1.1. VERZAMELT DE ONDERZOEKER DE GEGEVENS OP DE JUISTE MANIER?
1.1.1. MEETBAAR MAKEN VAN KENMERKEN
- Eerst goed nadenken hoe we een bepaald kenmerken kunnen meten
- veel kenmerken in de menswetenschappen zijn niet rechtstreeks (empirisch)
waarneembaar, maar worden afgeleid uit het gedrag (bv: lengte)
o = empirische kenmerken
- Kenmerken die je moet afleiden uit gedrag bv: agressie of motivatie
o = operationaliseren = proces aan de hand waarvan we niet-empirische
eigenschappen meetbaar maken
1.1.1.1. OPERATIONALISEREN
= observeerbaar en meetbaar maken van abstracte, complexe begrippen (=
constructen) in concrete meetbare karakteristieken (= variabelen)
- Variabelen
o = observeerbare kenmerken die tussen mensen en tijdstippen kunnen
variëren
- Waarde die een variabele kan aannemen kan
o Kwantitatief zijn cijfers
o Kwalitatief zijn woorden, symbolen of tekeningen
- Hoe?
o Stap 1: Bepaal het begrip (concept) dat je wil onderzoeken, vb agressie
Tip: Zoek een goeie omschrijving of definitie in een
(wetenschappelijk) woordenboek
o Stap 2: Zoek een manier om het meetbaar te maken
Tip: Ga eerst na of het begrip subdimensies bevat aan de hand
waarvan het begrip kan verfijnd worden
o Stap 3: Bepaal concrete gedragsindicatoren waarmee de variabele zal
uitgedrukt worden
o Stap 4: Denk na over het soort gegevens dat de meting zal opleveren:
bepaalt de analyse
Kwantitatieve data: denk na over het meetniveau van de cijfers die
het zal opleveren
Kwalitatief onderzoek: denk na over de parameters waarop je je zult
baseren
Vb. De grootte van de tekening, de manier waarop iemand
iets zegt…
- Zelf meetinstrument
opmaken tabel
1
,- Bestaand meetinstrument gebruiken bv: vragenlijsten
o Een vraag bij vragenlijst = item
o Gelijksoortige items vormen samen een = subschaal
1.1.1.2. MEETNIVEAUS
- Kwantitatieve variabelen monden uit in cijfers
- De mate waarin een cijfer ook een getalsmatige betekenis heeft (en je er
bewerkingen mee mag doen), verschilt volgens het meetniveau
- 4 verschillende meetniveaus
o Nominaal: cijfers duiden een categorie
aan
o Ordinaal: info over de rangorde
waarover dingen zich presenteren +
afstanden niet gelijkaardig
o Interval: gekozen nulpunt tellen na
maar ook voor nulpunt bv: jaar, graden,
IQ
o Ratio: systeem waar cijfers worden
geplaatst + afstanden wel gelijk (2 is helft van 4)
1.2. DATAVERZAMELINGSMETHODEN
- Data = gegevens
o Kwantitatieve data = cijfers
o Kwalitatieve data = woorden, verhalen, tekeningen, betekenissen…
- 5 verschillende dataverzamelingsmethoden:
o Vragenlijst
o Observatie
o Interview
o Focusgroep
2
, o Desk research
1.2.1. VRAGENLIJST
- Ideaal om op een snelle manier kwantitatieve data te verzamelen
o Open vragen vermijden
Reden: vraagt teveel inspanning van mensen, en levert daarom
doorgaans weinig kwaliteitsvolle antwoorden op
- Keuze tussen bestaande vragenlijsten versus een zelf opgestelde enquête
o Zelf enquête opstellen niet makkelijk !
