Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Sociale Psychologie 1 | VU Amsterdam | 2025/26

Rating
-
Sold
-
Pages
43
Uploaded on
07-07-2026
Written in
2025/2026

Deze samenvatting behandelt de kernconcepten van het vak Sociale Psychologie aan de VU Amsterdam, inclusief de fundamentele axioma's van Kurt Lewin. De aandachtspunten liggen op intrapersonal processes, interpersonal relations, intra-group processes en intergroup relations, aangevuld met thema's als priming, de Thomas theorie, en self-serving interpretations. Geschikt voor toetsvoorbereiding en als hulpmiddel om de complexe theorieën en voorbeelden snel onder de knie te krijgen.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Sociale psychologie 1

Sociale psychologie: wetenschappelijke studie van hoe we elkaar beïnvloeden op individueel
niveau of tussen groepen. Dit kan voor een groot deel ook binnen je hoofd voorkomen,
bijvoorbeeld wanneer je je zorgen maakt over hoe mensen je waarnemen.
Wat doet sociale psychologie? Op een wetenschappelijke manier worden verschillende
statements beoordeeld, zoals “mooie mensen zijn vaker gelukkiger”.
Verschillende niveaus die geanalyseerd worden:
• Intrapersonal processes: gedachten binnen 1 individu, bijvoorbeeld hoe je over de wereld
denkt
• Interpersonal relations: tussen individuen
• Intra-group processes: binnen een groep
• Intergroup relations: tussen groepen

_


Axiom 1 van Kurt Lewin: Onze gedachten, gevoelens en gedrag worden beïnvloedt door de
persoon die je bent en situaties waar je in zit. Er is interactie: f(Person x Situation)
• Situaties activeren een ander deel van een persoon: in een feestje gedraag je je anders
dan in een lecture.
• Verschillende soorten personen kiezen verschillende situaties: Een extravert zal
eerder naar een feestje gaan dan een introvert persoon. Agressieve mensen kijken ook
eerder agressieve films. Dit versterkt het gedrag.
• Situaties kiezen bepaalde personen: iemand van 2 meter zal eerder een basketbal speler
worden
• Mensen veranderen situaties: 2 mensen zullen veel intiemere gesprekken hebben dan in
een groep van 4 mensen. Ook zal er in een groep van 2 mensen geen sprake zijn van
buitensluiting (veilgere situatie) en bij een grotere groep wel.
Situaties beïnvloeden mensen:
Titchener illusie: situaties kunnen ook mensen beïnvloeden zoals in de
Titchener illusie. De context bepaalt namelijk hoe we een stimulus
waarnemen. Deze illusie laat zien dat 2 even grote cirkels waarvan de
ene is omringd met grotere en de andere omringd met kleinere cirkels
toch anders worden gezien. De rode cirkel wordt als kleiner
waargenomen terwijl paars en rood even groot zijn.
Priming: Situaties kunnen ook automatisch gedachten beïnvloeden, zoals in geval van priming:
gr…. zal je eerder aanvullen tot green wanneer je daarvoor een lijst met kleuren hebt gelezen.


De rol van de “persoon”:
• Persoonlijke psychologie focust op psychologische eigenschappen zoals de Big Five
(extraversie, neurotisme etc) die gedrag vormen. Er kan dan bijvoorbeeld worden
onderzocht of criminelen extraverter zijn.

, • Social neuroscience: al onze gedachten, emoties en gedrag zijn terug te zien in ons brein.
Mensen die conservatief stemmen, hebben bijvoorbeeld een grotere amygdala (die
verantwoordelijk is voor angstgevoelens).
• Evolutionaire psychologie: probeert ons gedrag en onze gedachtes te verklaren aan de
hand van evolutie en genetica. Gaat ervan uit dat veel psychologische gedragingen die wij
nu hebben, komen doordat onze voorouders hierdoor een grotere overlevingskans hadden.
Voorbeeld: bang en wegrennen voor slangen maar niet voor bloemen


De rol van de “situatie”:
• Marketing kan de keuzes van de consument beïnvloeden. Dit kan via impliciete
processen: je hebt een voorkeur voor een product maar kan niet uitleggen waarom. Je
zou cola bijvoorbeeld niet kunnen onderscheiden onder B-merken. Er zijn ook
expliciete processen: je kan uitleggen waarom je een voorkeur voor iets hebt,
bijvoorbeeld waarom je Apple beter vindt dan Samsung.
• Group psychology: wanneer je je in een groep mensen bevindt zal je dingen doen die
je normaal niet zou doen, bijvoorbeeld rellen. Dit wordt veroorzaakt door conformity:
graag overeen willen komen met de groep.
• Culturele psychologie: de cultuur waarin we opgroeien vormt onze voorkeuren en
gedragingen


