Les 16: hier spreekt men Nederlands (p. 128-138)
Het afrikaans: een dochtertaal
PIDGINtalen (eenvoudige contacttalen)
• GEEN moedertaalsprekers
• WEL ‘overeenkomst’ tussen 2 of meerdere talen
• ontstaan snel in de omgang (dominante groep t.o.v. niet dominante)
• nieuwe taal van twee talen samengevoegd (mengtaal)
• gerichte en functionele communicatie (vb. handel, arbeid)
• basiswoordenschat dominante groep + vereenvoudigde grammatica van de eigen
moedertaal
• bij ontstaan zeer beperkt in gebruik (focus: handel en arbeid)
• later ook meer gesproken binnen sociale context
VS
CREOOLSE talen (p 138 kader)
• start gewoonlijk als een pidgin
• wnr pidgintaal wordt gebruikt buiten werk en wordt doorgegeven op eerstvolgende
generatie => hun moedertaal geworden => creools
• dus WEL moedertaalsprekers
• aanvankelijk werden slaven met dezelfde afkomst gescheiden van elkaar op de plantages
waar ze werkten, dit versnelde de evolutie van pidgins naar creoolse talen
• vb: Jamaicaans creools (Engels), Haïtiaans creools (Frans), Chavacano (Spaans)
ACCULTURATIE: proces wnr 2 culturen elkaars beginnen beïnvloeden op allerlei niveaus (bv. op vlak
van taal).
Extra blaadjes teksten lezen + 3 vragen ke
Oef 2 + 3
Afrikaans stamt niet van Zeeuws af maar van Hollands.
Hollands VS Nederlands
Verzameling van dialecten dat gesproken wordt Het Nederlands is de standaardtaal en staat
op specifieke plaatsen. daarboven.
TWEEDETAALVERWERVING
Vreemdetaalverwerving: het leren van de vreemde taal in de eigen omgeving (bv.module Spaans)
Tweedetaalverwerving: het leren v/d nieuwe taal in de omgeving waar de taal gesproken wordt =>
interferentie => de taalgebruiker past regels/ kenmerken eigen taal toe op nieuwe taal die je leert.
Taalgebruik uit de ene taal interfereert met het taalgebruik uit de andere taal. Interferentie treedt dus
slechts op wanneer de spreker zich van (ten minste) twee talen bedient. Vaak ene taal moedertaal, de
2e taal er een is die hij bezig is te leren => dominantie van de moedertaal en haar regels, waarmee de
spreker onbewust vertrouwd is, ten koste van de relatief onbekende tweede taal. Interferentie treedt
op bij klanken, zinsbouw, grammatica en woordgebruik. Gevolg? Taalverandering => er treedt
pidginisering op: onder druk der omstandigheden ontstaat een nieuwe mengtaal, die echter voor de
sprekers geen moedertaal is.
Onvolledige taalverwerving: bv: baie => veel/vaak, het wordt gebruikt maar is niet volledig
overgenomen. Want hoeveel bestaat ook in afrikaans. Het bestaat dus naast elkaar.
Het afrikaans: een dochtertaal
PIDGINtalen (eenvoudige contacttalen)
• GEEN moedertaalsprekers
• WEL ‘overeenkomst’ tussen 2 of meerdere talen
• ontstaan snel in de omgang (dominante groep t.o.v. niet dominante)
• nieuwe taal van twee talen samengevoegd (mengtaal)
• gerichte en functionele communicatie (vb. handel, arbeid)
• basiswoordenschat dominante groep + vereenvoudigde grammatica van de eigen
moedertaal
• bij ontstaan zeer beperkt in gebruik (focus: handel en arbeid)
• later ook meer gesproken binnen sociale context
VS
CREOOLSE talen (p 138 kader)
• start gewoonlijk als een pidgin
• wnr pidgintaal wordt gebruikt buiten werk en wordt doorgegeven op eerstvolgende
generatie => hun moedertaal geworden => creools
• dus WEL moedertaalsprekers
• aanvankelijk werden slaven met dezelfde afkomst gescheiden van elkaar op de plantages
waar ze werkten, dit versnelde de evolutie van pidgins naar creoolse talen
• vb: Jamaicaans creools (Engels), Haïtiaans creools (Frans), Chavacano (Spaans)
ACCULTURATIE: proces wnr 2 culturen elkaars beginnen beïnvloeden op allerlei niveaus (bv. op vlak
van taal).
Extra blaadjes teksten lezen + 3 vragen ke
Oef 2 + 3
Afrikaans stamt niet van Zeeuws af maar van Hollands.
Hollands VS Nederlands
Verzameling van dialecten dat gesproken wordt Het Nederlands is de standaardtaal en staat
op specifieke plaatsen. daarboven.
TWEEDETAALVERWERVING
Vreemdetaalverwerving: het leren van de vreemde taal in de eigen omgeving (bv.module Spaans)
Tweedetaalverwerving: het leren v/d nieuwe taal in de omgeving waar de taal gesproken wordt =>
interferentie => de taalgebruiker past regels/ kenmerken eigen taal toe op nieuwe taal die je leert.
Taalgebruik uit de ene taal interfereert met het taalgebruik uit de andere taal. Interferentie treedt dus
slechts op wanneer de spreker zich van (ten minste) twee talen bedient. Vaak ene taal moedertaal, de
2e taal er een is die hij bezig is te leren => dominantie van de moedertaal en haar regels, waarmee de
spreker onbewust vertrouwd is, ten koste van de relatief onbekende tweede taal. Interferentie treedt
op bij klanken, zinsbouw, grammatica en woordgebruik. Gevolg? Taalverandering => er treedt
pidginisering op: onder druk der omstandigheden ontstaat een nieuwe mengtaal, die echter voor de
sprekers geen moedertaal is.
Onvolledige taalverwerving: bv: baie => veel/vaak, het wordt gebruikt maar is niet volledig
overgenomen. Want hoeveel bestaat ook in afrikaans. Het bestaat dus naast elkaar.