S
rts en maatschappij 3
A
,DIVERSITEIT
1
,Bias in de gezondheidszorg
Leerdoelen onderdeel Diversiteit: bias
L
● eerdoel 1: De student kent het theoretisch concept (definitie en soorten) van bias
● Leerdoel 2: De student kan delink tussen bias engezondheidszorgzien en het
toepassen in de praktijkals toekomstig arts
● Leerdoel 3: De student kent het concept vangewichtsbiasen de mogelijke aanpak
hiervan en kan dit toepassen in depraktijk
○ Hoe als toekomstig arts mee om gaan?
● Leerdoel 3: De student kent het concept vaninclusieve,niet stereotype casuïstieken
kan het toepassen op een praktijkvoorbeeld
Structuur les diversiteit
Lijn diversiteit in Arts & maatschappij
● Caleidoscoop: inzoomen op dimensie
● Relevantie: in de media
● Theorie
● In de praktijk
● Canmeds
● Leerdoelen / te kennen leerstof
In de media
Bias: altijd hebben als arts, ook in structuren vd gezondheidszorg:
● Welke medicatie getest?
● Bij welke populaties getest?
● Bij welke dieren?
⇒ vroeger: enkel mannelijke proefdieren ‘want vrouwelijke hun cyclus verstoord het’ ⇒ bias
Ophef over opiniestuk:
● nog altijd afbeeldingen die heel erg gebiased over gewicht
2
, ● R
aciale bias in zorg: in de opleiding ook nog raciale bias bv dermatologie: huidskleur en
pathologieën die niet worden aangetoond
Theorie
.
1 at is bias?
W
2. Curriculum diversiteit: ervaringen en bias
3. Soorten bias
4. Categorizatie en gezondheidszorg
Wat is bias?
https://youtu.be/OoBvzI-YZf4
ssociatiesdie gevormd worden door omgeving, ervaringen,
A
maatschappij, …zonderdat webewustzijn en die onsgedrag, ons
denken beïnvloeden(Sukhera & Watling, 2018)
1) Cognitief
2) Sociaal
3) Impliciet
S
● tereotype:veralgemeningvan een bepaalde karakteristiekvan een lid van een groep
● Vooroordeel: (positieve of negatieve)attitudenaargroepsleden obv bepaalde
karakteristieken, en het deel zijn van een groep
● Discriminatie: verschil inbehandelingvan bepaaldegroepsleden door individuen of
instituties
‘Thinking fast en slow’ (Kahneman, 2011)
● Systeem 1: automatische piloot
○ Op automatische piloot: snel handelen, snel lopen
○ Belangrijk bij overleving, snel handelen ⇒ werk goed kunnen doen
● Systeem 2: bewuste aandacht
○ Trager systeem ⇒ bias kunnen doorprikken
3
, spanningsveld belangrijk om te categoriseren en doorkijken want categorie is niet helemaal
⇒
waar
⇒ expertise helpt om in te schatten maar ook valkuil
Bv hartinfarct: snel denken indien man boven de 50j, roker ⇒ snel handelen
● Doordat zo een beeld sneller behandeld
● Behandeling bij vrouwen veel minder
● Relatief veel meer vrouwen sterven van hartinfarct
⇒ belangrijk exploreren: handelen met de bias voor als het er niet stereotype uitziet
Minder typische beelden ook herkennen: expertise en tijd voor nodig ⇒ bias in wet onderzoek
Soorten bias
1. Confirmation bias
○ Enkel oog voor de elementen die passen in verhaal
○ Bv liefdesverdriet: ‘alles gaat over de liefde’ ⇒ blikt wordt verengt
○ Boek over handicap: andere manier van diversiteit (etniciteit, …) helemaal niet
erin verwerkt
2. Halo/Horn effect
○ Bv Pieter is intelligent, geïnteresseerd, agressief OF bv Koen is agressief,
geïnteresseerd en intelligent ⇒ Pieter komt er beter uit want eerste woord blijft
hangen
○ Niet iedereen valt erin
3. Groepsvorming: in-group favoritisme
○ Eigen groep = mainstream norm
○ Bv klassieke muziek orkesten: vooral mannen ⇒ bij audities altijd mannen
gekozen ⇒ dan blinde audities (achter doek spelen) ⇒ veel meer vrouwen
○ Bv in een groep buitenlanders: 1 nederlander zien dan eerder naar die gaan
4. Out-group homogenity
○ Andere die niet op u lijken als 1 pot nat zien
○ ‘Probleem heeft te maken doordat de pt Marokkaans is’
○ Verschillen binnen 1 groep zijn eig groter dan de verschillen tussen groepen
■ Niet iedereen denkt hetzelfde over religie, politiek, ….
■ Bv ijsberg: onderdeel ervan = cultuur MAAR mensen vd zelfde cultuur ⇒
toch nog veel verschillen
○ Gevangenis: veel differentiatie bij gevangen
○ Bv moeilijker verschillen zien tussen mensen van aziatische afkomst
5. Stereotiepe kennis
○ Eigenschap koppelen aan een bepaalde categorie
■ Bv marokkanen hebben driller outfits
■ Bv stereotype gevangen
○ Bv vrouwen en mannenthee:
■ Vrouwen: gember, kamille bloesem thee ⇒ ‘ga slapen’
■ Mannen: met chili ⇒ opwekkend
⇒ associatie: tussen de bedoeling en verpakking
4
, 6. Red flag observatie
○ Bv slap handje geven = red flag
○ Oordeel komen met een actie
○ Bv red flag bij anamnese ⇒ alles daarvan bevragen en de rest verwaarlozen
○ Bv red flag bij stationsproef: in het begin zien dan moeilijk om de
rest vd stationsproef objectief te kijken
● www.onderhuids.nl
○ obv Harvard Implicit Association Test
○ Gaat over beelden en bepaalde associaties
● Lieke Asma (2024): Blinde vlekken
Categorisatie in gezondheidszorg
● A cognitive shortcut is useful when
○ the task is complex
○ Clinical judgement is needed fast
● A cognitive shortcut becomes problematic when
○ restricts the exploration of the patient symptoms and context
○ Limits the action we undertake for/with his person
Bv ik heb een hoge suiker ⇒ ‘diabeet’ en ga naar bepaalde afdeling en categorie
⇒ categoriseren = belangrijk maar belang van opnieuw opentrekken
● Medical training encourage the development of the capacity to categorize
● It allows to try and simplify information rapidly
● But it’s not a neutral process
● To maintain our categorization system, we tend to maximize the difference
between the categories AND minimize the difference inside a category
● The worst we know a ‘category’ the stronger our categorization process will be
● Implicit bias will influence the process of categorization
Stereotypes & Pygmalion effect (2022)
Obese mensen zijn lui en verantwoordelijk voor hun gezondheid
Ik verwacht niet van mijn obese patiënten dat zij hun
eetgewoontes/fysieke beweging veranderen
⇒ gevaar: ze gaan toch niet bewegen dus geen zin om te vagen
Ik ga obese mensen minder steunen in het proces van
gewichtsverlies
ijn obese patiënten verbeteren niet inzake hun gewicht
M
⇒ bevestiging v verwachtingen
5