
= snelle groei van bomen/planten = warm & vochtig klimaat
è Niet verschillende seizoenen (constant klimaat) = hout groeit egaal
Bv. Teak, meranti, padoek, mahonie, afzelia, ipé, iroko, wenge, merbau
Boreale bossen = noordelijk halfrond
à hoge breedtegraden van Noord-Amerika & Eurazië (Scandinavië tot Oost-Siberië)
20% v bosareaal in wereld = dergelijke bossen
= minder regen = bomen blijven groen (evergreen)
Door: naalden hebben =/= zoveel water nodig als gewone boombladeren
à naaldwouden: dennen, sparren, lariks
= relatief kleine bomen, niet meer d 30m hoog = dichte schaduwrijke bosbodem
Constructiehout = meestal naaldhout
80% v constructiehout = naaldhout uit deze gebieden
Gematigde bossen: loof- of naaldbossen, gemende bossen, groenblijvende bossen
Loof: Ook noordelijk halfrond = vooral ten zuiden van boreale bossen
= tussen 30 & 50° noorderbreedte
Waaronder: oostelijke Verenigde staten, Europa, West-Turkije, Oost-Iran, West-China &
Japan
Meestal 4 verschillende seizoenen = bladeren in winter afgeworpen
è Verspreid op verschillende plaatsen
Loofbos: beuken, eiken, essen, populier, kerselaar, noten, esdoorn, olm
gemengd: loofhout en naaldhout in 1 bos
ONTGINNING
2
,kwaliteitslabels:
de forest stewardship council (FSC)
à kijkt nr goed behoud van bossen
= label garandeert d herkomst v hout = bos d duurzaam, verantwoord
beheerd bos
à vrij streng label
Doel:
- Sociaal, ecologisch & economisch verantwoord bosbeheer bevorderen
- Biodiversiteit in beheerde bossen beschermen
- Gebruiksrechten van lokale & inheemse gemeenschappen te respecteren
- Transparantie van bosbeheer en de handel in bosproducten
- Markt te faciliteren waar bedrijven & consumenten hout & andere producten uit
goed beheerde bossen kunnen identificeren & verkopen
PEFC (programme for the endorsement of forest certification)
gelijkenissen met FSC:
- Garanderen hout uit bossen met verantwoord beheer, rekening
houdend met milieu, sociaal & economische aspecten
- Stimuleren herplanting & selectieve kap
= maar werkt anders
Ipv: voor alle landen hetzelfde
à kijken naar landen apart
= minder streng als FSC
Kan & mag gemixt worden = 70% moet PEFC zijn
Duurzaam gebruik:
Fotosynthese:
Co2 & water = omgezet in suiker & zuurstof (terug afgegeven)
Vooral koolstof à wordt opgeslagen in boom (hout is opslag vr koolstof)
= wanneer koolstof terug uit hout = blijf in hout zitten behalve als: verbranden
Maar hergebruiken = beter
3
, Hoeveel:
Gewone boom: volwassen boom = 22kg co2 per jaar
Boom 50 jaar= 1,1 ton co2 per boom
Grote bomen = meer: 100 jaar oud = 3 ton co2
Co2-neutraal bouwen
1) Gebouw energieneutraal maken. Dit gebeurt volgens trias energetica
Trias energetica
= strategie om energiezuinig & duurzaam te bouwen
1. Beperk het energieverbruik = verspilling tegen te gaan
= compacte gebouwvorm
= goede isolatie van buitenschil
2. Maximaal energie v duurzame bronnen
= installatie van zonneboiler
= installatie van zonnepanelen
3. Efficiënt mogelijk energiebronnen gebruiken
= lage temperatuurverwarming
= beperken leidinglengten van wamwaterleidingen & leidingweerstand van
verwarmings- en ventilatiesystemen
= gebruikmaken van warmtepomp
2) Gebouw moet klimaatvriendelijk gerealiseerd worden. Dit kan door circulair
bouwen
= zoveel mogelijk herbruikbare grondstoffen & zo min mogelijk eindige bronnen
à door het sluiten van kringlopen
3) Alle overige uitstoot als gevolg van de bouw moet geminimaliseerd &
gecompenseerd worden
= werken met duurzame materialen
= werken met lokale materialen (korte keten)
EIGENSCHAPPEN
4