Hfdst 3) Perspectief van de media
20. Ze zorgen ervoor dat ontv boodschap snel kan begrijpen. Reclamemakers maken hier
graag gebruik van -> ze willen er zeker van zijn dat hunne eruit springt. Stereotypen zijn al
bekend bij ontvanger dus deel van het werk is al gedn.
21. stereo: karakteristieke kenmerken toeschrijven aan groepen, je hebt nauwelijks contact
met die groepen. Stereotypen horen bij socialisatie
Contrastereo: realistische weerspiegeling huidige samenleving. Niet typische m en v rollen.
22. en 23. en 24. zie p 79-80 (+ oef p.81-82)
25. zie p.84 bovenaan
26. Elke selectie is subjectief. Vaak komt de keuze van de ene journalist niet overeen met die
van de andere. Altijd subj omdat het geselecteerd werd. journalist gaat nieuwswaardig feit
verwerken door door hem gekozen selectiecriteria.
27. Vanaf dat een journalist bewust het nieuws gaat aanpassen. Wanneer de objectiviteit
zoek is. Wnr de waarheid wordt bewerkt om zo de ontv te beïnvloeden.
28. (eig mening). Ja, er zijn gevallen waarbij ik manipulatie verantwoord vind, als je zo je
boodschap door iets te manipuleren beter naar de mensen kan overbrengen mag dit. In
sommige gevallen is het belangrijker dat de boodschap juist overkomt doordat er een klein
iets is aangepast, dan dat de boodschap helemaal niet doordringt.
29. Beeldmanipulatie:
1) geringe enscenering: fotograaf zorgt voor een bep camerastandpunt, wrdr een foto een
ander of meer dramatisch effect krijgt. (bv. Foto aangespoeld kind)
2) verregaande enscenering: cameraman of fotograaf zet bewust dingen in scene. De
gebeurtenissen op foto’s lijken authentiek, maar ze werden verregaand door c of f
gemanipuleerd.
30. het verdraaien van woorden door de pers. (+31.)
32. zie p. 96 (+33.) (+ zie oef p 97)
Hfdst 4) mediaconcentratie en mediabeleid (studio 100!!!)
34. Mediaproducten (tv-programma’s, artikels…) leggen een hele weg af voor ze ons
bereiken. Bij elke stap een waardetoevoegende activiteit -> drm waardeketen.
35.Waardeketen voor mediaproducten: (zie schema p.101)
1. Bovenste rij: creatie v content (inhoud). (bv. Joournalist schrijft artikel voor krant)
2. Tweede rij: aggregatie, mediaproducten 1. samengevoegd tot > mediaproduct.
(bv.Versch artikels in drukkerij samengevoegd tot 1 krant)
3. Derde rij: distributie, mediaproduct geleverd aan consument. (bv.Kranten -> winkels)
20. Ze zorgen ervoor dat ontv boodschap snel kan begrijpen. Reclamemakers maken hier
graag gebruik van -> ze willen er zeker van zijn dat hunne eruit springt. Stereotypen zijn al
bekend bij ontvanger dus deel van het werk is al gedn.
21. stereo: karakteristieke kenmerken toeschrijven aan groepen, je hebt nauwelijks contact
met die groepen. Stereotypen horen bij socialisatie
Contrastereo: realistische weerspiegeling huidige samenleving. Niet typische m en v rollen.
22. en 23. en 24. zie p 79-80 (+ oef p.81-82)
25. zie p.84 bovenaan
26. Elke selectie is subjectief. Vaak komt de keuze van de ene journalist niet overeen met die
van de andere. Altijd subj omdat het geselecteerd werd. journalist gaat nieuwswaardig feit
verwerken door door hem gekozen selectiecriteria.
27. Vanaf dat een journalist bewust het nieuws gaat aanpassen. Wanneer de objectiviteit
zoek is. Wnr de waarheid wordt bewerkt om zo de ontv te beïnvloeden.
28. (eig mening). Ja, er zijn gevallen waarbij ik manipulatie verantwoord vind, als je zo je
boodschap door iets te manipuleren beter naar de mensen kan overbrengen mag dit. In
sommige gevallen is het belangrijker dat de boodschap juist overkomt doordat er een klein
iets is aangepast, dan dat de boodschap helemaal niet doordringt.
29. Beeldmanipulatie:
1) geringe enscenering: fotograaf zorgt voor een bep camerastandpunt, wrdr een foto een
ander of meer dramatisch effect krijgt. (bv. Foto aangespoeld kind)
2) verregaande enscenering: cameraman of fotograaf zet bewust dingen in scene. De
gebeurtenissen op foto’s lijken authentiek, maar ze werden verregaand door c of f
gemanipuleerd.
30. het verdraaien van woorden door de pers. (+31.)
32. zie p. 96 (+33.) (+ zie oef p 97)
Hfdst 4) mediaconcentratie en mediabeleid (studio 100!!!)
34. Mediaproducten (tv-programma’s, artikels…) leggen een hele weg af voor ze ons
bereiken. Bij elke stap een waardetoevoegende activiteit -> drm waardeketen.
35.Waardeketen voor mediaproducten: (zie schema p.101)
1. Bovenste rij: creatie v content (inhoud). (bv. Joournalist schrijft artikel voor krant)
2. Tweede rij: aggregatie, mediaproducten 1. samengevoegd tot > mediaproduct.
(bv.Versch artikels in drukkerij samengevoegd tot 1 krant)
3. Derde rij: distributie, mediaproduct geleverd aan consument. (bv.Kranten -> winkels)