Doelen klinisch redeneren:
Uitleggen wat het principe is;
Principe toepassen;
Kritisch verzamelde gegevens beoordelen;
Interventies beargumenteren;
Proces evalueren.
Wat is klinisch: Medische kennis, diagnose, observeren, interpretatie, ordenen,
zichtbaar, zonder hulponderzoek, intramuraal en oordelen.
Wat is redeneren: Mening formuleren op basis van feiten en onderzoeken.
Interpretaties en observaties beargumenteren, standpunt bepalen, verbanden
leggen, communiceren of een stappenplan.
Wat is klinisch redeneren: De vaardigheid om eigen observaties en interpretaties te
koppelen aan medische kennis. Vind plaats zonder hulponderzoek, begin vormen van
diagnose waarbij je klachten en symptomen beoordeeld.
Het klinisch redeneren omvat het proces van het koppelen van de eigen observaties
en interpretaties aan de medische kennis om zodoende te beredeneren welke
volgende stappen genomen moeten worden voor het verpleegkundig handelen.
Wat heb je nodig?
Praktische en theoretische kennis van fysiologie, anatomie en pathologie.
Ziekteverschijnselen kunnen herkennen en interpreteren.
Vitale functies kunnen herkennen en interpreteren.
Adequaat kunnen reageren.
Redeneerhulpen:
Eerste redeneerhulp de drie o’s van klinisch redeneren:
1. O: observeren
2. O: ordenen
3. O: oordelen
Kijken, luisteren en voelen.
Het is altijd gebonden aan de zorgvrager., lab uitslagen bekijken, controles, klachten
bekijken, waar kijk je allemaal naar, wat hoor je allemaal, is het normaal of afwijkend
en wat kan je voelen?
Welke observaties?
Polsslag meten, bloeddruk, ademhaling, temperatuur, houding, kleur, wat je niet
hebt gecontroleerd weet je niet.
Ordenen:
Wat zag ik nou?
Waar zit het probleem?
Wat is het probleem?