vrijdag 27 februari 2026 9:41
'sarcos'= vlees
• Sarcolemma= celmembraan van een spiercel
• Sarcoplasma= het cytoplasma van een spiercel
• Een sarcosoom= een mitochondrie van een spiercel
• Het sarcoplasmatisch reticulum= het endoplasmatisch reticulum van een spiercel
'myo' of 'mys'= spier
Verschillende weefsels
Vb. tong =skeletspierweefsel
Vb. slokdarm: grootste deel is een gladde spier + soort skeletspierweefsel
OPBOUW
Actine: 2 vormen: G-actine (globulair) dyneriseren en multimeriseren tot filamenten (F-actine)
F-actine: contractie van spiervezels om te bewegen
+ Actinefilamenten (dubbelstrenghelix): elk actinemonomeer heeft een bindplaats voor myosine
→ Tropomyosine zit verweven rond een actinefilament en daartussen zit troponine
→ Binding van actine en myosine reguleren (eigenlijk inhiberen)
→ Troponine heeft een Ca²+ bindingsplaats
→ Spiercel krijgt Ca uit omgeving, bindt aan troponine en gaat uit de weg
→ Bindingsplaats voor myosine vrij
Myosine: staart en kop
ELC: 'essential light chain'
RLC: 'regulatory light chain'
Mutaties ontdekt in deze eiwitten: harteffecten (baby sterft in baarmoeder)
Kop (eiwitten) bindt aan de actine, steken uit een bundel myosine (vooral myosine II voor spier)
→ Zo kan contractie optreden
De kop heeft 3 regio's:
• Regio die bindt op actine
• Regio die ATP-ase activiteit bevat en waaraan ATP kan binden
• Een regio die de regulerende 'lichte ketens' kan binden
+ myosine II vormt als enige dikke filamenten die kunnen interageren met dunne actinefilamenten voor contractie
Contractiemechanisme 'sliding filament'
Tropomyosine-draden verhinderen de binding van myosine-kopjes aan het actine
→ Ca²+ bindt aan troponine
→ Tropomyosine verandert van vorm
→ Myosinekopjes kunnen binden aan actine
ATP wordt gehydrolyseerd naar ADP + P: loslaten van actine
→ Bij binding van myosinekop aan actine: ADP en P vrijgesteld
→ De opgeslagen energie zorgt voor de kanteling van het myosinekopje (trouwtrekken): actine wordt verplaatst tov
het myosine
→ wanneer mysinekopje kantelt (trouwtrekken)= ADP + P vrijlaten
→ Nieuwe ATP bindt: loslaten van actine
Actine- en myosinefilamenten worden niet kleiner, maar glijden over elkaar!
In andere celtypen zorgen actine en myosine ook voor contractie, maar niet de beweging van het gehele individu
Vb. melkklier: melkejectie
Contractiestimuli gelijktijdig laten verlopen: skeletspieren hebben speciaal gevormd sarcolemma
• Lange buisvormige invaginaties, loodrecht op celoppervlak + dringen diep door in spiercel
Histologie Pagina 1
, • Lange buisvormige invaginaties, loodrecht op celoppervlak + dringen diep door in spiercel
• Omgeven de afzonderlijke myofibrillen
• Transverse tubuli of T-tubuli (T-buis)
• Maken contact met het sarcoplasmatisch reticulum (SER, omgeeft elke myofibril), namelijk 2 laterale componenten
ervan
= TRIADE
DUS triade = 2 laterale componenten (links en rechts) + T-tubuli
→ Terug te vinden op overgang van A- naar I-band
→ Sleutelrol bij excitatie-contractie koppeling van de skeletspiercel
Ca²+ komt vanuit het sarcoplasmatisch reticulum: geweven rond een spiervezel (waar Ca nodig is)
+ ATP nodig van mitochondriën
- Geel: T-buizen voor prikkeloverdracht
- Blauw: sarcoplasmatisch reticulum
+ mitochondriën (veel meer in hartspier)
EXAMEN: hoe werkt het contractieproces?
Bij stoppen van de contractie: depolarisatie van het sarcolemma
→ Ca-ionen worden terug gerecycleerd: terug opgenomen door sarcoplasmatisch reticulum
→ Ca²+ verlaagt in sarcoplasma
→ Spiervezels verslapt (actine- en myosinefilamenten dissociëren van elkaar)
Impulsoverdracht
Spiervezels krijgen impuls via motoraxonen
Zenuwvezel= lange zwarte streep
+ motorische eindplaten: plaatsen van synapsen (pijltjes), dus voor
signaaloverdracht aan spiervezel
Spiervezel waarbij de motorische eindplaat is weggehaald
Axon (= zenuwvezel ≠ neuron) van een motorneuron of motorische zenuwcel omgeven door myelineschede
Gemyeliniseerde zenuwvezels: prikkeloverdracht wordt versneld
In de buurt van spiercel: zenuwvezel verliest myelineschede, maar omgeven door steuncellen: Schwanncellen
+ tussen axon en spiercel: motorische eindplaat (= verzameling van myoneurale synapsen of neuromusculaire juncties)
Een myoneurale synaps = 1 contactpunt
+ elke skeletspiervezel -hoe lang ook- heeft slechts 1 neuronale verbinding (dus 1 motorische eindplaat)
Presynaptrisch deel • Uiteinde van het axon
• Bevat synaptishe blaasjes met de neurotransmitter acetylcholine (ACh)
• Zet ACh vrij bij een actiepotentiaal (membraandepolarisatie en exocytose)
Synaptische spleet = ruimte tussen zenuw- en spiercel: hierin diffundeert acetylcholine (zeer nauw)
Postsynaptisch deel • Sarcolemma
• Bevat acetylcholinereceptoren
• Binding van acetylcholine
→ Depolarisatie (calcium flux) van sarcolemma
→ Overbodige ACh afgebroken door enzym acetylcholine-esterase
→ Depolarisatie verspreidt zich over lengte van spiercel en verloopt via T-tubuli naar
individuele myofibrillen
Sarcolemma heeft diepe plooien (junctional folds) + op de kammen hiervan staan de receptoren
Histologie Pagina 2