Stuttering like dysfluencies = abnormale onvloeiendheden
→ kernverschijnselen van stotteren
● Blokkeringen
● Verlengingen
● Herhalingen (woordherhalingen met controleverlies)
–
Vroeger: stotteren is als je onvloeiend praat
Dan: Stark Webber deed research; maar wat is vloeiendheid?
Vloeiende spraak bevat (4 elementen vloeiendheid)
1) Het praten verloopt met een zekere snelheid (rate)
2) De klanken volgen elkaar vloeiend op (continuity) (continuïteit, anders discontinuiteit)
3) Er is een normaal ritme in de spraak (rhythm) (ritme is heel taaleigen, uniek aan elke taal)
4) De spreker ervaart relatief weinig inspanning (effort)
Verschil: spraakvloeiendheid & taalvloeiendheid
● Spraakvloeiendheid: vloeiende motorische spraakproductie
● Taalvloeiendheid: mbt woordvinding & zinsformulering
• Semantische vloeiendheid: vlotheid waarmee men woorden kan oproepen uit een
pool van lexicale items
• Syntactische vloeiendheid: vlotheid waarmee sprekers complexe zinnen
opbouwen die linguïstisch complexe structuren bevatten
• Pragmatische vloeiendheid: vlotheid waarmee men kent en kan uitvoeren wat
men wil zeggen in reactie op een gamma van situatieve elementen
• Fonologische vloeiendheid: het gemak waarmee men binnen betekenisvolle en
complexe taalunits lange en complexe klankketens kan produceren
! MDS kunnen stotteren, maar tegelijk wel talig vloeiend zijn
! Kern van stotteren zit niet in talige component
Vloeiendheid is afwijkend wanneer:
● Inspanning overmatig
● Onvloeiendheden aan frequentie die niet past bij leeftijd spreker
● Wanneer spreekritme atypisch is/spraakproductie verstoort
→ MAAR is niet perse stotteren!
★ Kids die stotteren tonen ook normale onvloeiendheden
1
,Waarom noemt men het ‘stuttering like dysfluencies’ ipv ‘stotteren’?
Omdat niet-stotteraars ook stotterverschijnselen kunnen tonen (de cutoff voor stotteren is
3% SLD)
● KDNS: op peuter-kleuterleeftijd gem. 6-8 onvloeiendheden (alle types)/100 syllaben
● VDNS: gem. 5 onvloeiendheden/100 syllaben
● KDS: op peuter-kleuterleeftijd gem. 17 onvloeiendheden/100 syllaben
→ Hogere percentages (19-20%) bij de aanvang(onset) van stotteren
★ Met stijgende leeftijd: afname aantal woordherhalingen, stille pauzes, zinrevisies &
toename van aantal opgevulde pauzes
→ kleuters leren: slechtste wat je kan doen is stilblijven → silte opvullen
–
Ongeacht leeftijd, KDS meer SLD dan KDNS
● Jonge KDS min 3-4 SLD/100 syllaben – KDNS minder dan 3%
→ vooral voor eentalige kids, meertalige maken meer SLD (hoger percentage) alhoewel het nog geen
stotteren is (3% regel is niet heilig)
● Proportioneel tgo. het totale aantal onvloeiendheden is het % SLD bij KDNS steeds
>50%, en meestal rond 35%
● Bij KDS maken de SLD gem. 65% deel uit van totale aantal onvloeiendheden (bijna
het dubbel van de KDNS)
Cut-off
● Ten minste 3 SLD/100 syllaben + KDS / ‘at risk’ voor stotteren!
● Hoe hoger SLD tgv. totale aantal spraakonvloeiendheden —> hoe groter kans dat
luisteraars het kind zullen beoordelen als stotterend
Wat is stotteren?: No’s & Yes’
★ Stotteren begint altijd op jonge leeftijd
★ Term ‘Ontwikkelingsstoornis’ vaak gebruikt → slecht →suggereert alsof stotteren
hoort bij normale ontwikkeling
2
, ❖ ‘Hesitations before and during speaking’ → geen typisch stotterkernmerk
❖ Long pauses in speech → GTS
❖ Long pauses in speech, monosyllabic whole word repetitions, anxiety → GTS
Verschil tussen stottermomenten en normale onvloeiendheden:
-Stottermomenten: totale controleverlies - normale onvloeiendheden: behoud van controle
-Normale onvloeiendheden horen bij normale spraak/taal ontwikkeling, stotteren niet
-stotteren: in-word dysfluencies - normale onvloeiendheden: between word dysfluencies
-Normale onvloeiendheden hebben vaak een nuttige functie, stotteren niet
ICF
Elementen van stotteren in ICF-model: 2 modellen
1) Algemeen model
2) Volwassen model
→ zetten verschillende elementen in andere componenten:
Algemene model: Eigenlijke stottermomenten → Anatomische eigenschappen & functies
Volwassen model: Eigenlijke stottermomenten zijn een respons om controleverlies →
Persoonlijke factoren (gedragscomponent)
Stotteren: KERNgedrag
● Klank-en syllabeherhalingen: Ongewilde herhalingen van een klank (vaak de eerste) of
syllabe van een woord.
○ Vaak nogal snel en/of onregelmatig.
○ Meest kernmerkend voor stotteren
○ Doorgaans met extra spierspanning.
○ Soms gebeurt hetzelfde met eenlettergrepige woorden. Bv. “Wa-wa-wacht nu
maar”, “en en en en…”
● Klankverlengingen: Het ongewild verlengen van een klank in een woord;
○ vaak de beginklank maar niet altijd.
○ Doorgaans met extra spierspanning. Bv. “Mmmmmmmmag ik?”
3
, ● Blokkades: Een ongewilde afsluiting door overmatige spierspanning t.h.v. de glottis,
tong of lippen. Er is dan even geen klank. Bv. ”(I)……….ik”
● Bilabiaal
● Labiodentaal
● Linguodentaal
● Palataal
● Velair
● Glottaal
-Verschil klinkerverlenging & blokkade: bij blokkade→ geen luchtstroom, bij verlengingen wel
Stotteren: secundair gedrag
Naast ‘kernstotters’ ook secundaire reacties:
● Vaak onbewust geleerde gedragingen
● Stotteren → negatieve betekenis → poging om kerngedrag te ontsnappen
● Eigk. iedereen (passief & actief) vermijdingsgedrag: om ervaringen met stotteren te
reduceren
● Het is geleerd (operant) gedrag bij wijze van coping
(Kerngedrag is niet geleerd, secundair gedrag is geleerd!)
Fysieke reacties:
➔ Gezichtsgrimassen
➔ Bijgeluiden
➔ Hoofdbewegingen
➔ Bewegingen van ledematen
Vocale & verbale bijkomende gedragingen:
➔ Praten met zachte stem, extra luid praten, monotoon of overmatig melodieus praten
➔ Gebruik van synoniemen, omschrijvingen, tussenvoegsels
Fysiologische reacties:
➔ Respiratoir: inspiratoir praten, onregelmatig inademen, tremoren
➔ Articulatorisch: excessieve musculaire spanning in de articulatoren
Indeling Van Riper:
1) Vermijdingsgedragingen
2) Uitstelgedragingen (m.i.v recoil)
3) Startgedragingen (m.i.v timing)
4) Duw- en ontsnappingsgedragingen
→ 1e drie VOOR stottermoment - 4e TIJDENS stottermoment
4