, Oefentoets
10 open vragen (gemiddeld)
Hoofdstuk 1. Ondersteunen bij de dagelijkse zorg
Vraag 1
Leg uit wat onder ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) wordt verstaan en noem vier voorbeelden
van ADL-activiteiten.
Vraag 2
Waarom is het belangrijk dat een helpende een cliënt zoveel mogelijk stimuleert om zelfstandig handelingen uit
te voeren? Licht je antwoord toe.
Vraag 3
Beschrijf hoe je een cliënt veilig ondersteunt bij het maken van een transfer van bed naar stoel.
Vraag 4
Noem vijf aandachtspunten bij het uitvoeren van de persoonlijke verzorging van een cliënt.
Vraag 5
Leg uit welke signalen kunnen wijzen op ondervoeding of uitdroging bij een cliënt en welke acties een helpende
vervolgens moet ondernemen.
Hoofdstuk 2. Communicatie, welzijn en professioneel handelen
Vraag 6
Waarom is goede communicatie belangrijk binnen de zorg? Geef minimaal vier redenen.
Vraag 7
Beschrijf hoe je op een professionele manier omgaat met de privacy van een cliënt tijdens verzorgende
werkzaamheden.
Vraag 8
Leg uit wat observeren in de zorg betekent en geef drie voorbeelden van veranderingen die een helpende direct
moet rapporteren.
Vraag 9
Een cliënt met beginnende dementie raakt tijdens het aankleden zichtbaar onrustig en boos. Beschrijf hoe jij als
helpende in deze situatie handelt en motiveer je keuzes.
Vraag 10
Waarom is rapporteren een belangrijk onderdeel van het werk van een helpende? Leg uit welke kenmerken een
goede rapportage heeft.