- Verschillen van elkaar inzake
o Soort vragen (3)
Meerkeuzevragen
Slechts 1 antwoord mogelijk
Meerdere antwoorden mogelijk
Schaalvragen
4 tot 7 antwoordmogelijkheden
o Vermijden van neutrale middencategorie ( satisficing
= mensen zijn rap blij met hun antwoorden en gaan
niet in detail) verplicht laten kiezen
Niet rechtstreeks observeerbaar + moeilijk kwantificeerbaar
gedrag Likertschalen gebruiken
Reversed items = aandacht tijdens het invullen scherp
houden + betrouwnaarheid verhogen
Demografische vragen
Bv: geslacht, leeftijd, opleidingsniveau
Is de start
Doel = achtergrondkenmerken van je steekproef
representatief?
Handig zijn om in analyse de verschillen tussen groepen
mensen te onderzoeken
o Formulering van vragen en antwoorden
Vragen en antwoorden moeten neutraal, concreet en specifiek zijn
Neutraal: vermijd suggestieve vragen Vb: Vindt u ook niet
dat de directeur teveel macht heeft?
Concreet: wees concreet inzake tijd, plaats, frequentie
o Vb: ‘onlangs’ ‘in de afgelopen week’ / ‘ergens’
‘overdag op uw werk’ / ‘vaak’ ‘3 keer per dag’
Specifiek: vermijd vage woorden Vb: Hebt u wel eens contact
met uw buren? Geef eventueel een voorbeeld of extra
toelichting
o Vb: ‘Met ‘contact’ bedoelen we op bezoek gaan bij
buren, buren thuis ontvangen, samen iets doen, een
praatje maken, dus meer dan alleen groeten
5 valkuilen
Vermijd overlappende antwoorden
o Antwoordopties elkaar uitsluiten
Vermijd verwarrende formulering van antwoordopties
o Formulering van antwoord aansluit bij vraag
3
, o Vermijd dubbele vragen
o Vermijd dubbele ontkenningen
Vermijd onlogische rangschikking van antwoordopties
o Maak de vraag logisch en niet nodeloos moeilijk
Vermijd onvolledige antwoordopties
o Zorg dat de antwoordopties alle mogelijkheden
afdekken
Vermijd overbodige vragen
o Maak gebruik van routing = volgorde van vragen
worden aangepast aan antwoorden
Bv: ben je getrouwd : ja: hoelang / nee: ga
naar vraag 3
- Stappenplan onderzoek met vragenlijst
o Fase 1: Voorbereiding
Definieer populatie, steekproefkader en steekproefgrootte! WANT:
kwantitatief onderzoek = je hebt veel respondenten nodig
Kies je voor een bestaande vragenlijst of maak je zelf een enquête?
Voordeel van bestaande vragenlijst: betrouwbaar + valide
o Betrouwbaar = herhaalbaarheid
o Valide = geldigheid
Nadeel van een bestaande vragenlijst: zijn niet altijd
(helemaal) op maat
Zelf maken
Goed nadenken welke soort vragen
o Inhoudelijk moeten motiveren
o Formulering
o Meetniveau van je antwoordschalen
Vragenlijst op voorhand in een ministeekproef proefdraaien
= piloteren
Doel : check duur, begrip en eventuele feedback
o Fase 2: uitvoering
Schriftelijk of mondeling
Schriftelijk: kan makkelijk online (vb Google Forms, Microsoft
Forms)
Mondeling: vooral interessant indien ook open vragen erbij
(mixed methods)
o Fase 3: verwerking
Alle data komen in een Excel-bestand terecht = datamatrix
Op basis daarvan kun je kwantitatieve data-analyse doen
Vaak voorkomend probleem: non-respons
= niet invullen van de vragenlijst en/of bepaalde vragen
openlaten*
o * = kun je vermijden door vragen te verplichten:
mensen kunnen dan niet verder gaan als een vraag
niet is ingevuld
Hoe zoveel mogelijk mensen je (online) vragenlijst laten invullen?
Timing: best op een werkdag tussen 6u-9u + geef duidelijke
deadline aan (en eventuele reminder)
Beloning, vb via verloten
4
, Geef duidelijk aan hoelang de vragenlijst zal duren (aantal
vragen + tijdsbalk)
- Voordelen
o Je krijgt op een snelle manier veel gegevens over een grote groep van
mensen
o Iedereen krijgt dezelfde vragen
- Nadelen
o Mensen kunnen zich op een vragenlijst anders of beter voordoen dan ze in
werkelijk zijn (indien ‘beter’, dan spreken we van ‘sociale wenselijkheid’)
Vb. Hoe vaak lieg je? nooit – soms – altijd
o Mensen hebben soms de neiging om een vragenlijst snel en oppervlakkig in
te vullen (dit fenomeen noemen we ‘satisficing’) Vb. Op elke vraag waar
een mening wordt gevraagd de categorie ‘neutraal’ kiezen
1.2.2. OBSERVATIE
- Wat? Focus op gedrag en handelen van mensen
o Itt vragenlijsten: wat denken ze, hoe interpreteren ze
- Verbaal én non-verbaal gedrag
- Kan zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie opleveren
- 4 soorten observaties verschillende manieren + combinaties mogelijk
o Participerende vs niet-participerende observatie
Participerend: deel uit vaan fenomeen dat je observeert
Niet-participerend: je observeert vanop afstand
o Open vs verborgen observatie
Open: respondenten weten dat je hen observeert
Gevaar: aanwezigheid kan natuurlijk gedrag verstoren
o Sociale wenselijkheid + Hawthorne effect
Verborgen: respondenten weten het niet + toestemming vragen
Natuurlijk gedrag wel zien
o Gestructureerde vs niet-gestructureerde observatie
Gestructureerd: Je hebt op voorhand een observatieschema ligt
vast welk gedrag je zult observeren, andere elementen worden
genegeerd
Zo’n schema kan uitmonden in kwantitatieve of kwalitatieve
data
o Kwantitatief: bv turven
o Kwalitatief: bv: hoe reageert begeleider op gedrag
Niet-gestructureerd / vrije observatie : noteert alles in vorm van
uitgeschreven verslag
o Directe vs indirecte observatie
Direct: voert observatie uit op moment dat het zich voordoet
Indirect: observeert de resultaten van gedrag en niet gedrag zelf
- Registratie van observatie 4 manieren
o Beschrijvende methode (ongestructureerd/vrije observatie)
Focus is breed
Verkennend
o Turven (gestructureerd)
5
, Tellen hoe vaak bepaald gedrag binnen bepaald tijd wordt gesteld
Levert kwantitatieve data op
o Codeersysteem
Snel en onopvallend
Vooraf codes aan bepaalde elementen die vanuit je
onderzoeksvraag interessant zijn bv: gebeurtenissen, gedragingen
o Beoordelingsschalen
Cijfer geven in hoeverre gedrag of kenmerk aanwezig is
LET OP: kan subjectief zijn als betekenis van cijfer niet op voorhand
bepaald is
Is ordinaal
Verhoogt de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
- Voordelen
o Je krijgt inzicht in het werkelijke gedrag
o Je krijgt inzicht op de bredere context en de setting
o Relatief goedkoop
- Nadelen
o Tijdrovend en intensief
o Objectiviteit: opletten voor selectiviteit + interpretatie
o Ethische kwesties: kan niet bij gevoelige en taboe geladen onderwerpen
o !! Mensen gedragen zich soms anders als ze weten dat ze geobserveerd
worden
Hawthorne-effect
- Niet gemakkelijk
o Menselijke waarneming is niet onfeilbaar selectief
o Interpreteren wat we waarnemen subjectief
Halo-effect: 1 positief kenmerk straalt af op hele persoon
Horns-effect: 1 negatief kenmerk straat af op hele persoon
1.2.3. INTERVIEW
- Wat:
o je stelt mensen vragen met als doel inzicht te krijgen in hun gedrag,
waarnemingen, gevoelens, overtuigingen
- Hoe:
o Face-to-face of telefonisch, video-call
- Wanneer?
o Kan zowel bij de start (oriëntering)
o Om verdiepende informatie te verkrijgen
o Als op het einde, vb. om een beter inzicht te krijgen op de
betekenis/implicatie van de resultaten
- 3 soorten interviews
o Face-to-face vs telefonisch/online
o Individueel vs in groep
Individueel: diepgaand = ‘diepte-interview’
Kan tot > 1u duren
In groep: zie verder focusgroep laat ook interactie tussen mensen
toe
o Gestructureerd vs ongestructureerd
Mate waarin de vragen en antwoordmogelijkheden vast liggen
6
, Gestructureerd: vragen + antwoordmogelijkheden liggen op
voorhand vast
Ongestructureerd: open vragen
Semi-gestructureerd : thema’s of vragen zijn
neergeschreven, volgorde ligt niet vast maar ruimte voor
uitbreiding
o Topiclijst: lijst van onderwerpen
o Vragenprotocol: uitgeschreven interviewvragen
- Hoe afnemen
o Soorten vragen kwaliteiten van de antwoorden wordt bepaald door
kwaliteit van de vragen
Open of gesloten vragen
Concretiseren / verdiepen / verbreden
o Best interview opnemen mits toestemming
Nadien transcript uitschrijven
Verbatim = alles letterlijk uitschrijven, incl. verkeerde
zinsconstructies, tussenwoordjes, non-verbaal gedrag (stilte,
kuchen, lachen)
o Volgorde van vragen
- Voordelen
o Je kunt doorvragen als iets niet
duidelijk is
o Je kunt (voorzichtig) dieper
graven bij thema’s die moeilijk
zijn of gevoelig liggen
o Je kunt tijdens het interview gebruik maken van minder-talige
methodieken, zoals spelvorm bij kinderen
- Nadelen
o Erg arbeidsintensief, zowel voor de interviewer als voor de geïnterviewde
o De steekproef blijft doorgaans klein, dus opletten met veralgemeningen
o Je moet rekening houden met factoren die het interviewresultaat kunnen
beïnvloeden, vb ook jouw aanwezigheid (!)
o Niet anoniem
1.2.4. FOCUSGROEP
- = gestructureerde groepsdiscussie combi met interview en discussie
- Hoe
o Homogeen samengestelde groep(en)
Best meerdere groepen (om te kunnen vergelijken + tot saturatie)
Van 6 tot 12-deelnemers
Duurt 1 tot 2 uur
o Gespreksleider (= ‘moderator’)
o Belang van interactie tussen de deelnemers!
- Wanneer
o Start van onderzoek: verkennen van onderwerp, verzamelen van
verschillende opvattingen over een thema
7
, o Einde: bespreking van uitkomst van een onderzoek
- Stappenplan focusgroep
o Fase 1: Voorbereiding
Baken het onderwerp goed af
Zoek goede locatie en tijdstip
Plan de focusgroep (je nodigt best méér mensen uit dan je nodig
hebt ifv uitval!)
Communiceer duidelijk over waar, hoe en wanneer (stuur
herinneringsmail)
Zoek ondersteuning voor de praktische zaken (camera,
tijdsbewaking, verslag…)
Voorbereiding op het gesprek zelf
Draaiboek
Topiclijst/Vragenprotocol
o Fase 2: uitvoering
Verwelkoming, praktische afspraken (duur, pauze, respect voor
elkaars mening)
Eigenlijke gesprek
Openingsvraag
Introductievragen
Overgangsvragen
Sleutelvragen
Afrondingsvragen (= besluitende vragen)
o Stap 3: verwerking
Verwerk de gegevens vóór een eventuele volgende focusgroep
Breng alles samen in één samenvattend manuscript (welke vragen
je hebt gesteld, wat door wie werd verteld, observaties)
- Technieken om groepsgesprek op gang te trekken
o Eerst brainstormen via post-its en die dan bespreken
o Eerst individueel/per duo/in team een denkoefening doen
Vb. zinnen vervolledigen, foto’s sorteren, obv dromen en fantasieën
o Eerst individueel/per duo/in team iets creëren
Vb. collage maken, tekeningen of kunstwerk maken…
- Voordelen
o Levert snel veel informatie van meerdere mensen tegelijk
o Ruimte voor verschillende meningen en standpunten
o Laat toe om groepsdynamiek te bestuderen
o Informeel en flexibel
o Relatief eenvoudig en goedkoop
- Nadelen
o Niet representatief en generaliseerbaar
o Geen eenvoudige analyse
o Als onderzoeker moet je meerdere rollen opnemen: mensen ontvangen,
modereren, observeren, tijd bewaken(tip: doe het met 2!)
