4: de reflectieve
scientist-practitioner
PM2002
, Deel 1: De Transdiagnostische Blik
Ik was erg geraakt door het essay van Nick Walker, ‘Throw away the master’s tools:
Liberating ourselves from the pathology paradigm’ (Walker, 2012). Het deed me
realiseren hoe sterk het pathologieparadigma het denken binnen de psychologie
beïnvloedt. Maar het greep me ook persoonlijk aan, een groot deel van mijn denken
zit natuurlijk vast in diezelfde paradigma’s. Niet alleen binnen de psychologie, maar
ook bij mijn huidige werkzaamheden en in mijn priveleven.
Walker beschrijft dat autisme binnen het traditionele medische model vooral wordt
gezien als defect of afwijking die behandeld of gecorrigeerd moeten worden; het
nastreven van het ‘normaal’. Het neurodiversiteitsparadigma verschuift de focus
naar variatie en diversiteit in menselijke ontwikkeling en functioneren; er is niet één
normaal. Dat betekent niet dat beperkingen of lijden worden ontkend, maar wel dat
verschillen niet automatisch als stoornis hoeven te worden gezien. Deze gedachte
sluit voor mij aan bij hoe ik in het leven sta, zoveel mogelijk mensen begrijpen zoals
ze zijn, vanuit hun eigen belevingskader.
In de klinische praktijk vraagt een neurodiversiteitsgerichte houding om
nieuwsgierigheid in plaats van onmiddellijke pathologisering. In plaats van te vragen
“welke stoornis hoort hierbij?” worden vragen als: “wat betekent deze ervaring voor
deze persoon?” en “hoe functioneert iemand binnen zijn of haar context?”
belangrijk. En kunnen we vanuit dit gesprek opzoek gaan naar een zo volwaardig
mogelijk leven voor de client. Dat vind ik een zeer waardevolle verschuiving.
Ik vind een sterk argument vóór het neurodiversiteitsparadigma dat het ruimte geeft
aan de client om authentiek te zijn in plaats van voortdurend te moeten maskeren.
Daarbij blijft het belangrijk om bewust te blijven van het feit dat neurotypisch
functioneren niet het einddoel is. Zo geld bijvoorbeeld voor autisme dat sociale
verschillen niet automatisch sociale tekorten hoeven te betekenen. Het sluit aan bij
bestaande stromingen binnen de psychologie, zoals de positieve psychologie die
nadruk legt op autonomie en het ontwikkelen van de sterke kanten van mensen.
Wanneer iemand zichzelf niet hoeft te zien als afwijkend, kan dat bijdragen aan
zelfacceptatie en autonomie.
Tegelijkertijd zie ik ook uitdagingen binnen het neurodiversiteitsparadigma. Ten
eerste denk ik dat het huidige paradigma zo sterk geworteld is, dat het lastig is om
dit te veranderen. Ik denk dat de huidige discussies rondom gender laten zien hoe
complex het kan zijn om diepgewortelde maatschappelijke opvattingen en
categorieën te veranderen. Ten tweede zijn er natuurlijk mensen die ernstig lijden,
beperkingen of afhankelijkheid van zorg ervaren. Er bestaat een risico dat door het
benadrukken van diversiteit de ernst van bepaalde problematiek minder serieus
wordt genomen. Daarnaast kan het lastig zijn om een balans te vinden tussen
erkenning van verschillen en het bieden van passende behandeling. Maatwerk kost
veel tijd en geld. Ik denk dat het daarom belangrijk is een balans te vinden tussen
beide benaderingen.