1 – absolutisme
Hoe vergrootte de Franse koningen hun macht in de 17 e eeuw op religieus,
politiek, militair & economisch gebied:
Religieus: uitgangspunt was het Droit Divin (Goddelijk recht). Door alleen God te
erkennen als hogere macht, werd duidelijk dat niemand op aarde de koning kon
tegen spreken. Bij Lodewijk XIV moest iedereen katholiek zijn, daarom schafte hij
het Edict van Nantes af in 1685 (hugenoten).
Politiek: hij stelde ambtenaren aan en negeerde de Staten-Generaal, waarin veel
edelieden zaten. Hij begon zelf met het maken van wetten.
Militair: hij creëerde een staand-leger van beroepssoldaten, dat werd geleid door
bekwame professionals. I.p.v.. Door edellieden die een hoge rang hadden
gekocht.
Economisch: de koning probeerde meer inkomsten te krijgen door de export te
verhogen & import te verlagen. (uitgangspunt hierbij is de gedachte dar er een
vaste hoeveelheid rijkdom was.) dit systeem noemen we: het Mercantilisme.
Opdracht 9:
a. Noem 2 overeenkomsten in de manier waarop Rusland en Frankrijk absolute
monarchieën zijn geworden: 1. In beide landen werd de macht van de adel
beperkt én werd het bestuur gecentraliseerd.
2. in beide landen kwam éénheid van geloof (1 geloof belijden). F: katholiek. R:
Orthodoxe.
b. leg uit dat noch in Engeland, noch in de Republiek geen absolute monarchie tot
stand kwam:
De republiek: het land was onafhankelijk geworden door een opstand (80 jarige
oorlog), tegen de centralisatiepolitiek van de Spaanse koning. Sommige
stadhouders probeerden hun macht uit te breiden, maar de burgerij in de steden
(rijke handelaars) bood sterke tegenstand en slaagde erin om de rechten van de
steden te beschermen.
Engeland: het parlement wist hier, zijn macht uit te breiden. In twee burger
oorlogen werden de macht van de koning beperkt, door in eerste stand, de
koning te onthoofden (Karel I, 1649). Tijdens de tweede werd de hulp ingeroepen
van een buitenlandse macht hebber (stadhouder Willem III, 1688).
c. waarom tolereerden de Republiek & Pruisen de aanwezigheid van verschillende
soorten geloof wel (in tegenstelling van Frankrijk & Rusland?): Pruisen is een
koninkrijk in het oosten van Duitsland. In beide landen speelde er een
economische reden mee. Vluchtelingen met een ander geloof, konden een
belangrijke rol spelen in de Republiek (& in de wetenschap).
Paragraaf 2 – burgerlijke cultuur en hofcultuur
De burgerlijke cultuur van de Nederlandse Republiek versus de hofcultuur van de
Franse koning:
3 kenmerken van de burgerlijke cultuur:
, 1. Politiek kenmerk: burgerlijke cultuur past in een samenleving waarin
burgers (regenten) en dus NIET de adel & de geestelijke de politiek
bepalen.
2. Economisch kenmerk: burgerlijke cultuur past in de samenleving waarin de
burgers zo welvarend zijn dat ze opdrachten kunnen geven tot het bouwen
van grote indruk wekkende gebouwen (bouwkunde) & het laten maken van
schilderijen.
3. Kunst kenmerk: in een burgerlijke cultuur weerspiegeld de kunst de
interesse en voorkeuren van de burgerij. Bv: schuttersstukken
(nachtwacht), daagse taferelen (melk meisje), portretten & afbeeldingen
van handel en scheepvaart. Gelijkheid is een thema wat veelvoudig terug
komt in schilderijen.
De Franse hofcultuur:
Politiek/economie: de positie van de koning is almachtig. De koning bepaalt waar
het geld aan uitgegeven wordt. Adel & burgerij zijn van hem afhankelijk.
Kunst: in de Franse hofcultuur is meer aandacht voor militaire taferelen & voor
afbeeldingen van de koning. Paragraaf 3 – de wetenschappelijke
revolutie
Hoe ontwikkelde de wetenschap?:
Begin situatie: waarheidsvinding vanuit de Bijbel en vanuit de geschriften uit de
klassieke oudheid. Wetenschappelijke revolutie: fase in de GS in de 17e eeuw,
waarin de houding van de wetenschappers in grijpend veranderd.
Gebeuren op 2 manieren:
1. Rationalisme: de meest zuivere bron van kennis is verstand en logisch
redeneren. René Descartes.
2. Empirisme: waarneming door middel van de zintuigen. Francis Bacon.
Vervolg van de wetenschappelijke revolutie:
Verdere ontwikkelingen worden tegen gehouden door de kerk (k). echter in
de Republiek is er veel gelegenheid tot onderzoek & publicatie.
Veel natuurkundige en wiskundige trekken de aandacht. Bv: ontdekking
van de zwaarte kracht & een kosmos (heelal) zonder God.
Er ontstaat een mechanisch wereldbeeld (een kijk op God; God heeft een
machine in werking gezet God speelt geen rol meer in het dagelijkse
leven / gebeurtenissen). Er is echter nog geen duidelijke scheiding tussen
geloof, wetenschap & bijgeloof.
(opdracht 8)
Galileo Galilei: bestudeerde, op basis van waarnemingen, met de telescoop
systematisch de hemellichamen. empirisme
Isaac Newton: onderzocht natuurkundige verschijnselen; de zwaartekracht.
rationalisme
Hoofdstuk 6 verlichting en revoluties paragraaf 1 – de verlichting
Wat zin de 3 belangrijkste kenmerken van de verlichting (opdracht 3):