Hoofdstuk 3: Jezelf kennen
3.1 Zelfkennis en kennis van anderen
Er lijkt een wezenlijk verschil te bestaan tussen de kennis die we hebben van
anderen en de kennis die we hebben van onszelf. Als het gaat om innerlijke leven,
zijn we zelf de ervaringsdeskundigen. Als we een uitspraak doen over wat we
denken of voelen, dan wordt deze uitspraak over het algemeen niet in twijfel
getrokken. In de filosofie wordt dit ook wel ‘eerstepersoons autoriteit’ genoemd.
In het vorige hoofdstuk hebben we een aantal posities besproken die ingaan op de
ontologische vraag wat het zelf eigenlijk is (ontologie betekent ‘zijnsleer’). De
filosofen die in dit hoofdstuk behandeld worden zijn echter niet primair
geïnteresseerd in de ontologische vraag naar het zelf. Het gaat hun in de eerste
plaats om de vraag hoe wij onze gedachten, overtuigingen, verlangens, intenties en
emoties eigenlijk kennen. Dit is een epistemologische vraag (epistemologie betekent
‘kennisleer’).
3.2 De introspectie theorie
Een invloedrijk antwoord op de vraag naar wat zelfkennis nu zo bijzonder maakt
vinden we in de filosofische traditie die voortborduurt op het werk van René
Descartes. Volgens deze traditie moeten we zelfkennis zien als introspectie, een
soort van ‘innerlijke’ waarneming. Net zoals er dingen in de wereld zijn die we
kunnen zien door naar ‘buiten’ te kijken, zijn er dingen in ons bewustzijn die we
kunnen zien als we naar ‘binnen’ kijken. Letterlijk vertaald is dit dan ook precies wat
introspectie betekent: intro betekent ‘naar binnen’, en spectare betekent ‘kijken’.
Je kunt het je voorstellen als een zaklamp die in een duistere schatkamer (jouw
bewustzijn) licht werpt op allerlei glimmende objecten (jouw overtuigingen,
verlangens, gevoelens en intenties). Deze benadering van zelfkennis staat ook wel
als de introspectie theorie bekend.
In de cartesiaanse traditie wordt zelfkennis vaak geassocieerd met de volgende twee
kenmerken: onfeilbaarheid en alwetendheid.
Met onfeilbaarheid wordt bedoeld dat je je niet kunt vergissen als het gaat om de
vraag welke mentale toestand je nu hebt. Andere mensen hebben echter geen
onfeilbare kennis van jouw gedachten.
Alwetendheid houdt in dat je kennis hebt van al je mentale toestanden. Het is
onmogelijk om je niet bewust te zijn van bepaalde verlangens, intenties of
overtuigingen; er is als het ware niets wat aan je innerlijke oog kan ontsnappen.
Deze twee kenmerken zorgen ervoor dat er een wezenlijk verschil ontstaat tussen
zelfkennis en de kennis die we hebben van de mentale wereld van anderen.
, ● De meeste filosofen zijn het er met elkaar over eens dat onfeilbaarheid en
alwetendheid te hoog gegrepen zijn als het gaat om zelfkennis. Zo zijn er
verschillende voorbeelden te bedenken waaruit blijkt dat zelfkennis niet
onfeilbaar is: je denkt bijvoorbeeld dat je jaloers of boos bent, maar na
verloop van tijd kom je erachter dat het eigenlijk een gevoel van onzekerheid
is, of angst. We kunnen er dus best naast zitten als het gaat om wat we
denken of voelen. En wat alwetendheid betreft: we hoeven maar een boek uit
de kast te trekken of naar een romantische komedie te kijken om te beseffen
dat het heel goed mogelijk is om verliefd te zijn zonder dat je dit zelf door
hebt.
Kritiek ‘neocartesianen:
- houden vast aan het idee dat zelfkennis verkregen wordt op basis van introspectie:
1. onze normale, naar buiten gerichte waarneming is niet onfeilbaar. Soms lijken
twee lijnen die precies even lang zijn toch van elkaar in lengte te verschillen
(Müller-Lyer-illusie).
2. zelfkennis is direct: je hoeft niet na te denken over wat je nu voelt of denkt, omdat
je dit onmiddellijk weet. In het geval van normale waarneming hoef je ook niet na te
denken of er wel of niet een boom voor je staat: je ziet en weet dat direct.
Introspectionisten beweren dus dat zelfkennis een speciale status heeft door te
wijzen op ons vermogen tot innerlijke waarneming. Hoewel introspectionisten niet
onfeilbaar is, of ons alwetend maakt, kan zij eerstepersoonsautoriteit verklaren
omdat wij normaal gesproken de betrouwbaarste toegang hebben tot onze eigen
overtuigingen, verlangens en intenties. Illusies over onze binnenwereld zijn volgens
introspectionisten de uitzondering en niet de regel. Daarom stellen ze dat we er in
beginsel van moeten uitgaan dat iemand zelf het best weer wat hij denkt, welke
emotie hij voelt, of waar hij precies van overtuigd is. Alleen als we sterke
aanwijzingen hebben dat zijn innerlijke blik vertroebeld is, geeft dit ons reden om aan
deze autoriteit te twijfelen.
