Bedrijfsorganisatie
H1: Introductie van Management en Organisatie
Organisatiekunde: de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van gedrag
van en in organisaties en de wijze waarop organisaties bestuurd kunnen worden.
➔ Is de oudere/oorspronkelijk term van ‘Management en Organisatie’
➔ Is interdisciplinair
Management (= organiseren) (als proces): het optimaal doen samenwerken van mensen
en middelen om een bepaald doel te bereiken.
➔ verantwoordelijk voor de strategie van de organisatie, het uitvoeren daarvan en
het behalen van de doelen.
Manager: een persoon die sturing geeft aan processen, mensen en middelen om een
bepaald doel te bereiken.
Organisatie → bestaat niet om winst te maken, wel om een doel te bereiken
, ➔ bv: milieu of klimaat beschermen, Landelijke studentenvakbond, Greenpeace,…
Bedrijf → verwijst niet expliciet naar het maken van winst (bv: Odisee Hogeschool)
➔ bv: Hogeschool, ziekenhuis, Rijksmuseum,…
Onderneming → er is een gemeenschappelijk doel MAAR belangrijkste doel is hier winst
maken
➔ bv: Apple, McDonald’s, MediaMarkt,…
2 soorten organisaties (1e verdeling):
1) Profitorganisaties → Gericht op winst: de winstdoelstelling is een voorwaarde
voor de continuïteit.
➔ Dus synoniem voor ‘onderneming’
➔ Bv: Facebook, Google, Starbucks, Royal Dutch Shell,…
2) Non-profitorganisaties → Gericht op maatschappelijke doelen (bv: op het gebied
van kunst, educatie, politiek, onderzoek of ontwikkelingshulp)
➔ Bv: Ministerie, Ziekenhuis, Bibliotheek, Gemeente,…
2 soorten organisaties op basis van rechtsvormen* (2e verdeling):
1. Natuurlijke personen → EV is aansprakelijk, personenbelasting (loopt snel op),
verlies is niet overdraagbaar (reden extra voor hoge personenbelasting).
2. Rechtspersonen: een juridische constructie waardoor een organisatie volwaardig
en handelingsbekwaam kan optreden in het rechtsverkeer met rechten en
plichten (duur om te starten al heb je voordelen, wees zeker van een grote omzet)
*Rechtsvorm: de juridische wijze waarin natuurlijke personen, rechtspersonen of
combinaties daarvan samenwerken voor een gemeenschappelijk doel of belang.
H2: Strategie
Strategie: beschrijft de LT-doelen van een organisatie en de inzet van middelen en
activiteiten om die doelen te realiseren.
, ➔ Vormt het begin van het gehele proces van organiseren
3 soorten strategieën:
1) Strategie volgens Porter:
Porter heeft het over een combinatie van ondernemingsdoelen en over het beleid, de
activiteiten en de middelen die nodig zijn om die te bereiken.
'Concurrentiestrategie is een combinatie van einddoelen, waar een bedrijf naar streeft
en de middelen (beleid) waarmee men tracht om deze te realiseren.'
→ strategie ≠ operationele effectiviteit
➔ Nadruk op de concurrentiepositie, en het belang om zich te onderscheiden in de
ogen van de afnemer.
2) Strategie volgens Hamel en Prahalad:
Volgens hun moet de strategie vooral gebaseerd zijn op wat het bedrijf kan: de
kerncompetenties.
D.m.v. de kerncompetenties kunnen organisaties een goede positie op de markt
innemen en concurrentievoordeel behalen.
→ 3 kenmerken waaraan kerncompetenties moeten voldoen:
1. moeilijk te imiteren door andere ondernemingen.
2. moet de koper voordeel verschaffen en waardevol zijn.
3. toepasbaar in veel verschillende markten.
Voorbeelden van ondernemingen + kerncompetenties:
• Toyota → Efficiënte wijze van produceren
• Rolex → Hoogwaardige horlogetechnologie
• Google → Innovatieve software-engineering
• Nike → Sportinnovatie en marketing
• Apple → Technologie, design en gebruiksgemak
• Zara → Unieke voortbrengingsketen in fast fashion
3) Strategie volgens Mintzberg:
Mintzberg geeft 5 P’s voor de definitie strategie (1987).
1. Plan → geeft richting aan en benoemt acties. Vooruitkijken: de beoogde strategie.
2. Patroon → kijkt terug en beschrijft uitgevoerde acties. Terugkijken: de
gerealiseerde strategie.
, 3. Positie → positioneert de organisatie in haar directe omgeving.
4. Perspectief → intern vertalen in visie en organisatiedoelen.
5. Plot → het spel van zet en tegenzet van concurrenten in de markt. (Denk aan
tactiek)
Mintzberg stelt dat strategie niet alleen het resultaat is van plannen, maar ook van leren
en aanpassen.
(Eenvoudig voorbeeld: Een kledingwinkel plant om vooral fysieke winkels uit te breiden (bedoelde strategie). Een deel van dat plan
wordt uitgevoerd (opzettelijke strategie), maar sommige nieuwe vestigingen komen er niet (niet-gerealiseerde strategie).
Ondertussen merkt de winkel dat online verkoop sterk groeit en investeert daar extra in (ontwikkelende strategie). Uiteindelijk
bestaat de werkelijke strategie uit een combinatie van beide: fysieke uitbreiding én e-commerce (gerealiseerde strategie))
Strategisch management: het proces van systematische analyse van de externe en
interne factoren van een organisatie om te komen tot strategische beleidsopties voor het
verwerven van duurzaam concurrentievoordeel.
➔ Grondlegger: Ansoff
➔ Hoogste managementniveau (in de vorm van een directie of raad van bestuur)
➔ 2 manieren waarop strategie ontstaat: systematisch = planmatige strategie OF
intuïtief = strategie groeit via acties
➔ Inspelen op wijzigende leefgewoonten, trends (bv: mannen en ‘skin care’,
verouderende bevolking,…)
Model van strategisch management:
H1: Introductie van Management en Organisatie
Organisatiekunde: de wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van gedrag
van en in organisaties en de wijze waarop organisaties bestuurd kunnen worden.
➔ Is de oudere/oorspronkelijk term van ‘Management en Organisatie’
➔ Is interdisciplinair
Management (= organiseren) (als proces): het optimaal doen samenwerken van mensen
en middelen om een bepaald doel te bereiken.
➔ verantwoordelijk voor de strategie van de organisatie, het uitvoeren daarvan en
het behalen van de doelen.
Manager: een persoon die sturing geeft aan processen, mensen en middelen om een
bepaald doel te bereiken.
Organisatie → bestaat niet om winst te maken, wel om een doel te bereiken
, ➔ bv: milieu of klimaat beschermen, Landelijke studentenvakbond, Greenpeace,…
Bedrijf → verwijst niet expliciet naar het maken van winst (bv: Odisee Hogeschool)
➔ bv: Hogeschool, ziekenhuis, Rijksmuseum,…
Onderneming → er is een gemeenschappelijk doel MAAR belangrijkste doel is hier winst
maken
➔ bv: Apple, McDonald’s, MediaMarkt,…
2 soorten organisaties (1e verdeling):
1) Profitorganisaties → Gericht op winst: de winstdoelstelling is een voorwaarde
voor de continuïteit.
➔ Dus synoniem voor ‘onderneming’
➔ Bv: Facebook, Google, Starbucks, Royal Dutch Shell,…
2) Non-profitorganisaties → Gericht op maatschappelijke doelen (bv: op het gebied
van kunst, educatie, politiek, onderzoek of ontwikkelingshulp)
➔ Bv: Ministerie, Ziekenhuis, Bibliotheek, Gemeente,…
2 soorten organisaties op basis van rechtsvormen* (2e verdeling):
1. Natuurlijke personen → EV is aansprakelijk, personenbelasting (loopt snel op),
verlies is niet overdraagbaar (reden extra voor hoge personenbelasting).
