HC7 Statistiek: relaties tussen gegevens + de normaalverdeling
24/03/2026
Weergeven van relaties tussen variabelen
Spreidingsdiagram = grafische weergave in de vorm van een puntenwolk
In kaart brengen van de samenhang tussen 2 variabelen
o Richting
o Vorm
o Regressierechte
Alle meetwaarden zijn belangrijk!
Verband tussen duur van arbeid en ernst van perineumtrauma, maar bevallingen zonder
ruptuur moeten ook meegenomen worden
Regressieanalyse
Regressielijn met regressie vergelijking: y = bx + a
o y = afhankelijke variabele (gaat veranderen a.d.h.v. onafhankelijke variabale)
o x = onafhankelijke variabele
o a = intercept; b = regressie coëfficiënt of richtingscoëfficiënt
Correlatiecoëfficiënt
o Maat voor sterkte van lineaire verband tussen variabele (hoe groot invloed van één
variabele is op andere variabele)
o Tussen -1 en +1, waarbij waarden dicht bij -1 en 1 een sterk lineair verband aangeven
en waarden rond 0 geen lineair verband
Toets voor onafhankelijkheid
Kruistabel met rijpercentages
Vb. rijpercentage: 51.1% = (1875/3669) x 100
= de proportie van geïnduceerde zwangerschappen waarbij de moeder tiener is
Test naar statistische significantie
χ2 toets: test naar verband tussen twee variabelen met nominale uitkomstmaat
Hypothesen opstellen:
o H0 (nulhypothese): er is geen verschil of verband tussen de twee variabelen
o H1 (alternatieve hypothese): er is een verschil of verband tussen de twee variabelen
, HC7 Statistiek: relaties tussen gegevens + de normaalverdeling
24/03/2026
χ2 toets: kruistabel met gevonden (=data) en verwachte waarden (onder nulhypothese)
opstellen en daarop χ2 toets doen
Als verschil tussen gevonden en verwachte waarden vrij groot is, dan waarschijnlijk
nulhypothese verwerpen
(χ2 = shi-kwadraat)
Proportie van zwangerschappen met tienermoeder = 51.7%
Verwacht aantal tienermoeders met inductie van arbeid = 3669 x 51.7% = 1897
Verwacht aantal tienermoeders zonder inductie van arbeid = 8472 x 51.7% = 4380
Test naar statistische significantie
p-waarde: de kans op de gevonden χ2 waarde als de nulhypothese juist is
o “Hoe extreem is het gevonden resultaat als we geloven dat er geen verband is?”
o p-waarde klein => gevonden resultaat is onwaarschijnlijk indien er geen verband is
o Wat is heel klein? => vooraf gesteld significantieniveau α (meestal 0,05)
Komt overeen met 95% betrouwbaarheid of 5% kans (1 op 20) dat je conclusie fout is
d.w.z. dat er wel een verband is
o p ≤ 0,05 → ≥ 95% zeker → verband: nulhypothese verwerpen
o n.s. = niet significant (p > 0.05) → geen verband: nulhypothese behouden
Voorbeeld 1: inductie van arbeid: n.s. → geen verband met leeftijd van de moeder
Voorbeeld 2: epidurale analgesie: p < 0,001 → >99,9% zekerheid dat er een verband is
tussen epidurale analgesie en de leeftijd van de moeder
Risicomaten
Bepalen of een risicofactor de kans op een ziekte of afwijking verhoogt of verlaagt
Voorbeeld: is de kans groter op longkanker als je rookt?
Relatief risico: RR
o Verhouding van kansen
o Kans: aantal keren dat een gebeurtenis voorkomt op het totaal
o RR = 1: geen effect
o RR < 1: beschermend effect ≈ 1 => geen effect (geen
verband)
o RR > 1: schadelijk effect
o Voorbeeld longkanker: RR is verhouding tussen de kans op longkanker bij rokers en de
kans op longkanker bij niet-rokers
o Voorbeeld inductie van arbeid: Het relatief risico geeft de verhouding weer van de
kans op inductie van arbeid bij 27-jarigen ten opzichte van de kans op inductie van
arbeid bij tienermoeders
24/03/2026
Weergeven van relaties tussen variabelen
Spreidingsdiagram = grafische weergave in de vorm van een puntenwolk
In kaart brengen van de samenhang tussen 2 variabelen
o Richting
o Vorm
o Regressierechte
Alle meetwaarden zijn belangrijk!
