, Vraag 1
Leg uit waarom geloofwaardigheid volgens Kouzes een essentiële voorwaarde is voor effectief
leiderschap. Beschrijf minimaal vier kenmerken van geloofwaardig leiderschap en licht toe hoe deze
het gedrag van medewerkers beïnvloeden.
Vraag 2
Beschrijf het verschil tussen management en leiderschap. Leg uit waarom beide rollen noodzakelijk
zijn binnen een organisatie en geef een praktijkvoorbeeld waarin beide competenties zichtbaar zijn.
Vraag 3
Een leidinggevende neemt voortdurend beslissingen zonder zijn medewerkers daarbij te betrekken.
Analyseer welke gevolgen dit heeft voor motivatie, betrokkenheid en eigenaarschap. Betrek
relevante leiderschapstheorieën in je antwoord.
Vraag 4
Beschrijf hoe zelfreflectie kan bijdragen aan de ontwikkeling van persoonlijk leiderschap. Geef aan
welke instrumenten een leidinggevende hiervoor kan inzetten en welke risico's ontstaan wanneer
zelfreflectie ontbreekt.
Vraag 5
Leg uit hoe persoonlijke waarden invloed hebben op leiderschapsgedrag. Beschrijf hoe
conflicterende persoonlijke en organisatiewaarden het functioneren van een leidinggevende kunnen
beïnvloeden.