maandag 9 maart 2026 14:59
Steuncellen van het centrale zenuwstelsel
Microgliacellen
= immuuncel van het CZS/de hersenen, dus een immuunfunctie
• Afkomstig uit voorlopercellen van het beenmerg (mesoderm)
• Behoren tot mononucleair fagocytensysteem, dus ruimen debrie op
• Scheiden ontstekingsmediatoren uit: cytokines, interleukines,…
• Ovale kern
• Vertakte uitlopers
• Zowel in de witte als grijze stof van de hersenen
• Bevatten lysosomen: opnemen pathogenen en afstervende cellen
Vb. bij alzheimer proberen de amyloïde plaques af te breken
Zitten continu in het hersenweefsel
+ moeten niet worden gerekruteerd uit het bloed
= kleinste neurogliacellen of neuronale steuncellen + zijn vertakt bij activatie
= zeer dynamisch (schedel vervangen door glas bij muizen)
Astrocyten
= grootste gliacel met talrijke uitlopers (stervormig)
• Ronde, centrale kern
• Zorgen voor andere gliale cellen en de neuronen
• Uitlopers van astrocyten in verbinding met bloedvaten en cellichamen + axonen
→ Vormen de bloed-hersen-barrièrre (BBB)
→ Geen bloed lekken naar hersenen
• Bevatten veel euchromatine: produceren veel
• Chemische huishouding bij een actiepotentiaal (opnemen van ionen en neurotransmitters)
→ Osmotische balans voor chemische en elektrische synapsen
• Nemen glucose op uit bloedvaten, zetten het om naar lactaat en geven het door aan
neuronen als energiebron
Astroglyose: BW in hersenen gevormd waar hersenweefsel afsterft (gelijkaardig aan hart)
2 soorten astrocyten: de fibreuze astrocyten (in de witte stof: bevat axonen) en de
protoplasmatische astrocyten in de grijze materie
Ependymcellen
Bevatten ciliën: vooruitstuwing van het cerebrospinaal vocht
+ maken het cerebrospinaal vocht aan (ook verbindingen met neuronale cellichamen)
• Basale uitlopers zorgen voor ondersteuning van de neuronen
• Ciliën aan kant van vocht
Histologie Pagina 1
, • Ciliën aan kant van vocht
• 1-lagig clindrische epitheliale aflijning
• Aflijning van hersenholten of ventrikels en canalis centralis
• Zitten niet altijd aan een bloedvat
+ ze zijn afkomstig van de binnenbekleding van de neurale buis
+ thv van de plexus choroideus: vorming van cerebrospinaal vocht
Ventrikels zorgen ervoor dat hersenweefsel is omgeven door hersenvocht om een bepaald
milieu te creëren
Oligodendrocyten
In de grijze en witte stof
• Minder in aantal dan de astrocyten, maar bestrijken wel groter oppervlak
• Kleine ronde kern en gecondenseerd chromatine
• Vormen de myelineschede in CZS
→ Zitten zelf niet rond de axonen, maar de uitlopers
→ 1 oligodendrocyt myeliniseert 3 tot 50 axonen
• Zit niet vast aan axonen
• Voedende functie: niet enkel voor de snellere actiepotentiaal, maar ook voor het
uitwisselen van nutriënten voor de aanmaak van energie voor het transport
• Knopen van Ranvier zijn breder en frequenter, maar minder scherp afgelijnd
In CZS zijn ongemyeliniseerde axonen naakt, want Schwanncellen liggen er in het PZS altijd rond
DUS in CZS niets rond de ongemyeliniseerde axonen
EXAMEN: oligodendrocyten zijn Schwanncellen in het CZS
→ Antwoord kunnen uitleggen adhv algemene kenmerken en gelijkaardige functies
→ Verschil: 1 oligodendrocyt: meerdere axonen en 1 Schwanncel 1 axon
Geen myelinisatie = geen oligodendrocyten, maar de schwanncellen zitten er ook altijd rond en
kunnen dan nog beslissen om een myelineschede aan te maken of niet
+ Oligodendrocyten zijn zowel in de witte als de grijze stof terug te vinden
Centraal zenuwstelsel
Grotere hersenen (cerebrum)
Kleine hersenen belangrijk voor coördinatie
+ verschillende regio's in de hersenen door nuclei (gegroepeerde neuronen)
In de grote hersenen
• Witte stof of substantia alba
○ Weinig cellichamen van neuronen
○ Voornamelijk gemyeliniseerde structuren (wit) en gliacellen
• Grijze stof of substantia grisea
○ Cellichamen van neuronen
○ Zenuwvezels en gliacellen
<=> ruggenmerg: witte materie aan de buitenkant en grijze materie aan binnenkant
+ aan het ruggenmerg:
○ Ventrale hoorns of voorhoorn: bevatten motorneuronen
○ Dorsale hoorns of achterhoorns: ontvangen sensorische prikkels uit de spinale ganglia
Naarmate je meer naar beneden gaat in het ruggenmerg (lumbaal en sacraal: ventrale hoorn
wordt steeds breder, want motorneuronen meer talrijk aanwezig in ledematen
Histologie Pagina 2