Edition” als de “Preface” van The Order of
Things.
1. Foreword to the English Edition (Voorwoord bij de Engelse editie)
In het voorwoord bij de Engelse editie kijkt Foucault terug op The Order of
Things en probeert hij misverstanden over het boek te verduidelijken. Hij
benadrukt dat het boek geen klassieke geschiedenis van ideeën is. Hij
wilde niet laten zien hoe ideeën zich geleidelijk ontwikkelen, noch een
theorie geven over de menselijke natuur. Zijn doel was iets anders: hij
wilde de onderliggende structuren blootleggen die in een bepaalde
periode bepalen wat als kennis mogelijk is.
Hij introduceert opnieuw het idee van een “episteme”. Daarmee bedoelt
hij:
het geheel van onbewuste regels
die bepalen wat in een tijdperk als waar of als kennis kan gelden
en die vastleggen hoe wetenschappen georganiseerd zijn
Het gaat hem dus niet om individuele denkers of theorieën, maar om de
diepere ordening die hun denken mogelijk maakt.
Foucault reageert ook op kritiek. Sommigen vonden dat hij:
de mens “wegschreef” of ontkende
te structureel dacht en geen ruimte liet voor vrijheid
geschiedenis voorstelde als abrupte breuken zonder continuïteit
Hij legt uit dat hij niet beweert dat de mens niet bestaat, maar dat “de
mens” als centrum van kennis een relatief recente uitvinding is. In de
moderne tijd is de mens tegelijk:
subject (degene die kent)
object (datgene wat bestudeerd wordt, bijvoorbeeld in psychologie
of biologie)
Die dubbele positie is volgens Foucault historisch ontstaan rond het einde
van de 18e eeuw.
Het voorwoord maakt duidelijk dat The Order of Things een archeologisch
project is: het graaft niet naar de oorsprong van ideeën, maar naar de
voorwaarden die kennis mogelijk maken. Foucault positioneert zijn werk
,dus als een analyse van de regels van denken, niet van individuele
overtuigingen.
2. Preface (Voorwoord)
De Preface is beroemd omdat Foucault daar begint met een opvallend
voorbeeld: hij verwijst naar een (vermeende) Chinese encyclopedie die
dieren op een totaal bizarre manier indeelt. Bijvoorbeeld in categorieën
als:
dieren die de keizer toebehoren
dieren die net een kruik gebroken hebben
dieren die van verre op vliegen lijken
Deze indeling lijkt voor ons absurd. Maar precies dat gevoel van
verwarring is belangrijk voor Foucault. Het laat zien dat onze manier van
ordenen niet vanzelfsprekend of universeel is. Wat voor ons logisch is, is
afhankelijk van een historisch bepaalde ordening van kennis.
Vanuit dit voorbeeld stelt Foucault een fundamentele vraag:
Hoe ordenen culturen de wereld?
Hij introduceert het idee dat elke cultuur beschikt over een onderliggende
structuur die bepaalt:
hoe dingen gegroepeerd worden
wat als gelijk of verschillend wordt gezien
wat als rationeel geldt
Die ordening is meestal onzichtbaar voor de mensen die erin leven. We
merken haar pas op wanneer we geconfronteerd worden met een totaal
andere manier van denken.
Foucault beschrijft vervolgens drie grote perioden in de westerse
geschiedenis van kennis:
1. De Renaissance – kennis gebaseerd op gelijkenis en overeenkomst.
Dingen worden begrepen via overeenkomsten, analogieën en
symbolische verbanden.
2. De Klassieke Tijd (17e-18e eeuw) – kennis gebaseerd op
representatie en ordening. Dingen worden geclassificeerd en
systematisch geordend.
3. De Moderne Tijd (vanaf eind 18e eeuw) – de mens verschijnt als
centraal onderwerp van kennis. Wetenschappen als biologie,
, economie en taalkunde ontstaan, en de mens wordt tegelijk object
én subject van studie.
Het boek zal onderzoeken hoe deze epistemes veranderen. Volgens
Foucault zijn deze veranderingen geen geleidelijke evoluties, maar eerder
breuken in de manier waarop denken georganiseerd is.
Een van de bekendste ideeën uit deze Preface is zijn uitspraak dat “de
mens” een recente uitvinding is — en misschien ook weer zal verdwijnen.
Daarmee bedoelt hij dat het idee van de mens als fundament van alle
kennis niet tijdloos is, maar historisch bepaald.
Kort samengevat
In de Preface:
Foucault laat zien dat ordening cultureel en historisch bepaald is.
Hij introduceert het begrip episteme.
Hij onderscheidt drie grote kennisperioden.
Hij stelt dat “de mens” geen eeuwige categorie is.
In de Foreword to the English Edition:
Hij verduidelijkt zijn methode (archeologie van kennis).
Hij reageert op kritiek.
Hij benadrukt dat hij geen humanistische filosofie schrijft, maar een
analyse van de voorwaarden van kennis.
Hij herhaalt dat de moderne mens een historisch verschijnsel is.
Samen vormen deze twee teksten een theoretisch kader voor het hele
boek. Ze maken duidelijk dat The Order of Things geen gewone
geschiedenis is, maar een onderzoek naar de diepere structuren die
bepalen wat wij in een bepaalde tijd als waar, logisch en denkbaar
beschouwen.
, Hoofdstuk 1: Las Meninas uit The Order of Things
van Michel Foucault
In het eerste hoofdstuk van The Order of Things bespreekt Michel Foucault
het schilderij Las Meninas (1656) van Diego Velázquez. Hij gebruikt dit
schilderij niet zomaar als kunstanalyse, maar als een manier om te laten
zien hoe kennis en representatie (voorstelling) werken in een bepaalde
periode van de geschiedenis. Het schilderij is voor Foucault een voorbeeld
van hoe mensen in de 17e eeuw dachten over zien, weten en afbeelden.
Op het schilderij zien we een kamer in het Spaanse hof. In het midden
staat de jonge prinses (de infanta) met haar hofdames. Links staat
Velázquez zelf, die bezig is met schilderen. Achterin hangt een spiegel
waarin de koning en koningin te zien zijn. Maar hier begint het bijzondere:
wij zien hen alleen in de spiegel, niet direct in de ruimte. Het lijkt alsof zij
buiten het schilderij staan, precies op de plek waar wij als toeschouwers
staan.
Foucault laat zien dat dit schilderij een ingewikkeld spel speelt met:
wie kijkt
wie bekeken wordt
wat zichtbaar is
wat verborgen blijft
Normaal gesproken denken we dat een schilderij gewoon een afbeelding is
van iets in de werkelijkheid. Maar in Las Meninas is dat veel ingewikkelder.
Het schilderij toont niet alleen mensen, maar ook het proces van
afbeelden zelf. De schilder staat erin, het doek waar hij aan werkt zien we
van de achterkant, en de blikrichtingen van de personen lopen door elkaar.
Er gebeurt eigenlijk het volgende:
De schilder kijkt naar iets buiten het schilderij (waarschijnlijk de
koning en koningin).
De koning en koningin zien wij alleen via hun spiegelbeeld.
De prinses en haar hofdames kijken deels naar voren, richting ons.
Wij als kijkers staan op de plek waar het koningspaar lijkt te staan.
Hierdoor ontstaat er een soort spel van blikken. Iedereen kijkt, maar
niemand heeft volledig overzicht. Het schilderij laat zien dat zien en weten
nooit simpel of direct is. Er is altijd een structuur die bepaalt wat zichtbaar
wordt en wat niet.