HOOFDSTUK 4: BREUKLIJNEN IN DE SAMENLEVING
1)MENINGSVERSCHILLEN
Kunnen zorgen voor scheidingslijn tussen groepen
o In-groep: sociale groep waartoe je behoort en met wie je je als lid van de groep
identificeert. (wij-groep)
o Out-groep: groep waarmee je je niet identificeert. Je bevindt je buiten groep (zij-
groep).
Polarisering: er is sprake van versterking (of uitvergroting) van tegenstellingen tuss
groepen.
Tegenstrijdige belangen => conflict => breuklijnen in de samenleving
De verschillende gradaties
1 Maatschappelijke tegenstellingen: conflicten in samenleving over één specifiek
maatsch probleem.
2 Maatschappelijke scheidingslijnen: conflicten of meningsverschillen over
samenhangend geheel van conflicten.
3 Maatschappelijke breuklijnen: de samenleving draagt het conflict met zich mee en is
er echt door getekend.
Oef p 70!!!!
2)BREUKLIJNEN OP VERSCHILLENDE NIVEAUS
Fundamentele breuklijnen => ku ervoor zorgen dat samenleving sociale cohesie verliest.
Individuen die niet in de samenleving horen en worden uitgesloten ervaren de scheiding in
de samenleving op drie niveaus:
1 Relationele breuk: binnen sociale klassen geven individuen elkaar steunen maatsch
erkenning. Onderlinge banden belangrijk. In elke maatsch categorie aan positie
status verbonden. Over de categorieën heen geen verbondenheid: relationele breuk.
Uitgesloten individuen geen contact leggen met anderen => minderwaardig en
onmacht. (bv. armen hebben geen of weinig banden met sociale posities waaraan
hogere status vastzit).
2 Maatschappelijke breuk: voelen zich uitgesloten van arbeidsmarkt en culturele en
maatsch leven. Nieuwe breuklijn => scholingsgraad. (bv. armen kunnen niet naar
cinema)
3 Ruimtelijke niveau: woonplaats. Er ontstaan geleidelijk aan specifieke buurten of
wijken (‘uitgesloten’ ‘grootverdieners’). Afhankelijk verschil in inkomen.
Groeiende inkomensongelijkheid => verhoogt kans residentiele segregatie. Moeilijk
voor armen deel te nemen aan globale maatschappij.
Oef 6 p73
1)MENINGSVERSCHILLEN
Kunnen zorgen voor scheidingslijn tussen groepen
o In-groep: sociale groep waartoe je behoort en met wie je je als lid van de groep
identificeert. (wij-groep)
o Out-groep: groep waarmee je je niet identificeert. Je bevindt je buiten groep (zij-
groep).
Polarisering: er is sprake van versterking (of uitvergroting) van tegenstellingen tuss
groepen.
Tegenstrijdige belangen => conflict => breuklijnen in de samenleving
De verschillende gradaties
1 Maatschappelijke tegenstellingen: conflicten in samenleving over één specifiek
maatsch probleem.
2 Maatschappelijke scheidingslijnen: conflicten of meningsverschillen over
samenhangend geheel van conflicten.
3 Maatschappelijke breuklijnen: de samenleving draagt het conflict met zich mee en is
er echt door getekend.
Oef p 70!!!!
2)BREUKLIJNEN OP VERSCHILLENDE NIVEAUS
Fundamentele breuklijnen => ku ervoor zorgen dat samenleving sociale cohesie verliest.
Individuen die niet in de samenleving horen en worden uitgesloten ervaren de scheiding in
de samenleving op drie niveaus:
1 Relationele breuk: binnen sociale klassen geven individuen elkaar steunen maatsch
erkenning. Onderlinge banden belangrijk. In elke maatsch categorie aan positie
status verbonden. Over de categorieën heen geen verbondenheid: relationele breuk.
Uitgesloten individuen geen contact leggen met anderen => minderwaardig en
onmacht. (bv. armen hebben geen of weinig banden met sociale posities waaraan
hogere status vastzit).
2 Maatschappelijke breuk: voelen zich uitgesloten van arbeidsmarkt en culturele en
maatsch leven. Nieuwe breuklijn => scholingsgraad. (bv. armen kunnen niet naar
cinema)
3 Ruimtelijke niveau: woonplaats. Er ontstaan geleidelijk aan specifieke buurten of
wijken (‘uitgesloten’ ‘grootverdieners’). Afhankelijk verschil in inkomen.
Groeiende inkomensongelijkheid => verhoogt kans residentiele segregatie. Moeilijk
voor armen deel te nemen aan globale maatschappij.
Oef 6 p73