o Groepsdynamiek: dominante versus schuchtere mensen, slechthorenden
1.2.5. DESK RESEARCH
= onderzoek doen met reeds bestande data
- Kwantitatief: door gebruik te maken van ‘statistische databanken’
8
,- Kwalitatief bv. Welke kinderboeken zijn er in de afgelopen 5 jaar verschenen over
‘dood gaan’?
1.3. KWALITEIT VAN DATAVERZAMELIONGSMETHODEN
- Betrouwbaarheid
o = herhaalbaarheid en standvastigheid van de meting
o Resultaat van meting mag niet afhangen van toeval
o 2 manieren om te onderzoeken of een meting betrouwbaar is
Test- hertest betrouwbaarheid
Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
- Validiteit
o = geldigheid van meting
o Op een goede manier geoperationaliseerd?
o 3 manieren om validiteit te onderzoeken
Ecologische validiteit
Inhoudsvaliditeit
Criteriumvaliditeit
- Schietschijfmetafoor
2. DATA-ANALYSE
2.1. KWALITATIEVE DATA-ANALYSE
- Hoe gegevens verwerken
o Triangulatie = meerder data verzamelingsmethoden om een fenomeen op
verschillende manieren in kaart te brengen
- Datapreparatie
o Interview uittypen en ordenen
- Algemeen principe
o Data uit elkaar halen en weer opbouwen tot betekenisvolle gehelen
o Hoe
Tekst in fragmenten verdelen
Codes toekennen
Inhouden samenbrengen tot kernthema’s, van concreet naar steeds
abstracter
Soms: komen tot theorievorming
- Stappenplan
9
, o 1. Datapreparatie irrelevante info schrappen
o 2. Afbreken
opsplitsen in fragmenten
1 fragment is 1 betekenisvol geheel
Labels toekennen
1ste fase van analyse
Open codering
o omschrijft elk fragment met een krachtig en
betekenisvol woord
o 3. Opbouw
codes samenbrengen op hoger abstractniveau
2de fase van analyse
Axiale codering
o Je ordent de codes en clustert gelijkaardige codes.
o Je benoemt ze op een meer overkoepelende en
abstractere manier
o Je doet dit in verschillende stappen en abstraheert
steeds verder en komt zo tot een beperkt aantal
kernthema’s
Eindpunt van analyse
Selectief coderen = antwoord geven op de onderzoeksvraag
Verbanden zoeken tussen de kernthema’s
De aard van die verbanden is afhankelijk van de
onderzoeksvraag:
o A. Oplijsting van thema’s
Thema’s die op voorhand vastliggen (vb de
vragen van je vragenlijst): template analyse
Thema’s die uit de data zelf voort komen:
thematische analyse
Die oplijsting kan eventueel als een
boomstructuur worden voorgesteld (bredere
thema’s > subthema’s)
o B. Theorievorming (zoeken naar mogelijke oorzaak-
gevolg-verbanden)
Grounded Theory-analyse
Belang van een cyclisch (iteratief) proces:
je wisselt theorievorming af met
blijvende bijkomende data-verzameling.
Je vergelijkt nieuwe data met wat je al
hebt (constante vergelijking)
10