INLEIDING
Het ontwikkelingsdynamisch model van Anton Dosen:
Emotionele ontwikkeling als uitgangpunt voor het begrijpen van &
omgaan met gedragsproblemen &/of psychische problemen (bij
personen met een verstandelijke beperking)
Op zoek naar achtergrond gedrag
Aanpassen context, verwachtingen & grenzen
Hoe kijk je naar gedrag?
Signaal
functie
Behoefte Emotie Gedrag van
gedrag
Emotionele ontwikkeling
HET ONTWIKKELINGSDYNAMISCH MODEL
Emotionele ontwikkeling: noodzakelijk element
Disharmonisch ontwikkelingsprofiel: kwetsbaarheid
Gedrags dat wij als probleem ervaren = vaak normaal gedrag voor het
emotioneel niveau:
Wat is ‘normaal’ gedrag voor een baby? Wat als de ‘baby’ 60
jaar is?
Wat is ‘normaal’ gedrag voor een peuter? Wat als de ‘peuter’
38 jaar is?
Wat is ‘normaal’ gedrag voor een puber? Wat als de ‘puber’ 80
jaar is?
Cognitief functioneren (kunnen)
Emotioneel functioneren (aankunnen/vooral
zichtbaar bij stress
WAT IS EMOTIONELE ONTWIKKELING?
1
, Kunnen – aankunnen
o Zelf toe komen, doseren, afronden
o In stresssituaties vs. in rust
o Kwetsbaarheid in discrepantie (= een verschil of tegenstrijdigheid tussen twee zaken
die eigenlijk overeen zouden moeten komen)
Moeilijk verstaanbaar gedrag
Anders kijken naar de cliënt:
Probleemgedrag = gedrag dat wij een probleem noemen
Zowel cognitieve als emotionele bekijken
Gedrag heeft een functie
Functioneren = fluctuerend (het gedrag = verwisseld of veranderlijk)
Zo goed mogelijk tegemoet komen aan de emotionele noden van het
moment
‘gras groei niet sneller door eraan te trekken’ alles eruit halen?
Kortom:
Geen alleenstaand kader maar een onderdeel van het grotere geheel
Dynamisch = veranderlijk
Niet het antwoord op alle vragen
Probleem gedrag als belangrijk signaal
Elk gedrag heeft een functie
Bruikbaarheid: doelgroepen?
Meerwaarde:
Cliënt
o Drukverlagende, warme omgeving
o Veilige, voldoende begrensde omgeving
o Aanvaard worden voor wie je bent
Netwerk
o Meer begrip voor gedrag
o Lat lager leggen
o Nauwere band
Begeleider/jij!
o Beter begrip voor gedrag cliënt en je eigen gedrag
o Minder machteloosheid
o Betere band
o Op een andere manier naar gedrag leren kijken
o Kritisch naar jezelf leren kijken = leermogelijkheden
Jij/begeleider wil het beste uit hen halen:
Vanuit geloof in hun kunnen
Vanuit goede bedoelingen
Vanuit leerplannen & ontwikkelingsdoelen
Vanuit een prestatiemaatschappij
MAAR
2
, Gras groeit niet harder door eraan te trekken
FASEN VAN HET ONTWIKKELINGSDYNAMISCH KADER
Dosen! = 5 fasen van de emotionele ontwikkeling, gelijklopend aan de gemiddelde ontwikkeling van
kinderen
Fase 1: eerste Fase 2: eerste Fase 3: eerste Fase 4: eerste Fase 5: realiteits-
adaptatiefase socialisatiefas individualisatiefas identificatiefas bewustwordingsfas
(aanpassingsfase e e e e
) (hechtingsfase (koppigheidsfase)
)
Leeftijdsfas 0-6 maanden 6-18 maanden 18-36 maanden 3-7 jaar 7-12 jaar
e
OV de Breng je mij tot Zie je mij Wat mag ik zelf Kijk wat ik kan, Waar hoor ik bij?
behoefte! rust? staan? Ben je doen? Help mij ben je trots? Wie ben ik? (rol,
er voor mij? mijn eigen wil (vaardigheden zelfwaarde)
uitoefenen )
FASE 1: ADAPTATIEFASE (AANPASSINGSFASE)
0-6 maanden: disregulatie VS homeostase breng jij mij in
evenwicht/rust?
Cliënt voornamelijk bezig met het verwerken van
prikkels, andere dingen kan hij enkel samen met de
begeleider
Cliënt valt samen met de ander: emotioneel
Gedrag = spanningen reduceren, onlustgevoelens
verminderen of lustgevoelens op te wekken
Kenmerken:
Nood aan onmiddellijke behoeftebevrediging
Nood aan constante nabijheid
Moeilijk om prikkels te ordenen
Innerlijk spanningsniveau schommelt snel
Cliënten = zeer gevoelig voor sfeer, stemming nemen emoties over van anderen
Cliënten kunnen zich niet inleven in perspectief van ander
Geen normbesef reageren volgens lust-onlust gevoelens (ongeacht of begeleider aanwezig
is)
Mogelijk gedrag in fase 1:
Ongecontroleerde agressie
Zich verliezen in een etiketje
Weigergedrag vanuit onduidelijkheid
Stereotype geluiden
Overspoeld worden door emoties
Dwangmatigheden
Geen empathie
3