H1 Classificatie
structureren van bepaald informatie, organismen, structuren volgens een
bepaald model of op basis v/e bepaald criterium
Keuze v/d sleutelkenmerken bepaalt in hoge mate het resultaat van classificeren
Classificatie v/e groep zal dus regelmatig moeten aangepast worden naarmate men meer gegevens ter
beschikking krijgt
Biodiversiteit, meest aantal aanwezige
insecten - planten - vissen - reptielen - vogels - amfibieën - zoogdieren
Vraag: welke factoren dragen bij tot biodiversiteitsverlies?
- opwarming aarde
- verlies van habitat (landbouw, ontbossing, kunstmatige dammen; belemmerd migratie van vis)
- vervuiling
- jagen (illegaal) = sloperij
- overbevissing
Gemiddelde aantal levende organismen die in leven zijn: crisis, 6e extinctiegolf → biodiversiteitsverlies
Hoe geraken we wegwijs in die biodiversiteit?
1. Classificatiemethoden (analyse van morfologische & anatomische kenmerken maar ook fysiologische & genetische kenmerken)
- klassieke methode (artificiële indeling)
obv. morfologie
- cladistische methode (‘natuurlijke’ indeling = evolutionaire verwantschappen)
obv. genetica, morfologie, embryonale ontwikkeling
Waarom?
Ordenen, info opslaan
Hoe?
Fyologen stamboom (cladogram)
Waarom classificeren?
- Info opslaan
Dwz conserveren van info door ze aan een begrip te koppelen
- Info meedelen
Bekende begrippen/groepen bevatten veel info zodat de communicatie wordt bevorderd.
Bv uitspraak ‘walvis is een zoogdier’ geeft al zeer veel info over een walvis
- Info ordenen
Dwz organiseren v/e klassement zodat info gemakkelijk kan worden teruggevonden, dit leidt tot hogere
efficientie. Ordenen veronderstelt ook het onderscheiden van hoofd- en bijzaken
- Info uitbreiden
Om in te delen moet men ondermeer vergelijken, deze studie leidt tot vergroten van kennis
De Herdt Kaat Odisee 1
,Hoe classificeren?
Taxon (meervoud: taxa) = taxonomische eenheid of taxonomische groep, een groep organismen die volgens
een taxonoom een van andere groepen te onderscheiden eenheid vormt
Evolutionaire boom of fylogenetische boom Cladogram voor de fylogenetische boom
De evolutionaire verwantschappen (fylogenie) van een groep Cladogram: woord is afgeleid v/h Griekse klados = tak;
taxa kan weergegeven worden in een driedimensionaal Een clade (ook wel gespeld als klade) is een groep organismen die alle
diagram zoals weergegeven afstammen v/e bepaalde gemeenschappelijke voorouder, plus die
voorouder zelf
Oefeningen
2. Hiërarchie & naamvorming
- classificatieniveaus
obv. domein, rijk, stam(afdeling), klasse, orde, familie, genus, soort
- wetenschappelijke naam soort: genus + soortbijvoegsel
- wat is een soort? Biologische soort → vruchtbare nakomelingen
De Herdt Kaat Odisee 2
,‘RANGEN’ MENS ERWT VLIEGENZWAM COLIBACIL
DOMEIN Eukarya Eukarya Eukarya Bacteria
RIJK Animalia (dieren) Plantae (planten) Fungi (schimmels) Monera
AFDELING STAM Chordata Magnoliophyta Basidiomycota Proteobacteria
(chordadieren) (zaadplanten) (steeltjeszwammen)
KLASSE Mammalia Magnoliopsida Homobasidiomycetae Gammaproteobacteria
(zoogdieren) (tweezaadlobbigen)
ORDE Primates Fabales Agaricales Enterobacterials
FAMILIE Hominidae Fabaceae Amanitaceae Enterobacteriaceae
(vlinderbloemen) (amanieten)
GESLACHT Homo Pisum Amanita Escherichia
SOORT Homo Sapiens Pisum Sativum Amanita Muscaria Escherichia Coli
Wat is een soort?
een soort is een soort dat als de nakomelingen vruchtbaar zijn
1. Morfologische soortconcept:
Verzameling organismen die een vergelijkbare, specifieke vorm hebben. Men onderscheidt bijvoorbeeld
een eend van een kip omdat ze (onder andere) verschillend gevormde snavels hebben en de eend zwemvliezen
heeft.
