Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Biochemie en Moleculaire Biologie samenvatting: moleculaire biologie

Note
-
Vendu
-
Pages
53
Publié le
15-07-2026
Écrit en
2025/2026

Deze samenvatting is gebaseerd op de leerstof vanuit de hoorcolleges en mijn notities hierbij. LET OP! Ze bevat enkel het onderdeel moleculaire biologie. Met deze samenvatting behaalde ik voor dit vak een 18/20.

Établissement
Cours

Aperçu du contenu

Inhoudsopgave
Hoofdstuk 16: DNA en chromosomen............................................................................. 1
Chemische samenstelling van het genetisch materiaal..............................................1
DNA structuur.............................................................................................................. 2
Compactering van DNA............................................................................................... 4
De celkern/nucleus...................................................................................................... 6
Hoofdstuk 17: Replicatie en DNA foutenherstel..............................................................7
DNA-replicatie............................................................................................................. 7
DNA schade en DNA foutenherstel............................................................................ 10
Homologe recombinatie en mobiele genetische elementen......................................12
Hoofdstuk 18: Genexpressie: Transcriptie.....................................................................13
De richting van de genetische informatiestroom.......................................................13
Het mechanisme van transcriptie = RNA synthese...................................................14
RNA-processing en turnover...................................................................................... 16
Hoofdstuk 19: Genexpressie: De genetische code en eiwitsynthese............................19
De genetische code................................................................................................... 19
Hoofdrolspelers van de translatie..............................................................................21
Mechanisme van de translatie................................................................................... 22
Mutatie en translatie................................................................................................. 24
Post-translationele processing...................................................................................25
Kennisclip antibiotica................................................................................................. 26
Hoofdstuk 20: Regulatie van genexpressie...................................................................27
Regeling van genexpressie in bacteriën....................................................................27
Regeling van genexpressie in eukaryoten: genomische controle (1ste niveau)........29
Regeling van genexpressie in eukaryoten: transcriptionele controle (2de niveau). . .32
Algemene en regulerende transcriptiefactoren (TF)...............................................32
Structuur van DNA-bindingsdomeinen van regulerende TF....................................33
Gecoördineerde genexpressie door binding van een TF op een DNA respons
element.................................................................................................................. 34
Regeling van genexpressie in eukaryoten (3de niveau): controle van RNA-processing
en nucleair export..................................................................................................... 35
Regeling van genexpressie in eukaryoten (4de niveau): translationele controle.......36
Eukaryotische initiatiefactoren controleren de translatie van alle genen...............36
Allosterische translationele repressors controleren de translatie van bepaalde
genen..................................................................................................................... 36
Translationele controle door regeling van mRNA afbraak.......................................36
Small RNAs schakelen de genexpressie van bepaalde/specifieke genen uit..........37
Long non-coding RNAs/LncRNAs regelen genexpressie op verschillende niveaus..38

, Regeling van genexpressie in eukaryoten (5de niveau): post-translationele controle
.................................................................................................................................. 39
Hoofdstuk 24: De celcyclus en mitose..........................................................................40
Overzicht van de celcyclus........................................................................................ 40
Kern en celdeling....................................................................................................... 41
Regulatie van de celcyclus........................................................................................ 42
Groeifactoren en celproliferatie................................................................................. 44
Apoptose................................................................................................................... 45
Hoofdstuk 25: Seksuele reproductie, meiose en genetische recombinatie...................46
Seksuele reproductie................................................................................................. 46
Meiose....................................................................................................................... 46
Genetische variabiliteit: segregatie en assortiment van allelen................................48
Genetische variabiliteit: recombinatie en crossing-over............................................49
Genetische recombinatie in bacteriën en virussen....................................................49
Mechanismen van homologe recombinatie...............................................................50

,Hoofdstuk 16: DNA en chromosomen
Chemische samenstelling van het genetisch materiaal
Centrale dogma: DNA –(transcriptie) -> mRNA –(translatie)-> eiwit
Experiment Griffith: ontdekken van transformerend agens in bacteriën door inspuiting
van streptococcus pneunomia = bacterie die dodelijke longontsteking kan
veroorzaken:
- Smooth stam met slijmlaag op celmembraan en celwand inspuiten = muis dood
- Rough stam zonder slijmlaag inspuiten = muis leeft nog omdat het
immuunsysteem de bacterie vernietigt
- Opgekookte S-stam = muis leeft nog omdat de eiwitten van de bacterie
denatureren en de bacterie afsterft
- Opgekookte S-stam en normale R-stam = muis dood omdat het transformerend
agens van R is overgegaan naar S zodat S toch pathogeen werd
Avery, Macleod en McCarty: aantonen dat het transformerend agens DNA is:
- Lipiden en polysachariden van de S-stam vooraf vernietigen = muis dood
- Protease toevoegen dat eiwitten afbreekt = muis dood
- RNAse dat RNA afbreekt toevoegen = muis dood
- DNAse dat DNA afbreekt toevoegen = muis leeft omdat het transformerend
agens niet aanwezig is waardoor de bacterie niet pathogeen is
Bacteriofagen = virussen die een specifieke bacteriesoort of bacteriestam infecteren:
specificiteit op basis van interactie tussen faageiwitten en bacteriële receptoren aan
de buitenkant. Ze zorgen voor een groot aantal nakomelingen en hebben kleine
genomen van 100-300 kilobasen vb. T4-faag: hoofd van eiwitmantel met daarin DNA
en staartvezels die voor aanhechting op de bacterie zorgen
Lytische cyclus T-faag: interactie faageiwit en bacteriële receptor zorgt voor binding
faag -> samentrekken van staartschede zorgt voor injectie van DNA -> bacterieel DNA
afbreken en synthese van faagDNA tot faageiwitten -> eiwitten assembleren tot 100-
200 faagpartikels die de bacterie doen openbarsten en andere bacteriën kunnen
infecteren
Lysogene cyclus T-faag: interactie faageiwit en bacteriële receptor zorgt voor binding
faag -> samentrekken van staartschede zorgt voor injectie van DNA -> DNA wordt
ingebracht in het circulair genoom van de bacterie -> bacterie wordt profaag die
verder deelt -> GEEN lytische fase tenzij het profaag DNA verwijderd wordt uit het
bacterieel genoom zodat een lytische cyclus geïnduceerd wordt
Radio-isotopen hebben hetzelfde aantal protonen, een verschillend aantal neuronen
en een instabiele atoomkern die vervalt naar stabiele vorm waarbij ionische
radioactieve straling vrijkomt => verschil in massagetal = som protonen en neutronen
Labelen van faageiwitten met S35 en laten groeien -> mixen van oplossing
bacteriofagen zodat fagen loskomen van de bacteriën -> centrifugatie waardoor de
partikels met hoogste massa op de bodem komen: radioactieve partikels komen voor
in de oplossing/ supernatans = faageiwitten komen niet in de bacterie terecht ->
verder groeien in medium zonder isotopen geeft niet-radioactieve fagen
Faag laten opgroeien in aanwezigheid van P32 waardoor het DNA gelabeld zal zijn ->
mixen van oplossing bacteriofagen zodat fagen loskomen van de bacteriën
centrifugatie waardoor de partikels met hoogste massa op de bodem komen:
1

, radioactieve partikels komen voor op de bodem/pellet => DNA komt en blijft in de
bacterie zitten -> verder groeien in medium zonder isotopen geeft enkele radioactieve
fagen omdat zowel het radioactieve als niet-radioactieve DNA gerepliceerd zal worden
RNA kan ook genetische informatie bevatten vb. voor het tabaksmozaïekvirus =
spiraal van RNA omgeven door een eiwitmantel van identieke eiwitten
Experiment: spiraal en mantel van 2 stammen uit elkaar halen -> mantel van A en
RNA van B samenbrengen tot hybride virus -> tabaksplant laten infecteren => enkel
B-virussen blijven over, want de genetische informatie zit in RNA niet in het eiwit
Prokaryoten en eukaryoten hebben een DNA genoom
Virussen hebben een DNA of RNA genoom:
- RNA virussen zijn ds (double stranded) vb. rotavirus of ss (single stranded):
o (+)ssRNA = RNA nucleotidensequentie is identiek aan mRNA waardoor
het ribosoom onmiddellijk de synthese kan starten vb.
tabaksmozaïekvirus
o (-)ssRNA = RNA nucleotidensequentie is complementair aan mRNA en zal
dus eerst nog afgeschreven moeten worden vb. influenzavirus
- DNA virussen zijn ds vb. human papilloma virus of ss vb. parvovirus
Dd-RP = DNA-afhankelijk RNA-polymerase voor omzetting van DNA naar RNA
Dd-DP = DNA afhankelijk DNA-polymerase voor replicatie van DNA
Rd-RD = RNA afhankelijk RNA-polymerase voor replicatie van RNA bij RNA virussen
Rd-DP = RNA afhankelijk DNA-polymerase voor omzetting van viraal RNA naar DNA ->
reverse transcriptase activiteit van retrovirussen vb. HIV en RNA tumorvirussen
Het genoom bestaat uit 2 identieke (+)ssRNA strengen die NIET complementair zijn,
aan elke streng bint een reverse transcriptase, het genoom wordt verpakt in een
capside/ eiwitmantel met daarrond een membraneuze envelop/viraal omhulsel dat
bestaat uit een dubbele fosfolipidenlaag met membraaneiwitten/spike-eiwitten
De spike-eiwitten steken uit het viraal omhulsel en herkennen de gastheercel aan de
transmembranaire receptoren en hechten zo aan elkaar vast = specifieke interactie ->
het viraal omhulsel fuseert met PM en dringt de cel binnen -> Rd-DP zorgt voor het
synthetiseren van een complementair DNA vanuit het RNA -> RNAse H activiteit knipt
RNA in de RNA:DNA duplex waardoor ss DNA ontstaat -> Dd-DP zorgt voor vorming
van ds DNA dat in de kern gaat -> viraal-integrase integreert het ds DNA in het
genoom en het wordt mee afgeschreven tot RNA -> het viraal RNA dient als mRNA en
zal na translatie voor de synthese van virale eiwitten zorgen -> het RNA wordt verpakt
met virale eiwitten en door knopvorming ontstaan nieuwe infectieuze partikels
DNA structuur
Regels van Chargaff om te bepalen hoeveel % van elke base voorkomt in een bepaald
genoom: %adenine = %thymine en %cytosine = % guanine
DNA dubbele helix ontstaat spontaan door complementaire basenparing tussen anti-
parallelle strengen: 2 H-bruggen tussen A en T en 3 H-bruggen tussen C en G
De ruggengraat van de rechtsdraaiende helix bestaat uit alternerend fosfaat-2’
deoxyribose met op C1 binding van base via een glycosidebinding: de hoek tussen 2
bindingen van een basenpaar is aan de ene kant 120° = minor groove en aan de
andere 240° = major groove. De basenparen liggen planair en gekanteld tov de
helicale as en gestapeld met kleine draaiing zodat ze onderling kunnen interageren =
base stacking



2

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
15 juillet 2026
Nombre de pages
53
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME

Sujets

$12.87
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
B3nn13

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
B3nn13 Universiteit Antwerpen
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
2
Membre depuis
1 année
Nombre de followers
0
Documents
13
Dernière vente
10 mois de cela

0.0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions