Volledige samenvatting — HOC 1 t.e.m. HOC 9
Inclusief voorbeeldexamenvragen met indicatieve antwoordsleutel
Studiesamenvatting in eigen woorden
1
,Inhoudsopgave
2
,DEEL 1 — Wetenschappelijk onderzoek
(Scientific Research, CH. 2) — HOC 1
Doelstellingen van dit deel
• Kunnen uitleggen wat (sociaal)wetenschappelijk onderzoek inhoudt.
• Het belang van de context in sociaalwetenschappelijk onderzoek kunnen duiden.
• De belangrijkste ontologische en epistemologische perspectieven op wetenschap kennen en van
elkaar kunnen onderscheiden (positivisme, neo-positivisme, interpretivisme, constructivisme,
kritisch realisme, pragmatisme).
• De inductief-deductieve cyclus kunnen uitleggen en illustreren met voorbeelden.
• Toegepast en fundamenteel onderzoek kunnen uitleggen en van beide voorbeelden geven.
• Business research kunnen definiëren en beschrijven.
Inleiding: wat is wetenschap?
Wetenschap is een systeem of methode om tot gefundeerde kennis te komen. Het is een traag proces
dat zich over eeuwen uitstrekt: kennis wordt geaccumuleerd, georganiseerd in theorieën en onderbouwd
met empirische gegevens (empirisch = voortkomend uit wetenschappelijke ervaring, dus uit onderzoek).
Het verschil met alledaagse kennisverwerving: wetenschap hanteert strikte regels om de kwaliteit te
bewaken en zo tot geldige en betrouwbare kennis te komen. Andere kennisbronnen zijn bijvoorbeeld
eigen ervaringen en waarnemingen, de pers en media, en ideologieën.
Positie van de sociale wetenschappen
De opdeling in grote wetenschapsgebieden en disciplines beïnvloedt hoe we denken en wetenschap
bedrijven:
• Alfawetenschappen = geesteswetenschappen: bestuderen de producten van menselijk handelen
(19de eeuw).
• Bètawetenschappen = natuurwetenschappen: bestuderen natuurwetten (19de eeuw). C.P. Snow
(1959) beschreef de kloof tussen beide in "The Two Cultures".
• Gammawetenschappen = sociale wetenschappen: focus op mensen en maatschappij — we
bestuderen onszelf (20ste eeuw). Wolf Lepenies (1985) voegde deze "derde cultuur" toe ("Die drei
Kulturen").
Methodologie (op welke wijze produceren we kennis?) is een onderdeel van elke discipline. De vraag
welke methoden sociaalwetenschappelijk onderzoek moet gebruiken, leidde tot de zogenaamde
methodenstrijd.
Sociaalwetenschappelijk onderzoek
Definitie: de productie van geldige en betrouwbare kennis over de sociale realiteit, door theorie en
empirie te combineren volgens rigoureuze methodologische principes.
Onderzoek gebeurt nooit in een vacuüm; het is ingebed in een context met de volgende elementen:
• Theorieën.
• De visie op theorie en empirie.
• Epistemologische en ontologische beschouwingen:
◦ Epistemologie: wat is goede kennis, hoe kom je eraan, wanneer heb je ze, welke soorten kennis
bestaan er?
◦ Ontologie: waaruit bestaat onze wereld, de studie van het bestaan.
• Ethische beschouwingen.
3
, • Het doel van het onderzoek.
• De politieke context.
• De persoonlijkheid van de onderzoeker.
Wat is een theorie? Drie kenmerken
1. Een logisch samenhangend geheel van uitspraken over relaties tussen concepten (concepten = de
bouwstenen). Een theorie beschrijft, verklaart en voorspelt bepaalde fenomenen. Een concept is een
algemeen en abstract idee dat als label dient om concreet waarneembare zaken of fenomenen te
categoriseren (bv. criminaliteit). Voorbeeld: de Broken Window Theory legt een verband tussen
criminaliteit en verloedering.
2. Empirisch toetsbaar:
◦ Verifieerbaar: waarneembaar, met observeerbare gevolgen.
◦ Weerlegbaar (falsifieerbaar): het moet mogelijk zijn om via observatie de eventuele onjuistheid
van kennis aan te tonen.
◦ Gemeenschappelijk en transparant: mensen moeten toegang hebben om alles te kunnen
controleren. Dit is een belangrijk verschil met andere kennissystemen.
3. Veralgemeenbaar: een theorie gaat over meer dan een eenmalig fenomeen op één plaats. Theorieën
zijn verklaringen voor terugkerende patronen of regelmatigheden in het sociale leven. In lekentaal:
verhalen over het hoe en waarom van verschijnselen.
De empirische cyclus
Empirie = het ervaren van de wereld rondom ons via waarneming, dus via dataverzameling. Kunnen we
objectief waarnemen? In de sociale wetenschappen spreekt men van intersubjectiviteit: het delen van
subjectieve toestanden door twee of meer individuen (Scheff).
De empirische cyclus is het samenspel tussen empirie en theorie: de inductief-deductieve cyclus. Ze
verloopt via twee argumentatievormen:
• Inductie: vertrekken vanuit observatie — van het specifieke naar het algemene. Fenomenen
observeren die vragen oproepen, systematisch observeren, hypothesen formuleren, en zo tot
theorie komen.
• Deductie: vertrekken vanuit theorie — van het algemene naar het specifieke. De theorie wordt
onderworpen aan toetsing en evaluatie, bijstelling, opnieuw toetsing en evaluatie, enzovoort.
In de wetenschap worden dus twee bronnen van kennis als legitiem beschouwd:
• Rationeel denken → rationalisme (→ deductie).
• Observatie → empiricisme (→ inductie).
Deze twee denkwijzen hebben een bepalende invloed gehad op de wetenschap.
Rationalisme versus empiricisme
Kort: rationalisme = denken – deductie; empiricisme = observeren – inductie.
Rationalisme
• Denkrichting die stelt dat ware kennis deductief tot stand komt: uit rationele overwegingen worden
hypothesen ontwikkeld die vervolgens getoetst worden (falsificatie).
• Logica en logische afleiding bieden een garantie op waarheid:
◦ De rede is de voornaamste bron van kennis (in tegenstelling tot openbaring/traditie of
ervaring).
◦ De werkelijkheid heeft een inherent redelijke en logische structuur.
4