Boeken: Levensfasen (pg. 1 t/m 22) & Ontwikkelingsgerontologie (pg. 23 t/m 38)
Hoofdstukken: Levensfasen: H1 t/m H8 & Ontwikkelingsgerontologie: H1 t/m H4, H6 & H7
Jaar: 2021
Levensfasen:
H1. Prenatale periode.
Wat betekent ‘conceptie’?
Bevruchting.
Wat zijn ‘prenatale leerervaringen’?
Bewuste of onbewuste ervaringen van de moeder tijdens haar zwangerschap.
Benoem de 2 categorieën van lichamelijke ontwikkeling:
1. Ontogenese
Het individu.
2. Fylogenese
Het soort.
Benoem 3 dingen waarvan ontwikkeling afhankelijk van is:
1. Groei
2. Rijping
3. Leren
Wat is een ‘zygoto’?
Een bevruchte eicel.
Wat is de ‘prenatale fase’?
De rijpingsperiode in de baarmoeder.
Benoem de3 belangrijkste trimesters van de prenatale fase:
1. De innesteling (2 weken) & ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel, ogen, hart,
oren, tanden, gehemelte (6 weken).
2. Foetus beweegt, reflexen worden ontwikkeld.
3. Snelle gewichtstoename, vaste positie, klaar om te bevallen.
Wat zijn ‘reflexen’?
Onbewuste en automatische reacties op prikkels.
Waar geven reflexen informatie over bij een ongeboren kind?
Het functioneren van de hersenen en de motoriek.
1
,Benoem de 8 reflexen die een ongeboren kind kent:
1. Uterine withdrawal reflex
Terugtrekken.
2. Moro reflex
Schrikken, armen en benen spreiden
3. Babinskyreflex
Grijpen van de voeten
4. Palmar reflex
Grijpreflex, dingen vastpakken
5. Asymmetrische tonische nekreflex
Hoof buigen en trekken van het been en arm van de ander kant.
6. Sipan gatant reflex
Stimulatie buik zorgt voor buigen
7. Rooting/sucking reflex
Zuigereflex
8. Tonische labyrinthine reflex forewards
Bewegen hoofd boven en onder het niveau van de ruggengraat door.
Benoem de 7 westerse visies over het ontwikkelen van het bewustzijn:
1. Leertheoretische - / behavioristische visie
De omgeving.
2. Biologische visie
Interne en erfelijke factoren.
3. Omgevingspsychologische visie
Wisseling van sociale en ruimtelijke omgeving.
4. Cognitievistische visie
Informatieverwerking en zelfsturing
5. Psychologische visie
Opvoeding
6. Humanistische visie
Individuele belevingen, zelfontplooiing en verantwoordelijkheden
7. Bio-ecologische visie
Invloeden van buitenaf geven zelfbewust vorm
Wat speelt geen belangrijke rol in het bewustzijn?
Het langer termijngeheugen.
Wat is ‘thalomide’?
Een rustgevend medicijn, in Nederland heet het softenon
Wat zijn ‘softenonkinderen’?
Kinderen die beperkt zijn geraakt doordat er tijden de prenatale fase softenon is gebruikt.
Dit kan leiden tot: vertraagde groei, gedragsstoornissen, functiestoornissen en zelfs de dood.
2
,Wat zijn ‘teratogene factoren’?
Middelen van buitenaf die een schadelijk invloed hebben op het kind in de prenatale
ontwikkeling.
Benoem 3 verschillende ‘teratogenen’: (14 punten)
Alcohol
Drugs
Medicijnen
Ondervoeding
Chemicaliën
Stralingen
Ongelukken
Infecties
Psychische ziekten
Zware stress
Leeftijd moeder
Leeftijd vader
Te kleine moederkoek
Te kleine placenta
H2. De geboorte en de eerste zes maanden.
Wat is een ‘axytocine’?
Een hormoon dat bij zowel het kind als de moeder afgegeven wordt tijdens de bevalling.
Helpt bij de bevalling.
Wat zijn ‘neurologische stoornissen’?
Stoornissen in het denken en/of bewegen.
Wat zijn ‘prenatale risico’s’?
Risico factoren tijdens een geboorte (bijv. vroeggeboorte)
Wat betekent ‘prematuriteit’?
Vroeggeboorte.
Wat zijn ‘prenatale complicaties’?
Complicaties die na de geboorte tot uiting komen.
Wat is een ‘neonaat’?
Een pasgeboren baby.
Wat is de betekenis van het verdwijnen van primaire reflexen?
Dat het centraal zenuwstelsel zich verder ontwikkeld.
3
, Benoem 3 reflexen die relatief snel verdwijnen na de geboorte: (8 punten)
Snuffel-/zoekreflex
Loopreflex
Zwemreflex
Bijtreflex
Wrug-/kokhalsreflex
Mororeflex
Zuigreflex
Babinskyreflex
Wat betekent het als de bovenstaande reflexen niet tijdig verdwijnen?
Dat kan duiden op een hersenbeschadiging.
Benoem 2 groeirichtingen waarlangs de ontwikkeling zich volstrekt:
1. Cefalacaudale groeirichting
De groeispurt van boven naar beneden (tot 6 jaar).
2. Proximodistate groeirichting
Eerst de romp, daarna de ledematen (vanaf 6 jaar).
Wat verstaan we onder de ‘fijne motoriek’?
Kleine bewegingen.
Wat is ‘leren’?
Een blijvende verandering op grond van ervaringen.
Wat is een bepalende factor bij groei en rijping?
De genen.
Wat is een bepalende factor bij leren?
Een (toevallige) ervaring. Eerste ervaringen doen baby’s op via hun zintuigen en binnen de
grenzen van hun eigen lichaam.
Wat houdt ‘situationele dwang’ in?
Als het je niet lukt om afstand te nemen van de geboden situatie.
Wat zijn ‘sensomotorische ervaringen’?
De wereld leren kennen doormiddel van motoriek.
4