2. Rechtspersonen: een juridische constructie waardoor een organisatie volwaardig
en handelingsbekwaam kan optreden in het rechtsverkeer met rechten en
plichten (duur om te starten al heb je voordelen, wees zeker van een grote omzet)
*Rechtsvorm: de juridische wijze waarin natuurlijke personen, rechtspersonen of
combinaties daarvan samenwerken voor een gemeenschappelijk doel of belang.
H2: Strategie
Strategie: beschrijft de LT-doelen van een organisatie en de inzet van middelen en
activiteiten om die doelen te realiseren.
, ➔ Vormt het begin van het gehele proces van organiseren
3 soorten strategieën:
1) Strategie volgens Porter:
Porter heeft het over een combinatie van ondernemingsdoelen en over het beleid, de
activiteiten en de middelen die nodig zijn om die te bereiken.
'Concurrentiestrategie is een combinatie van einddoelen, waar een bedrijf naar streeft
en de middelen (beleid) waarmee men tracht om deze te realiseren.'
→ strategie ≠ operationele effectiviteit
➔ Nadruk op de concurrentiepositie, en het belang om zich te onderscheiden in de
ogen van de afnemer.
2) Strategie volgens Hamel en Prahalad:
Volgens hun moet de strategie vooral gebaseerd zijn op wat het bedrijf kan: de
kerncompetenties.
D.m.v. de kerncompetenties kunnen organisaties een goede positie op de markt
innemen en concurrentievoordeel behalen.
→ 3 kenmerken waaraan kerncompetenties moeten voldoen:
1. moeilijk te imiteren door andere ondernemingen.
2. moet de koper voordeel verschaffen en waardevol zijn.
3. toepasbaar in veel verschillende markten.
Voorbeelden van ondernemingen + kerncompetenties:
• Toyota → Efficiënte wijze van produceren
• Rolex → Hoogwaardige horlogetechnologie
• Google → Innovatieve software-engineering
• Nike → Sportinnovatie en marketing
• Apple → Technologie, design en gebruiksgemak
• Zara → Unieke voortbrengingsketen in fast fashion
3) Strategie volgens Mintzberg:
Mintzberg geeft 5 P’s voor de definitie strategie (1987).
1. Plan → geeft richting aan en benoemt acties. Vooruitkijken: de beoogde strategie.
2. Patroon → kijkt terug en beschrijft uitgevoerde acties. Terugkijken: de
gerealiseerde strategie.
, 3. Positie → positioneert de organisatie in haar directe omgeving.
4. Perspectief → intern vertalen in visie en organisatiedoelen.
5. Plot → het spel van zet en tegenzet van concurrenten in de markt. (Denk aan
tactiek)
Mintzberg stelt dat strategie niet alleen het resultaat is van plannen, maar ook van leren
en aanpassen.
(Eenvoudig voorbeeld: Een kledingwinkel plant om vooral fysieke winkels uit te breiden (bedoelde strategie). Een deel van dat plan
wordt uitgevoerd (opzettelijke strategie), maar sommige nieuwe vestigingen komen er niet (niet-gerealiseerde strategie).
Ondertussen merkt de winkel dat online verkoop sterk groeit en investeert daar extra in (ontwikkelende strategie). Uiteindelijk
bestaat de werkelijke strategie uit een combinatie van beide: fysieke uitbreiding én e-commerce (gerealiseerde strategie))
Strategisch management: het proces van systematische analyse van de externe en
interne factoren van een organisatie om te komen tot strategische beleidsopties voor het
verwerven van duurzaam concurrentievoordeel.
➔ Grondlegger: Ansoff
➔ Hoogste managementniveau (in de vorm van een directie of raad van bestuur)
➔ 2 manieren waarop strategie ontstaat: systematisch = planmatige strategie OF
intuïtief = strategie groeit via acties
➔ Inspelen op wijzigende leefgewoonten, trends (bv: mannen en ‘skin care’,
verouderende bevolking,…)
Model van strategisch management: