H1: Natuurwetenschappelijke methode
De wetenschappelijke methode
STAP 1. Doe een observatie
STAP 2. Formuleer een onderzoeksvraag
STAP 3: Stel een hypothese op (testbare verklaring)
STAP 4: Test de voorspelling door het uitvoeren van een onderzoek
STAP 5: Resultaat vastleggen van het onderzoek, resultaten analyseren en besluit vormen over de hypothese
STAP 6. Analyseer en interpreteer de resultaten.
STAP 7. Vorm een besluit
STAP 8. Reflectie en future perpectives (optioneel)
Hoe doe je aan wetenschappelijk onderzoek?
1) onderzoeksvraag
2) hypothese
3) benodigdheden verzamelen
4) methode
5) resultaten
6) discussie
7) conclusie
3&4 vaak samen
Wetenschap is..
- Wetenschap tracht de natuurlijke wereld te begrijpen door gebruik te maken van observatie en
interpretatie.
- Wetenschappers maken voorspellingen (hypotheses) die ze nadien controleren.
- Stap voor stap bouwen ze een meer volledige theorie.
- Wetenschappelijke inzichten kunnen in de loop ter tijd nog veranderen bv. bij nieuwe vondsten, nieuwe
technologieën…
Wat hebben planten nodig om te kunnen groeien?
- Licht: voor fotosynthese, waarmee ze energie produceren
- Water: voor transport van voedingsstoffen en chemische reacties
- Koolstofdioxide (CO₂): gebruikt bij fotosynthese om suikers te maken
- Goede temperatuur: elke plantensoort heeft een optimale temperatuur voor groei
- Bodem/ voedingsstoffen: zoals stikstof, fosfor en kalium uit de bodem voor groei
Hoe worden hypotheses getest?
Gecontroleerde experimenten
- Controle vs experimentele groep
- Afhankelijke en onafhankelijke variabele
- Steekproefomvang en herhaling
OVUR methode
Oriënteren
Voorbereiden
Uitvoering
Reflectie
,Oefeningen
OEFENING 1/ Een leraar wil de theorie testen dat zaden licht nodig hebben om uit te groeien tot een plant. Hij
plaatst hiervoor enkele radijszaadjes in de tuin en enkele andere plaatst hij in een bloempot gevuld met aarde
in een verduisterd schuurtje. Na twee weken gaat hij opnieuw observeren.
Is dit onderzoek correct uitgevoerd volgens de wetenschappelijke werkwijze?
Zou jij iets veranderen aan deze opzet? Wat?
OPLOSSING
Experimenten moeten in een gecontroleerde setting plaatsvinden
Slechts 1 variabele mag variëren
- Experimentele groep: zaad in schuurtje met lamp
- Controlegroep: zaad in schuurtje in identieke omstandigheden maar zonder lamp
OEFENING 2/ Je onderzoekt ontkieming van zaden. Je legt in vier schalen droge zaden. Je
wilt de invloed van temperatuur op de kieming onderzoeken. Welke van deze schalen moet
je met elkaar vergelijken?
OPLOSSING
Schaal 1 & schaal 4 => test je op temperatuurverschil in zelfde bodemtype nl. aarde
Schaal 2 & schaal 3 => test op temperatuurverschil in zelfde bodemtype nl. natte watten
H2: Organen bij bloemplanten
Plantenmorfologie
Wortel Stengel Blad
- Niet-geleed - Geleed - Meestal afgeplat orgaan,
- Draagt geen bladeren - Heeft of had bladeren met badsteel en bladschijf
- Vaak ondergronds, (aanwezigheid knopen) - Meestal groen
soms bovengronds
- Meestal niet groen
Deel 1: Bouw en kenmerken van de wortel
= plantendeel → geen bladeren, niet geleed, meestal niet groen en groeit meestal ondergronds naar beneden
Wortelmorfologie
a) hoofdwortel met hierop dunnere vertakkingen, zijwortels genoemd (meeste tweezaadlobbigen, bv.
herderstasje, mosterd.)
b) bijwortels die allemaal op de stengel staan ingeplant. (eenzaadlobbigen bv. prei, ui en
tweezaadlobbigen met ondergrondse of kruipende stengels (bv. brandnetel, aardbei)
c) adventiefwortels zijn wortels waar normaal geen wortels groeide tot een volwaardige wortel +/-5 cm
,Worteltypen
- verdikte bijwortels/ wortel knollen (zoete aardappel, gember)
- hechtwortels (klimop)
- zuigwortels (maretak)
- luchtwortels (monstera)
- steltwortels (mais, mangrove)
- plankwortels (fladderiep)
- geen wortels (spaansmos)
→ epifyt = plant die op een andere plant leeft (commensalisme → +/0), gebruikt die als steun tenzij helemaal
omringd & geen fotosynthese → parasitisme (+/-)
- wortelknolletjes met stikstofbindende Rhizobium-bacteriën (vlinderbloemigen)
Mutualisme (+/+)
→ stikstof nodig en zetten die om in de vorm van nitraten & bacteriën krijgen suikers terug van de plant
Rhizobium-bacteriën = stikstofbindende bacterie
N2 → NO-3 → plant groeit
Wortelharen en wortelmuts
Planten zonder wortelharen: moeras- en waterplanten,
symbiose met schimmels en planten in hydrocultuur
Mutualisme: schimmels & planten → water en mineralen op te
nemen (zwamdraden), suikers (planten)
Vruchtbare bodem: paardenbloem in gazon → nutriënten
super diep uit de grond en halen die naar boven, als ze
sterven laten ze die nutriënten vrij, eerste voeding voor bv
egels
Mycorrhiza = samenlevingsvorm van schimmels en planten via de wortels
, Samenvatting functies
- Reserve-organen
- Verankeren en vasthechten van de plant in de bodem
- Opname van water en mineralen uit de bodem
- Wood Wide Web (communicatie)
Deel 2: Bouw en kenmerken van de stengel
= plantendeel dat bladeren draagt of gedragen heeft (bv. boomstam of tak) en is geleed
Knoop = plaats op een stengel waar een blad vastgehecht is
Internodium of tussenknoopstuk = stuk stengel tussen twee knopen
Knoppen = Aan het eind van de stengel en in de oksels van de bladeren
→ vroeg of laat een stengel met bladeren en/of bloemen groeien
Eindknop = knop aan het einde van de stengel
Bladoksel = hoek tussen de bovenkant van een blad en de stengel
Holle stengels = komt veel voor bij snel opschietende planten die aan veel wind zijn blootgesteld (bv.
graangewassen, riet en bamboe)
Massieve stengels = Ter hoogte van de knopen, soms bevindt zich in de stengel een duidelijk merg
Stengelmorfologie
Soorten
Groeiwijze
- kruipende stengel of uitlopers bv. aardbei
- wortelstok (= ondergrondse stengel) bv. witte dovenetel en grassen