HC Meerlingenzwangerschappen
13/05/2026
Definitie en voorkomen
= zwangerschap met meer dan één foetus (1/65 in Vlaanderen)
Dizygote tweeling
= twee-eiig
Twee verschillende eicellen worden bevrucht door 2 verschillende spermatozoa
Genetisch materiaal verschilt evenveel als tussen eenlingkinderen van dezelfde ouders
Kunnen hetzelfde of verschillend geslacht hebben
Meestal door poly-ovulatie
= 2x een eenling die dezelfde baarmoeder delen
Incidentie afhankelijk van
o Ras (Afrikaans > Aziatisch)
o Maternale leeftijd (ouder > jonger)
o Pariteit (multi > primi)
o Fertiliteitsbehandeling (>>> spontaan!)
Wereldwijd stijging in frequentie DCDA
o Stijging door fertiliteitsbehandelingen
o Stijging door stijgende maternale leeftijd
Dichoriaal (eigen placenta) + diamniotisch (eigen vruchtzak)
Monozygote tweeling
= een-eiig (3.5/100 zwangerschappen = 30% van de tweelingen)
1 bevruchtte eicel die zich splitst
Genetisch identiek en van hetzelfde geslacht
(Bijna) identieke tweeling (verschillend in genetische mutaties en door
omgevingsfactoren)
Moment van splitsing bepaalt of ze de placenta delen (= chorioniciteit)
Latere splitsing betekent dat ze de vruchtzak en placenta delen = monochoriaal
monoamniotisch (5%)
Incidentie veel hoger bij fertiliteitstechnieken (5x meer na IVF; 10x meer na
ovulatieinductie)
1/250 na spontane bevruchting
Diagnose en bepaling van chorioniciteit
Eerste trimester echografie zeer belangrijk!
Dichoriaal Monochoriaal Monochoriaal
monoamniotisch
Lambda teken = 3 lagen: 2 T-sign (enkel dunne Geen septum tussen twins
amnionzakjes en dik chorion vliezen)
Dik membraan >2mm Zelfde als empty lambda Navelstrengen kunnen
verstrengelen
, HC Meerlingenzwangerschappen
13/05/2026
2 placenta’s 2 dunne vliezen
Verschillende geslachten
NIPT test
Mogelijk bij zowel dichoriale als monochoriale twins
Belangrijke verschillen met eenlingzwangerschappen
Betrouwbaarheid voor chromosoomafwijkingen is hoog maar net iets minder nauwkeurig
dan bij eenling
Test kan niet aangeven welke foetus de afwijking heeft
Bij vanishing twin kan de uitslag moeilijker zijn
Verwikkelingen bij de moeder
Toegenomen last van:
Hyperemesis (meer hCG)
Rug en bekkenpijn
Kortademigheid
Varices
Anemie
Risico op zwangerschapshypertensie 12% vs 6% eenling
Risico op PET (nullipara 15%, multipara 5%) vs 5% eenling
Zwangerschapsdiabetes
Vaginaal bloedverlies door placentaloslating en praevia
Meer risico op:
Bevalling vaker operatief/sectio
Postpartumbloeding (groter placentaoppervlak en uterusdistentie (uitzetting))
Postpartumdepressie
Risico’s voor de baby’s
Foetale verwikkelingen:
Miskraam/vanishing twin
o Diagnose van twin <7w
o 25% vanishing twin (= spontane reductie van één of meerdere embryo’s)
o 10% kans op miskraam van beide leden
Congenitale afwijkingen
o Dizygote twin: 2x kans gezien er twee kinderen zijn
o Monosygoot: 2-3x meer afwijkingen door effect van splitsing of onevenwicht in
bloedvoorziening
Vroeggeboorte
o Gemiddelde zwangerschapsduur bij bevalling twin = 36w
o >50% bevalt voor 37w
o 10% bevalt voor 32w (1% bij eenling)
o Cervixlengte opvolgen niet nuttig (steeds wat verkort)
o Tijdig rust (stop werk) zeker bij VG preterme arbeid
Groeirestrictie/discordantie
o Groei loopt gelijkmatig aan eenling tot 30w, nadien lagere snelheid
o 2e-3e trimester als geschat gewicht >25% verschilt tussen beide leden (12%)
o Gemiddeld verschil in gewicht = 10%
Risico’s bij MONOchoriale twins
TTTS (twin-to-twin transfusie syndroom)
= onevenwicht in vaatverbindingen met meer flow naar de ene foetus dan naar de andere
1/10 monochoriale twins
Tussen 16-26w
13/05/2026
Definitie en voorkomen
= zwangerschap met meer dan één foetus (1/65 in Vlaanderen)
Dizygote tweeling
= twee-eiig
Twee verschillende eicellen worden bevrucht door 2 verschillende spermatozoa
Genetisch materiaal verschilt evenveel als tussen eenlingkinderen van dezelfde ouders
Kunnen hetzelfde of verschillend geslacht hebben
Meestal door poly-ovulatie
= 2x een eenling die dezelfde baarmoeder delen
Incidentie afhankelijk van
o Ras (Afrikaans > Aziatisch)
o Maternale leeftijd (ouder > jonger)
o Pariteit (multi > primi)
o Fertiliteitsbehandeling (>>> spontaan!)
Wereldwijd stijging in frequentie DCDA
o Stijging door fertiliteitsbehandelingen
o Stijging door stijgende maternale leeftijd
Dichoriaal (eigen placenta) + diamniotisch (eigen vruchtzak)
Monozygote tweeling
= een-eiig (3.5/100 zwangerschappen = 30% van de tweelingen)
1 bevruchtte eicel die zich splitst
Genetisch identiek en van hetzelfde geslacht
(Bijna) identieke tweeling (verschillend in genetische mutaties en door
omgevingsfactoren)
Moment van splitsing bepaalt of ze de placenta delen (= chorioniciteit)
Latere splitsing betekent dat ze de vruchtzak en placenta delen = monochoriaal
monoamniotisch (5%)
Incidentie veel hoger bij fertiliteitstechnieken (5x meer na IVF; 10x meer na
ovulatieinductie)
1/250 na spontane bevruchting
Diagnose en bepaling van chorioniciteit
Eerste trimester echografie zeer belangrijk!
Dichoriaal Monochoriaal Monochoriaal
monoamniotisch
Lambda teken = 3 lagen: 2 T-sign (enkel dunne Geen septum tussen twins
amnionzakjes en dik chorion vliezen)
Dik membraan >2mm Zelfde als empty lambda Navelstrengen kunnen
verstrengelen
, HC Meerlingenzwangerschappen
13/05/2026
2 placenta’s 2 dunne vliezen
Verschillende geslachten
NIPT test
Mogelijk bij zowel dichoriale als monochoriale twins
Belangrijke verschillen met eenlingzwangerschappen
Betrouwbaarheid voor chromosoomafwijkingen is hoog maar net iets minder nauwkeurig
dan bij eenling
Test kan niet aangeven welke foetus de afwijking heeft
Bij vanishing twin kan de uitslag moeilijker zijn
Verwikkelingen bij de moeder
Toegenomen last van:
Hyperemesis (meer hCG)
Rug en bekkenpijn
Kortademigheid
Varices
Anemie
Risico op zwangerschapshypertensie 12% vs 6% eenling
Risico op PET (nullipara 15%, multipara 5%) vs 5% eenling
Zwangerschapsdiabetes
Vaginaal bloedverlies door placentaloslating en praevia
Meer risico op:
Bevalling vaker operatief/sectio
Postpartumbloeding (groter placentaoppervlak en uterusdistentie (uitzetting))
Postpartumdepressie
Risico’s voor de baby’s
Foetale verwikkelingen:
Miskraam/vanishing twin
o Diagnose van twin <7w
o 25% vanishing twin (= spontane reductie van één of meerdere embryo’s)
o 10% kans op miskraam van beide leden
Congenitale afwijkingen
o Dizygote twin: 2x kans gezien er twee kinderen zijn
o Monosygoot: 2-3x meer afwijkingen door effect van splitsing of onevenwicht in
bloedvoorziening
Vroeggeboorte
o Gemiddelde zwangerschapsduur bij bevalling twin = 36w
o >50% bevalt voor 37w
o 10% bevalt voor 32w (1% bij eenling)
o Cervixlengte opvolgen niet nuttig (steeds wat verkort)
o Tijdig rust (stop werk) zeker bij VG preterme arbeid
Groeirestrictie/discordantie
o Groei loopt gelijkmatig aan eenling tot 30w, nadien lagere snelheid
o 2e-3e trimester als geschat gewicht >25% verschilt tussen beide leden (12%)
o Gemiddeld verschil in gewicht = 10%
Risico’s bij MONOchoriale twins
TTTS (twin-to-twin transfusie syndroom)
= onevenwicht in vaatverbindingen met meer flow naar de ene foetus dan naar de andere
1/10 monochoriale twins
Tussen 16-26w