2. Biologische soortconcept:
Verzameling organismen, die onder natuurlijke omstandigheden tot geslachtelijke voortplantingkomen en daarbij
vruchtbare nakomelingen kunnen produceren. De definitie is echter niet van toepassing op organismen die zich
niet seksueel voortplanten.
Voorbeeld: Vogels van de soort Passer domesticus (huismus)
Een biologische soort omdat individuen van deze soort in staat zijn om vruchtbare nakomelingen te produceren wanneer ze onderling paren. Dit
betekent dat mannelijke en vrouwelijke huismussen zich met elkaar kunnen voortplanten en nakomelingen kunnen krijgen die zelf ook vruchtbaar
zijn. Het biologische soortconcept zou verder benadrukken dat, hoewel huismussen en andere soorten mussen (bijv. ringmussen, heggenmussen)
morfologisch en gedragsmatig kunnen verschillen, de reproductieve compatibiliteit tussen individuen van dezelfde soort de sleutel is tot het
definiëren van de huismus als een afzonderlijke biologische entiteit.
3. Genetische soortconcept:
Erfelijkheid beschrijft en verklaart. Het inzicht dat levende wezens eigenschappen van hun ouders erven, wordt
al duizenden jaren gebruikt bij het kweken van gewassen en fokken van dieren.
Voorbeeld: De soort Biston betularia, de peper-en-zoutvlinder, komt in twee kleurvormen voor: een lichte (typica) en een donkere (carbonaria). Het
genetische soortconcept zou worden toegepast door het analyseren van genetische markers om de genetische verschillen tussen de twee vormen
te bepalen. Onderzoek heeft aangetoond dat de kleurvariëteiten worden veroorzaakt door verschillende allelen op een enkel gen, wat leidt tot
verschillen in camouflage en overleving. Dit genetisch onderscheid ondersteunt het idee dat de lichte en donkere vormen mogelijk verschillende
soorten vertegenwoordigen. => behoort wel nog tot dezelfde soort; terwijl het met het genetisch soortconcept mss al 2 andere soorten zouden zijn
Voorbeelden van verschillende soorten die samen kruisen:
Muildier = muilpaard is een kruisig tussen een paardenmerrie en een ezelshengst
Muilezel = jong van een ezelin en een paardenhengst (Meestal hybride meer kenmerken geërfd v/d moeder dan van de vader. Zo
lijkt een muilezel meer op de ezelin dan op de paardenhengst)
Lijger (Panthera leo x tigris) is kruising tss mannetjesleeuw & vrouwtjestijger
Gaap is jong v/e vrouwtjesschaap & geitenbok. Scheit is jong v/e geitenvrouwtje(sik) & mannetjesschaap (ram)
De Herdt Kaat Odisee 3
, Taxonomie: wetenschap die verscheidenheid van alle levende wezens inventariseert, beschrijft, benoemt &
klasseert
Taxonomie + phylogenie = systematiek
Systematiek: het opdelen van organismen in een systeem van groepen (taxa) op basis van evolutionaire
verwantschap
Classificeren: ordenen waarbij men tot een classificatie (ordening) komt op basis van goede kenmerken
Nomenclatuur: naamgeving van de taxa volgens strikt bepaalde regels
Fylogenie: reconstrueren v/d evolutionaire geschiedenis v/d verschillende soorten levensvormen, vanaf de
oorsprong v/h leven; beschrijft de verwantschap v/e organisme met andere organismen
3. Historisch overzicht
dieren = bewegen
Linnaeus - 2 rijken planten = niet bewegen
dieren
Haeckel - 3 rijken planten
1e lichtmicroscoop protisten
dieren
planten
Whittaker - 5 rijken protisten Eukaryoot
Elektronen microscoop schimmels
moneren Prokaryoot
Obv. 1 of meercellig
celstructuur
voedingswijze
bacteriën Bacteria
Woese - 4 rijken - 3 domeinen Archaea Archaea
dieren
planten Eukarya
schimmels
protisten
Obv. biochemisch onderzoek (DNA, RNA)
Nu: domeinen → supergroepen → rijken
Toekomst → ?
De Herdt Kaat Odisee 4