3.1 Zelfkennis en kennis van anderen
Er lijkt een wezenlijk verschil te bestaan tussen de kennis die we hebben van
anderen en de kennis die we hebben van onszelf. Als het gaat om innerlijke leven,
zijn we zelf de ervaringsdeskundigen. Als we een uitspraak doen over wat we
denken of voelen, dan wordt deze uitspraak over het algemeen niet in twijfel
getrokken. In de filosofie wordt dit ook wel ‘eerstepersoons autoriteit’ genoemd.
In het vorige hoofdstuk hebben we een aantal posities besproken die ingaan op de
ontologische vraag wat het zelf eigenlijk is (ontologie betekent ‘zijnsleer’). De
filosofen die in dit hoofdstuk behandeld worden zijn echter niet primair
geïnteresseerd in de ontologische vraag naar het zelf. Het gaat hun in de eerste
plaats om de vraag hoe wij onze gedachten, overtuigingen, verlangens, intenties en
emoties eigenlijk kennen. Dit is een epistemologische vraag (epistemologie betekent
‘kennisleer’).
3.2 De introspectie theorie
Een invloedrijk antwoord op de vraag naar wat zelfkennis nu zo bijzonder maakt
vinden we in de filosofische traditie die voortborduurt op het werk van René
Descartes. Volgens deze traditie moeten we zelfkennis zien als introspectie, een
soort van ‘innerlijke’ waarneming. Net zoals er dingen in de wereld zijn die we
kunnen zien door naar ‘buiten’ te kijken, zijn er dingen in ons bewustzijn die we
kunnen zien als we naar ‘binnen’ kijken. Letterlijk vertaald is dit dan ook precies wat
introspectie betekent: intro betekent ‘naar binnen’, en spectare betekent ‘kijken’.
Je kunt het je voorstellen als een zaklamp die in een duistere schatkamer (jouw
bewustzijn) licht werpt op allerlei glimmende objecten (jouw overtuigingen,
verlangens, gevoelens en intenties). Deze benadering van zelfkennis staat ook wel
als de introspectie theorie bekend.
In de cartesiaanse traditie wordt zelfkennis vaak geassocieerd met de volgende twee
kenmerken: onfeilbaarheid en alwetendheid.
Met onfeilbaarheid wordt bedoeld dat je je niet kunt vergissen als het gaat om de
vraag welke mentale toestand je nu hebt. Andere mensen hebben echter geen
onfeilbare kennis van jouw gedachten.
Alwetendheid houdt in dat je kennis hebt van al je mentale toestanden. Het is
onmogelijk om je niet bewust te zijn van bepaalde verlangens, intenties of
overtuigingen; er is als het ware niets wat aan je innerlijke oog kan ontsnappen.
Deze twee kenmerken zorgen ervoor dat er een wezenlijk verschil ontstaat tussen
zelfkennis en de kennis die we hebben van de mentale wereld van anderen.
, ● De meeste filosofen zijn het er met elkaar over eens dat onfeilbaarheid en
alwetendheid te hoog gegrepen zijn als het gaat om zelfkennis. Zo zijn er
verschillende voorbeelden te bedenken waaruit blijkt dat zelfkennis niet
onfeilbaar is: je denkt bijvoorbeeld dat je jaloers of boos bent, maar na
verloop van tijd kom je erachter dat het eigenlijk een gevoel van onzekerheid
is, of angst. We kunnen er dus best naast zitten als het gaat om wat we
denken of voelen. En wat alwetendheid betreft: we hoeven maar een boek uit
de kast te trekken of naar een romantische komedie te kijken om te beseffen
dat het heel goed mogelijk is om verliefd te zijn zonder dat je dit zelf door
hebt.
Kritiek ‘neocartesianen:
- houden vast aan het idee dat zelfkennis verkregen wordt op basis van introspectie:
1. onze normale, naar buiten gerichte waarneming is niet onfeilbaar. Soms lijken
twee lijnen die precies even lang zijn toch van elkaar in lengte te verschillen
(Müller-Lyer-illusie).
2. zelfkennis is direct: je hoeft niet na te denken over wat je nu voelt of denkt, omdat
je dit onmiddellijk weet. In het geval van normale waarneming hoef je ook niet na te
denken of er wel of niet een boom voor je staat: je ziet en weet dat direct.
Introspectionisten beweren dus dat zelfkennis een speciale status heeft door te
wijzen op ons vermogen tot innerlijke waarneming. Hoewel introspectionisten niet
onfeilbaar is, of ons alwetend maakt, kan zij eerstepersoonsautoriteit verklaren
omdat wij normaal gesproken de betrouwbaarste toegang hebben tot onze eigen
overtuigingen, verlangens en intenties. Illusies over onze binnenwereld zijn volgens
introspectionisten de uitzondering en niet de regel. Daarom stellen ze dat we er in
beginsel van moeten uitgaan dat iemand zelf het best weer wat hij denkt, welke
emotie hij voelt, of waar hij precies van overtuigd is. Alleen als we sterke
aanwijzingen hebben dat zijn innerlijke blik vertroebeld is, geeft dit ons reden om aan
deze autoriteit te twijfelen.