Toets Casussen
Diagnostiek (onderzoek)
Toetscasus 1 (therapeut, diagnostiek); Cortex – transfers
- Cortex laesie links 5 maanden geleden
* Aanvullende informatie uit fysiotherapeutische overdracht (telefonisch)
- Hulpvraag volgens fysiotherapeut: veiligheid bij transfer (zit-stand) verbeteren
- Activiteiten
➔ Loopt met eifel/4-poot, vanwege impulsiviteit FAC 3 (de patiënt heeft voor de
veiligheid supervisie nodig van een persoon en behoeft hooguit verbale
begeleiding tijdens het lopen. De patiënt heeft echter geen fysiek contact
nodig om te kunnen lopen.)
➔ Functies
➔ Sensibiliteit en kracht verminderd
➔ Spiertonus: geen bijzonderheden
- Persoonlijke factoren
, ➔ Verminderd ziekte-inzicht en impulsief/ontremd
5 Maanden geleden een cortex laesie links, dus er is nog mogelijkheid tot herstel.
Cortex leasie: hemibeeld.
Geen anamnese
Aanvullende vragen:
1. Wat/Waarom lukt het nu niet?
2. Wat voor transfer? Vanaf een stoel o.i.d
3. Hoe ziet de thuissituatie eruit?
4. Verloop van de aandoening geweest?
Problematische handeling:
Mevrouw laten lopen naar de plek waar de problematische handeling plaatsvindt. Daarna
bekijken hoe mevrouw de transfer zelf uitvoert.
Hypotheses
1. Door onwetendheid over een juiste techniek, ervaart mevrouw moeite met het maken
van de transfer.
2. Als gevolg van het hemibeeld ten gevolgen van de cortex laesie heeft mevrouw een
afwijkend looppatroon.
3. Door een verminderde sensibiliteit heeft mevrouw moeite met het zelfstandig
en veilig thuis functioneren.
4. Ten gevolge van inactiviteit met als oorzaak het CVA, beschikt mevrouw over
onvoldoende spierkracht om veilig transfers te maken.
5. Doordat een verminderde sturing heeft mevrouw moeite met het uitvoeren van
dagelijkse taken.
6. Door een verstoorde balans heeft mevrouw moeite met het zelfstandig en veilig
thuis functioneren.
7. Doordat mevrouw onvoldoende ziekte inzicht heeft, heeft zij moeite met haar
beperkingen en het aanpassen aan haar nieuwe levensstijl. Hierdoor vertoont
zij impulsief gedrag.
Toelichting hypotheses: De 4 S’en zijn er in verwerkt, spiertonus is niet aanwezig.
Let op moeite met het uitvoeren van dubbeltaken.
Onderzoeksplan
Hulpvraag volgens fysiotherapeut: veiligheid bij transfer (zit-stand) verbeteren
Hypothes Onderzoeksdoelstelling Onderzoeksmiddelen Evidentie
e Nummer (opinion,
experience,
evidence)
1 Transfer analyseren Taakanalyse (zit naar stand) Opinion
, Letten op hoe mevrouw de
aangedane zijde gebruikt.
2 Loopanalyse Ganganalyse
Loopt met vierpoot, kijken hoe
de rechterkant (aangedane zijde)
functioneert.
BBS
https://
meetinstrumentenzorg.nl/wp-
content/uploads/instrumenten/
BBS-meetinstr-KNGF.pdf
(We de doen BBS omdat je daar
specifieker de transfers test,
omdat de patiënt aangeeft daar
moeite mee te hebben).
3 Sensibiliteit bepalen Sensibiliteitstesten.
Patiënt ogen laten sluiten.
Vervolgens druk je lichtjes op de
huid en mevrouw geeft dan aan
waar ze de aanraking voelt.
Beide kanten testen. Beginnen
proximaal en steeds verder
distaal.
4 Spierkracht bepalen ● MRC schaal
Quadricpes, plantair en dorsaal
flexoren.
5 Sturing analyseren Observeert in de dagelijkse
taken.
Vinger-neusproef
Knie-hakproef
Bijvoorbeeld vragen haar naam
in de lucht te schrijven met het
been.
6 Balans bepalen BBS (ivm korte tijd uitvoeren 1 Evidentie
t/m 5 normaliter wel alles doen)
https://
meetinstrumentenzorg.nl/wp-
content/uploads/instrumenten/
BBS-meetinstr-KNGF.pdf
POMA (voorkeur)
https://
Diagnostiek (onderzoek)
Toetscasus 1 (therapeut, diagnostiek); Cortex – transfers
- Cortex laesie links 5 maanden geleden
* Aanvullende informatie uit fysiotherapeutische overdracht (telefonisch)
- Hulpvraag volgens fysiotherapeut: veiligheid bij transfer (zit-stand) verbeteren
- Activiteiten
➔ Loopt met eifel/4-poot, vanwege impulsiviteit FAC 3 (de patiënt heeft voor de
veiligheid supervisie nodig van een persoon en behoeft hooguit verbale
begeleiding tijdens het lopen. De patiënt heeft echter geen fysiek contact
nodig om te kunnen lopen.)
➔ Functies
➔ Sensibiliteit en kracht verminderd
➔ Spiertonus: geen bijzonderheden
- Persoonlijke factoren
, ➔ Verminderd ziekte-inzicht en impulsief/ontremd
5 Maanden geleden een cortex laesie links, dus er is nog mogelijkheid tot herstel.
Cortex leasie: hemibeeld.
Geen anamnese
Aanvullende vragen:
1. Wat/Waarom lukt het nu niet?
2. Wat voor transfer? Vanaf een stoel o.i.d
3. Hoe ziet de thuissituatie eruit?
4. Verloop van de aandoening geweest?
Problematische handeling:
Mevrouw laten lopen naar de plek waar de problematische handeling plaatsvindt. Daarna
bekijken hoe mevrouw de transfer zelf uitvoert.
Hypotheses
1. Door onwetendheid over een juiste techniek, ervaart mevrouw moeite met het maken
van de transfer.
2. Als gevolg van het hemibeeld ten gevolgen van de cortex laesie heeft mevrouw een
afwijkend looppatroon.
3. Door een verminderde sensibiliteit heeft mevrouw moeite met het zelfstandig
en veilig thuis functioneren.
4. Ten gevolge van inactiviteit met als oorzaak het CVA, beschikt mevrouw over
onvoldoende spierkracht om veilig transfers te maken.
5. Doordat een verminderde sturing heeft mevrouw moeite met het uitvoeren van
dagelijkse taken.
6. Door een verstoorde balans heeft mevrouw moeite met het zelfstandig en veilig
thuis functioneren.
7. Doordat mevrouw onvoldoende ziekte inzicht heeft, heeft zij moeite met haar
beperkingen en het aanpassen aan haar nieuwe levensstijl. Hierdoor vertoont
zij impulsief gedrag.
Toelichting hypotheses: De 4 S’en zijn er in verwerkt, spiertonus is niet aanwezig.
Let op moeite met het uitvoeren van dubbeltaken.
Onderzoeksplan
Hulpvraag volgens fysiotherapeut: veiligheid bij transfer (zit-stand) verbeteren
Hypothes Onderzoeksdoelstelling Onderzoeksmiddelen Evidentie
e Nummer (opinion,
experience,
evidence)
1 Transfer analyseren Taakanalyse (zit naar stand) Opinion
, Letten op hoe mevrouw de
aangedane zijde gebruikt.
2 Loopanalyse Ganganalyse
Loopt met vierpoot, kijken hoe
de rechterkant (aangedane zijde)
functioneert.
BBS
https://
meetinstrumentenzorg.nl/wp-
content/uploads/instrumenten/
BBS-meetinstr-KNGF.pdf
(We de doen BBS omdat je daar
specifieker de transfers test,
omdat de patiënt aangeeft daar
moeite mee te hebben).
3 Sensibiliteit bepalen Sensibiliteitstesten.
Patiënt ogen laten sluiten.
Vervolgens druk je lichtjes op de
huid en mevrouw geeft dan aan
waar ze de aanraking voelt.
Beide kanten testen. Beginnen
proximaal en steeds verder
distaal.
4 Spierkracht bepalen ● MRC schaal
Quadricpes, plantair en dorsaal
flexoren.
5 Sturing analyseren Observeert in de dagelijkse
taken.
Vinger-neusproef
Knie-hakproef
Bijvoorbeeld vragen haar naam
in de lucht te schrijven met het
been.
6 Balans bepalen BBS (ivm korte tijd uitvoeren 1 Evidentie
t/m 5 normaliter wel alles doen)
https://
meetinstrumentenzorg.nl/wp-
content/uploads/instrumenten/
BBS-meetinstr-KNGF.pdf
POMA (voorkeur)
https://