1. Beschrijvende diagnose Anna (16 jaar)
Anna heeft sinds de scheiding van haar ouders op achtjarige leeftijd, last van
hoofdpijn, buikpijn, slaapproblemen en gedragsproblemen. Er is thuis veel ruzie
en ze loopt regelmatig weg. Op haar vijftiende volgen meerdere JeugdzorgPlus
plaatsingen, gedurende welke de diagnoses borderline, PTSS en dissociatieve
stoornis worden overwogen. Hierna ontwikkelt ze angst- en spanningsklachten,
stopt met communiceren en laat zelfbeschadigend gedrag zien (pulken). Ze voelt
zich somber, is onzeker en heeft een laag zelfbeeld. Bij afwijzing trekt ze zich
terug. Negatieve gevoelens reguleert Anna door het kopen of stelen van kleding.
Op cognitief gebied heeft Anna moeite met leren en verzuimt veel. In sociale
situaties voelt ze zich gespannen en heeft ze een sterke behoefte om erbij te
horen. Ze laat zich gemakkelijk beïnvloeden, dit blijkt zowel uit negatieve
beïnvloeding door leeftijdsgenoten, als door haar relatie waarin sprake is van
seksueel geweld en uitbuiting. Tijdens haar opname in een jeugdzorginstelling is
Anna slachtoffer geworden van een groepsverkrachting.
Een licht verstandelijke beperking (LVB) kan overwogen worden als classificatie.
Op tienjarige leeftijd werd een benedengemiddelde intelligentie vastgesteld, op
de grens van een LVB. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor beperkingen in het
conceptuele domein, zoals leerproblemen, moeite met het schoolniveau en
schoolverzuim. Ook zijn er aanwijzingen voor problemen in het sociale domein,
waaronder beïnvloedbaarheid, sociale onzekerheid en kwetsbaarheid voor
uitbuiting. Tegelijkertijd is onvoldoende duidelijk of problemen primair
voortkomen uit een cognitieve beperking, of secundair zijn ontwikkeld vanuit
psychosociale/emotionele belasting. De intelligentiemeting is verouderd en
mogelijk vertekend door afname in een periode van gezinsproblemen.
Psychosociale factoren die het functioneren negatief kunnen beïnvloeden zijn
beperkt emotioneel beschikbare ouders, ervaren tekort aan ouderlijke aandacht
door zorg voor zus, overbelasting van ouders en een als koud ervaren relatie met
moeder.
Eveneens kan een sociale angststoornis overwogen worden, gezien de spanning
die sociale situaties oproepen, de angst voor afwijzing en het significante lijden
dat Anna laat zien.
Een hypothese is dat Anna gedurende haar ontwikkeling onvoldoende emotionele
beschikbaarheid heeft ervaren. Vanaf haar zesde levensjaar waren haar ouders
sterk gericht op hun onderlinge problemen, gevolgd door een scheiding op
achtjarige leeftijd. Daarnaast ging veel aandacht uit naar haar chronisch zieke
zus, waardoor Anna zich minder gezien/gewaardeerd voelde. Deze ervaringen
kunnen hebben bijgedragen aan haar lage zelfbeeld, gevoelens van afwijzing en
kwetsbaarheid in relaties. Daarnaast heeft Anna veel school gemist door
lichamelijke klachten, waardoor leerachterstanden kunnen zijn ontstaan;
beperktere cognitieve vermogen kunnen hier negatief aan hebben bijgedragen.
Het overlijden van opa op vijftienjarige leeftijd betekende het verlies van een
belangrijke steunfiguur.
, Klachten worden mogelijk in stand gehouden door haar negatieve zelfbeeld,
gevoelens van eenzaamheid en het idee dat niemand om haar geeft.
Schoolproblemen en opname in een jeugdinstelling zorgen voor verdere
faalervaringen en onzekerheid. De seksueel gewelddadige relatie waarin zij zich
bevindt vergroot haar emotionele belasting, evenals negatieve beïnvloeding door
leeftijdsgenoten en slachtofferschap van seksueel geweld. Daarnaast lijken
beperkte copingvaardigheden de problematiek in stand te houden. Aanhoudende
lichamelijke klachten en slaapproblemen kunnen haar functioneren negatief
beïnvloeden.
Anna is in staat om steun te zoeken en om betekenisvolle relaties aan te gaan
(vader en opa). Deze kwaliteiten kunnen worden ingezet om relaties te herstellen
en haar zelfvertrouwen te versterken.
2A. Interventies op 16-jarige leeftijd
Multisysteem Therapie (MST) lijkt passend in de situatie van Anna. De doelgroep
van deze behandelvorm omvat o.a. jongeren die ernstige gedragsproblemen
vertonen, zoals agressie, spijbelen, plegen van delicten, weglopen,
middelenmisbruik en omgang met verkeerde vrienden. Vrijwel alle componenten
zijn van toepassing op de problematiek van Anna, waarmee ze binnen de
doelgroep valt. Het hoofddoel van MST is het verminderen van de ernstige
gedragsproblemen van de jongere en ervoor te zorgen dat het gezin en de
omgeving in staat zijn om toekomstige problemen zelfstandig het hoofd te
bieden. Ten dele lijken de moeilijkheden die Anna ervaart hun basis te vinden in
haar gezin. Er is weinig steun voor Anna, ze voelt weinig betrokkenheid en voelt
zich niet gezien. Ook ouders geven aan dat ze haar niet aan kunnen en Anna
wordt meermaals uit huis geplaatst, wat gevoelens van niet gezien worden en
afwijzing mogelijk versterken. Om deze reden is een systemische interventie
cruciaal. Bijkomend zijn er veel zorgen rondom problematische sociale contacten
met leeftijdsgenoten, waar ook oog voor is binnen het behandeltraject van MST.
Hoewel Anna op persoonlijk vlak ook uitdagingen heeft, is het enkel individueel
behandelen niet passend zonder systemische interventie daar systemische
factoren haar persoonlijke problematiek ten dele in stand lijken te houden. Mijn
verwachting is dat verbindingen in het gezin hersteld worden, er positievere
interacties ontstaan en het gezin in gezamenlijkheid kan werken aan het
oplossen van problemen (in plaats van ieder gezinslid voor zichzelf). Hierdoor zal
meer saamhorigheid ontstaan, wat mogelijk ook positieve invloed zal hebben op
haar zelfbeeld, gevoelens van eenzaamheid en meer stabiliteit in haar dagelijks
leven zal creëren.
Als tweede interventie, is COMET passend. Dit richt zich op jongeren die in hun
dagelijks functioneren belemmerd worden door een negatief zelfbeeld. Anna
heeft, naast andere moeilijkheden, o.a. last van een negatief zelfbeeld wat haar
niet alleen in haar algemeen functioneren maar ook in haar sociaal functioneren
lijkt te belemmeren. De voorkeur gaat uit naar de groepsvariant, waar Anna in
contact komt met anderen met een negatief zelfbeeld (leren dat ze niet de enige
is) die haar kunnen ondersteunen en op een veilige manier feedback kunnen
geven. Verder van belang is dat ouders in een oudersessie leren hoe zij Anna
kunnen ondersteunen en wat hun invloed als ouder is (geweest) op het zelfbeeld
van Anna. Dit lijkt van belang door het gebrek aan emotionele beschikbaarheid
van ouders en het gevoel van Anna niet gezien te worden. Als resultaat verwacht