Verband tussen duur van arbeid en ernst van perineumtrauma, maar bevallingen zonder
ruptuur moeten ook meegenomen worden
Regressieanalyse
Regressielijn met regressie vergelijking: y = bx + a
o y = afhankelijke variabele (gaat veranderen a.d.h.v. onafhankelijke variabale)
o x = onafhankelijke variabele
o a = intercept; b = regressie coëfficiënt of richtingscoëfficiënt
Correlatiecoëfficiënt
o Maat voor sterkte van lineaire verband tussen variabele (hoe groot invloed van één
variabele is op andere variabele)
o Tussen -1 en +1, waarbij waarden dicht bij -1 en 1 een sterk lineair verband aangeven
en waarden rond 0 geen lineair verband
Toets voor onafhankelijkheid
Kruistabel met rijpercentages
Vb. rijpercentage: 51.1% = (1875/3669) x 100
= de proportie van geïnduceerde zwangerschappen waarbij de moeder tiener is
Test naar statistische significantie
χ2 toets: test naar verband tussen twee variabelen met nominale uitkomstmaat
Hypothesen opstellen:
o H0 (nulhypothese): er is geen verschil of verband tussen de twee variabelen
o H1 (alternatieve hypothese): er is een verschil of verband tussen de twee variabelen
, HC7 Statistiek: relaties tussen gegevens + de normaalverdeling
24/03/2026
χ2 toets: kruistabel met gevonden (=data) en verwachte waarden (onder nulhypothese)
opstellen en daarop χ2 toets doen
Als verschil tussen gevonden en verwachte waarden vrij groot is, dan waarschijnlijk
nulhypothese verwerpen
(χ2 = shi-kwadraat)
Proportie van zwangerschappen met tienermoeder = 51.7%
Verwacht aantal tienermoeders met inductie van arbeid = 3669 x 51.7% = 1897
Verwacht aantal tienermoeders zonder inductie van arbeid = 8472 x 51.7% = 4380
Test naar statistische significantie
p-waarde: de kans op de gevonden χ2 waarde als de nulhypothese juist is
o “Hoe extreem is het gevonden resultaat als we geloven dat er geen verband is?”
o p-waarde klein => gevonden resultaat is onwaarschijnlijk indien er geen verband is
o Wat is heel klein? => vooraf gesteld significantieniveau α (meestal 0,05)
Komt overeen met 95% betrouwbaarheid of 5% kans (1 op 20) dat je conclusie fout is
d.w.z. dat er wel een verband is
o p ≤ 0,05 → ≥ 95% zeker → verband: nulhypothese verwerpen
o n.s. = niet significant (p > 0.05) → geen verband: nulhypothese behouden
Voorbeeld 1: inductie van arbeid: n.s. → geen verband met leeftijd van de moeder
Voorbeeld 2: epidurale analgesie: p < 0,001 → >99,9% zekerheid dat er een verband is
tussen epidurale analgesie en de leeftijd van de moeder
Risicomaten
Bepalen of een risicofactor de kans op een ziekte of afwijking verhoogt of verlaagt
Voorbeeld: is de kans groter op longkanker als je rookt?
Relatief risico: RR
o Verhouding van kansen
o Kans: aantal keren dat een gebeurtenis voorkomt op het totaal
o RR = 1: geen effect
o RR < 1: beschermend effect ≈ 1 => geen effect (geen
verband)
o RR > 1: schadelijk effect
o Voorbeeld longkanker: RR is verhouding tussen de kans op longkanker bij rokers en de
kans op longkanker bij niet-rokers
o Voorbeeld inductie van arbeid: Het relatief risico geeft de verhouding weer van de
kans op inductie van arbeid bij 27-jarigen ten opzichte van de kans op inductie van
arbeid bij tienermoeders