Axiom 2: mensen construeren hun eigen werkelijkheid: onze gedachten, emoties en
gedrag worden sterk beïnvloedt door de interpretatie van de situatie. Situatie → perceptie →
gedrag. Een voorbeeld waar je kan zien dat we onze eigen realiteit opbouwen is een foto waar
je 2 dingen kan zien (2 vrouwen of een vaas) of de Thomas theorie ↓
De Thomas theorie: onze perceptie is niet altijd accuraat en kan biased zijn, maar het voelt
tegelijkertijd levensecht voor de persoon die het zelf meemaakt. Als mensen situaties als echt
beschouwen, hebben ze daarom ook echte gevolgen. Dus al klopt het niet, bijvoorbeeld een kind
die gelooft dat er een monster onder het bed zit (heeft z’n eigen werkelijkheid gecreëerd), heeft het
alsnog serieuze consequenties in gedragingen (kind kan niet slapen).
Self-serving interpretations: een gevolg van het creëren van je eigen werkelijkheid is dat je
overtuigd bent van dingen die jou ten goede komen. In een voetbal wedstrijd zal je bijvoorbeeld
sneller het andere team de schuld geven voor slechte dingen.
Motivated reasoning: mensen zien wat ze willen zien. Mensen zullen alleen naar bewijzen kijken
die overeenkomen met hun denkbeeld en negeren de rest, bijvoorbeeld bij UFO’s.
Ideologisch conflict: als je jouw denkbeeld als de waarheid ziet en de andere partij ook bij hun
denkbeeld, vooral in de politiek, is het lastig om een middenweg te vinden.


Axiom 3: mensen zijn sociale dieren: andere mensen kunnen heel krachtig beïnvloeden hoe we
denken en ons gedragen. Als er bijvoorbeeld een bord is waar op staat dat zwemmen in het water
verboden is, maar je ziet dat er toch veel mensen zwemmen, zal je het bord negeren en er toch in
springen.
The need to belong: verklaart waarom we sociale dieren zijn. We willen graag onderdeel zijn van
een groep. Dit vergroot onze overlevingskansen, omdat jagen en verzamelen in groepen gaat en
omdat je bij oorlog bij elkaar moet blijven. Daarnaast verbetert the need to belong onze mentale
gesteldheid, we voelen ons beter in een groep dan alleen.

,The social brain hypothesis: hoe meer interactie we hebben met anderen, hoe groter het brein
daarvoor moet zijn. Mensen hebben een groter brein dan apen, omdat wij meer complexe
processen moeten uitvoeren om te communiceren, samen te werken etc.
The Herding instinct: mensen willen van nature betekenisvolle relaties met anderen in de vorm
van een romantische partner, vrienden en collega’s zodat we erbij horen. Wanneer we worden
buitengesloten zal dit dus pijnlijk zijn.
Buitensluiting (ostracism): Williams bouwde een experiment op waarbij je een frisbee spelletje
speelt met 2 andere mensen, maar op een gegeven moment stoppen ze met de frisbee naar jou
gooien. In MRI scans is te zien dat netwerken die een stress signaal afgeven worden geactiveerd,
zoals de amygdala. Dit is minder wanneer de 2 mensen de naam hebben van mensen die dichtbij
je staan, omdat dit ons eraan doet herinneren dat we toch nog een stabiel sociaal netwerk hebben
en dat er nog mensen om je geven.
Buitensluiting vormt een dreiging voor 4 menselijke behoeften:
1. The need to belong: erbij horen. Deze behoefte van ons is zo sterk dat mensen die
worden buitengesloten zich sneller zullen aansluiten bij extremistische groeperingen om
toch het gevoel te hebben dat je erbij hoort.
Nadat je bent buitengesloten kan je je geïsoleerd voelen, maar ook agressief. Vooral als je
het gevoel hebt dat de groep je niet meer erbij zal betrekken, worden ze agressief tegen de
groep. “If you can’t join them, beat them” → school shooters
2. Controle: gevoel van controle hebben over je omgeving, we gaan niet zo lekker op
onoverzichtelijke omgevingen en chaos, maar meer op structuur en voorspelbaarheid
3. Zelfvertrouwen
4. Meaningful existence: mensen zoeken altijd naar betekenis in het leven. Als je vaak wordt
buitengesloten verlies je vaak het gevoel van betekenis in je leven.


Zorgt buitensluiting voor een slechtere IQ op een IQ test? Hier is een experiment naar gedaan
waarbij participanten een persoonlijkheidstest moesten doen. Een aantal mensen kregen als
resultaat een hele negatieve test over hoe ze buitengesloten zullen worden. Deze mensen
scoorden even later veel lager op hun IQ test. Een andere negatieve tekst in hetzelfde experiment
(die niet over buitensluiting ging) had dit effect niet. Zo zie je maar hoe krachtig buitensluiting is.



Sociale psychologie 2

Mensen zijn van nature geneigd om groepen te vormen
Groep is een eenheid van 2 mensen of groter die interactie met elkaar hebben en elkaar
beïnvloeden. Daarbij zien ze elkaar als “wij”
Normen en rollen (uit boek): groepen hebben hun eigen normen (gebaseerd op hun
overtuigingen) die hun onderscheiden van andere groepen. Deze normen regelen het gedrag van
de groepsleden. Daarnaast hebben groepsleden hun eigen rol die hun een gevoel van identiteit en
purpose geeft. Deze rollen zijn gebaseerd op status.
Groepen zijn dynamisch (vol beweging): Op elk puntje gaan we dieper in
• Leden van de groep kunnen elkaars prestaties beïnvloeden
• Leden van de groep kunnen elkaars mening beïnvloeden
• Leden van de groep kunnen elkaars beslissingen beïnvloeden

, • Hiërarchie of egalitair: er kan een hiërarchie in een groep zijn waar je de leider en de
volgers hebt (kan ook subtiel), maar dat hoeft niet per se → egalitair (iedereen = gelijk)




Social facilitation: de aanwezigheid van mensen kan je prestatie versterken. Dit is wel afhankelijk
van je dominante reactie. Dat zit zo: de aanwezigheid van mensen zorgt voor arousal en dit kan je
dominante reactie versterken (en je non-dominante reactie remmen). Een voorbeeld is wielrennen.
Als je dit makkelijk vindt, zal je met een groot publiek in een wedstrijd veel sneller fietsen dan als je
alleen bent. In collectivistische culturen kan dit anders zijn, omdat zij gewend zijn aan publiek.
Social inhibition: wanneer je een taak moeilijk vindt (je dominante reactie), zal publiek leiden tot
arousal en dit zorgt voor een slechtere prestatie (social inhibition). Als je wiskunde lastig vindt zal
je wiskunde sommen veel moeilijker kunnen oplossen met een groot publiek erbij.
Yerkes-Dodson Law: maar hoeveel arousal is nodig als je een taak wil uitveoren?
Als het een moeilijke taak is, moet je arousal niet zo hoog zijn voor een optimale
prestatie. Als het een makkelijke taak is heb je voor een optimale prestatie een iets
hogere arousal nodig. Uiteraard moet arousal niet te hoog zijn → bij te veel arousal
gaat je praktijk rij examen veel slechter.
Casino: met meer publiek zal je ook meer geld inzetten.


Evaluation apprehension: maar waarom heeft arousal überhaupt invloed op ons? Dit komt naast
afleiding van de taak die je moet uitvoeren ook doordat wij veel geven om hoe anderen ons zien
(we are social animals). Dit is bijvoorbeeld te zien bij mannen: wanneer vrouwen naar ze kijken,
willen ze graag indruk maken op vrouwen en doen ze alles veel beter dan normaal. Mere
presence: de aanwezigheid van mensen → arousal
Social facilitation bij kakkerlakken:
• Makkelijke taak: kakkerlakken moeten zo snel mogelijk een tunnel binnenlopen. Deze
tunnel is makkelijk te zien (dominante respons). Hier ging het veel beter wanneer er publiek
was (andere kakkerlakken zijn erbij)
• Moeilijke taak: kakkerlakken moeten zo snel mogelijk een tunnel binnenlopen, maar die is
lastig te vinden (non-dominante respons). Dit ging nog moeizamer wanneer andere
kakkerlakken erbij waren.
Social facilitation versus social loafing:
• Social facilitation gaat over hoe je op individueel niveau presteert
• Social loafing gaat over hoe je in een groep presteert. Wanneer we in een groep zitten
zullen we veel minder inzet tonen dan als we alleen zijn. Voorbeeld: Wanneer je aan een
touw moet trekken zal je alleen veel meer kracht inzetten dan als je in een groep aan een
touw moet trekken. Komt minder voor in collectivistische culturen. Dit zijn de oorzaken:
o Er is geen evaluation apprehension: hoe wij worden gezien is belangrijk voor
ons, maar als je met z’n allen aan een touw trekt zal niemand door hebben hoe veel
of weinig kracht je gebruikt. Je reputatie staat dus niet op het spel
o Diffusion of responsibility: je bent niet volledig verantwoordelijk voor de uitkomst,
dus je zal minder inzet tonen

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 7, 2026
Number of pages
43
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$10.10
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
pyschologiesamenvattingen

Get to know the seller

Seller avatar
pyschologiesamenvattingen Vrije Universiteit Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
4 days
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions