Geldt voor 40%
LES 1: VERBONDENHEID & WELBEVINDEN
ORTHO(PED)AGOGIE
Ortho ped agogie =
Ortho = rechttrekken (juist, goed)
Ped = kind
Agogie = leiden tot, begeleiden
Dus: het kind (& de volwassene) begeleiden of ondersteunen in het komen tot datgene wat goed is, tot
sociaal aanvaard gedrag de orthopedagoog = een gids, leider (ook vormingswerk
Heeft altijd een ondersteunende rol, werken in het dagelijks leven
o Dagdagelijks = leefgroep alles wat je dagdagelijks doet
Bv: spelletjes spelen
Bv: ontbijten
Bv: zorgen dat ze optijd zijn
‘POS’
Is de studie van (altijd ondersteuner van buiten af zijn)
Problematische leer- & opvoedingssituaties Problematische ondersteuningssitaties van
van kinderen & jongeren volwassenen met een beperking
Bv: ouders met een verslaving Voorbeelden:
Ruzie met kind & nieuwe ouder Een volwassene die na een ongeval een
Voorbeelden: hersenletsel heeft & een zodanige
Een kind heeft zoveel beperking dat in de thuissituatie
gedragsmoeilijkheden dat de ouders de onvoldoende ondersteuning kan
opvoeding niet alleen aankunnen geboden worden
Een jongere die drugverslaafd is Louis is 55 jaar & heeft het syndroom
waardoor zijn studies spaak lopen van Down. Hij woonde thuis bij zijn
ouders & werd met alle zorg omringd.
Zijn beide ouders sterven kort na elkaar
& broers & zussen kunnen/willen hem
niet opvangen. Louis verzeilt zo in een
POS
ORTHOPEDAGOGISCH HANDELEN
Opdracht van de orthopedagogisch begeleider:
Lezen van: de orthopedagogische vraag
o De vraag die in het gedrag van de persoon te herkennen of te lezen is
o Geeft richting aan het handelen van de hulpverlener
o = aanzet tot het orthopedagogisch antwoord
1
, Geven van: een orthopedagogisch antwoord
Hoe: in methodisch handelen in dagelijkse omgang
Dialoogingangen = alles er aan doen om in dialoog te geraken met uw cliënt
ORTHOPEDAGOGISCHE VRAAG: POS
Orthopedagogische vragen: onder die 6 punten kunnen zetten bepalen het
orthopedagogisch antwoord
1) Verbondenheid
2) Welbevinden
3) Betrokkenheid
4) Ondersteuning zelfstandigheid
5) Structuur/ordening variatie/uitdaging
6) Zich profileren harmoniëren
VERBONDENHEID
Band = erbij horen
In dialoog – verbinding – contact – relatie treden
Zit fundamenteel in ons
We zijn of ontwikkelen tot wat we zijn, in relatie met anderen
Verbondenheid = voorwaarde voor ontwikkeling
Kinderen = verbondenheid met knuffels
Deliquente jongeren eens met de maatschappij (gebrek aan verbondenheid)
5 LEVENSBANDEN OF LEVENSCIRKELS:
Verbondenheid wordt tastbaar: waarmee/met wie heeft de persoon een band? Waarmee niet?
POS? Waar ingang tot verbondenheid?
1. Band met zichzelf Band met eigen lichaam, Voorbeeld: Op zondag maak ik
emoties, bewustwording het thuis gezellig & kijk ik naar
mogelijkheden mijn favoriete Netflix-serie
Laag zelfbeeld
Kleineren
2. Band met de ander Contact ervaren met de ander, Voorbeeld: Ik werk als
geven & nemen vrijwilliger bij Fedasil Sint-
Familie Truiden
Vrienden
Meer 1 op 1
3. Band met Band met voorwerp zorg + Voorbeeld: Elk weekend geef ik
voorwerpen/materiële respect mijn auto een poetsbeurt
Huis
Auto
4. Band met een Band met sociale omgeving Voorbeeld: Minstens 1 keer per
groep/samenleving/cultuur Dezelfde artiest leuk maand spreek ik af met mijn
vinden jeugdvrienden & gaan we op
2
, Vriendengroep restaurant
5. Band met een Natuur, zingeving Voorbeeld: op zaterdag 18
geheel/levensgeheel/natuur Bepaalde september is het weer zover:
geloofsovertuiging samen met de buren doe ik
mee met world cleanup day.
Tijdens deze wereldwijde
opruimactie geven we samen
met ruim 180 landen de
planeet een grote
schoonmaakbeurt. Ons doel?
Het opruimen van zoveek
mogelijk zwerfafval
BEELDFRAGMENT MOEDER & DOCHTER
Hoe beoordeel je de verbondenheid? (moeder-kind, kind-moeder)
o Relatie = helemaal verstoord
o Kind toont onvoorspelbaarheid, schuldgevoel, heel verantwoordelijk zorgen voor
moeder
o Kind = sterk verbonden met mama maar niet wederzijds
o Contact verbroken na 4,5j: hebben aan zichzelf kunnen werken, hebben nu ook een
betere band
Kind – verbondenheid met zichzelf
o Kindheid was weg, schuldgevoel, heel verantwoordelijk
Hoe is het kind verbonden met anderen
o Heel goed verbonden met Kathleen, een lotgenoot (voorbeeldrol) verbinding met
groep
o Maakte hetzelfde mee
HET BELANG VAN VERBONDENHEID/CONTAINMENT
Mens worden door relatie, contact & hechting
Geen binding = de-link-wentie/POS
Ontbreken van een link of band (mens voelt zich niet verbonden)
Uiting: probleemgedrag
o Vrouwen: trekken zich meer terug
o Mannen: fysiek, tonen agressie
3