VAARDIGHEDEN
(voor examen Orthopedagogie 1 -
Gedragsleer)
1. Studenten kunnen uitleggen wat het leertheoretisch model inhoudt.
Het leertheoretisch model stelt dat gedrag aangeleerd is via beloning, straf en ervaring.
Gedrag is een reactie op prikkels (S) en wordt in stand gehouden of verminderd door
gevolgen (C).
Model: S → (O) → R → C
S = stimulus / situatie
R = gedrag / respons
C = consequentie (bekrachtiging of straf)
🎓 Voorbeeld: Bewoner wordt niet op weekend toegelaten (S), smijt stoel (R), krijgt toch
toestemming (C) → gedrag neemt toe.
Visuele samenvatting: Soorten bekrachtiging en straf
Aangeboden + Weggenomen –
Aangenaam gevolg (C⁺) + (C⁺) Positieve bekrachtiging – (C⁺) Negatieve straf
Onaangenaam gevolg (C⁻) + (C⁻) Positieve straf – (C⁻) Negatieve bekrachtiging
2. Studenten kunnen met een voorbeeld verduidelijken hoe we voortdurend bezig
zijn elkaar te beïnvloeden zoals in gedragstherapie.
Gedrag beïnvloedt gedrag. Iedereen leert voortdurend van reacties van anderen.
🎓 Voorbeeld: Als je lacht naar iemand, krijg je vaak een glimlach terug.
In de begeleiding: Je geeft een compliment → bewoner herhaalt gedrag.
3. Studenten kunnen bij een voorbeeld onderscheid maken tussen gedrag en
interpretatie.
Gedrag = observeerbaar: "Hij loopt weg uit de groep."
Interpretatie = mening: "Hij voelt zich buitengesloten."
🎓 Examen: steeds concreet gedrag beschrijven!
4. Studenten kunnen gedragsproblemen analyseren en omschrijven in
observeerbare, concrete gedragstermen.
Gebruik S-R-C schema:
🎓 Voorbeeld:
S = begeleider zegt “geen weekend”
R = bewoner gooit bord
, C = bewoner mag toch gaan
→ Analyse: bord gooien wordt bekrachtigd
5. Studenten kunnen ongewenst gedrag en incompatibel gewenst gedrag concreet
formuleren.
Ongewenst gedrag: schreeuwen tijdens eten
Incompatibel gedrag: rustig praten (kan niet tegelijk met schreeuwen)
In behandeling: bekrachtig het incompatibele gedrag.
6. Studenten kunnen op verschillende manieren sociaal bekrachtigen.
Sociale bekrachtiging: complimenten, aandacht, knipoog, high five
✔️Zoek contact
✔️Positieve aanhef
✔️Beschrijf gedrag
✔️Benoem gevolg
✔️Non-verbaal aanvullen
🎓 Voorbeeld: “Sjiek Mieke! Zo goed op tijd opgestaan, nu kan je rustig ontbijten.”
7. Studenten kunnen onderscheid maken tussen primaire en secundaire
bekrachtigers.
Soort Voorbeelden
Primair eten, drinken, warmte, veiligheid
Secundair geld, privileges, compliment, token
8. Studenten kunnen methoden hanteren voor het vinden van bekrachtigers.
Methodes:
Checklist
Observatie
Variatie aanbrengen
Exposure (laten kennismaken met nieuwe dingen)
9. Studenten kunnen methoden hanteren voor het doen toenemen van gewenst
gedrag.
Gebruik:
Operante conditionering
Positieve bekrachtiging (+C+): iets fijns geven
Negatieve bekrachtiging (–C–): iets onaangenaams wegnemen
🎓 Gebruik token-systemen of privileges.
10. Studenten kunnen methoden hanteren voor het aanleren van nieuw gedrag.
Stappen:
Verbale instructie
Modeling (voordoen)
Prompting (helpen starten)