doelgroepen
LOBR 2 | Tine Sleurs
DEEL 1: INTRODUCTIE
H1: BEWUSTWORDING
Extreme make over
Welke praktische hindernissen ervaart de persoon in de rolstoel
- Naar toilet naarst bed op wc stoel
- Wassen in de keuken
- Smalle doorgangen
- Trappen
Hoe voelt de persoon zich tov zijn vrouw en kind?
- Voelt zich schuldiger dan hij voordoet
- Kan niet de beste papa zijn die hij kan
Hoe reageert de vriendenkring op hetgeen gebeurd is?
- Vriendschap blijft
- Extra steun bieden
- Schuldgevoel bij ongeval
Moeilijkheden waardoor het moeilijker is om te sporten:
- Lage SES
- Migratieachtergrond
- Personen in detentie (gevangenis)
- Ouderen
- Chronische aandoeningen (diabetes, astma, allergieën, rokers,
hartproblemen, zwaarlijvigheid, kankerdiagnose)
- Lichamelijke beperking (blind, doof, rolstoel)
- Verstandelijke beperking
- Anderstaligen
1
,H2: SITUERING
Regelmatig bewegen:
- Gezondheid
- Sociaal gebied, participatie, welzijn
- Lagere deelname bij kwetsbare groepen
• ontwikkelen van multimorbiditeit, functiebehoud -> maatschappelijke
participatie en zelfredzaamheid
MOGELIJKE BELEMMERINGEN EN DRIJFVEREN OM TE SPORTEN/BEWEGEN
Lage SES en migratieachtergrond
- Mindere gezondheidsvaardigheden, laaggeletterdheid en het niet fijn vinden
van het aangaan van lange-termijn verbintenissen sport- en
beweegdeelname
- Financieel
- Het nut niet inzien
- Culturele normen en waarden
- Gebrek aan beweegervaring vanuit de opvoeding
- Sociale contacten (drijfveer)
- Betaalbaar/laagdrempelig, sport in vertrouwde omgeving (oplossing)
Ouderen en mensen met chronische aandoening
- Gebrek aan beweegervaring, nut niet inzien (sporten was vroeger niet veel in
de vrije tijd)
- Gezondheids- en mobiliteitsproblemen -> vallen, letsel
- Gezondheids- en mobiliteitsproblemen (drijfveer)
- Sociale contacten (drijfveer)
- Acti dicht bij huis, lage intensiteit (oplossing)
Lichamelijke beperking
- Motorische beperking = gezondheidsaspecten (motorisch functioneren,
fitheid, vermoeidheid en pijn)
- Visuele beperking = beperkt oriëntatievermogen, sterke afhankelijkheid
- Auditieve beperking = communicatieproblemen
- Acceptatie van beperking, zelfvertrouwen, zelfbeeld (drijfveer)
Determinanten van sportgedrag (ecologisch model van
Bauman)
- Individueel: gezondheid, motivatie
- Interpersoonlijk: sociale steun
- Omgeving: infrastructuur, veiligheid
- Beleid: toegankelijkheid, subsidies
2
,H3: PARTICIPATIE VANUIT VERSCHILLENDE
INVALSHOEKEN
Sport en bewegen als middel voor participatie:
- Privédomein (onder andere de eigen gezondheid en huishouding)
- Domein van het sociaal-culturele leven
- Domein van werk, sociale zekerheid en inkomen
Wat sport kan betekenen
- Vermindert depressie, angst en sociaal isolement bij kwetsbare groepen
- Verhoogt zelfvertrouwen, waardoor stappen naar bv. werk of opleiding
haalbaarder worden (daklozen die eerst sporten en dan pas werk zoeken)
- Werkt alleen goed in sociaal veilige omgeving en motivatiegericht klimaat
(plezier, inzet, groei > winnen)
- Sommige groepen hebben specifiek aanbod nodig
- Sport bereikt eenzaamste ouderen nauwelijks; zij nemen zelden deel aan
groepsactiviteiten
Sport en werk/inkomen
- Slechte gezondheid verkleint kans op werk
- Sportclubs kunnen functioneren als leerwerkplek of veilige oefenomgeving
Succesfactoren voor participatiebeleid
- Warme overdracht van zorgverlener naar sportaanbieder (eerste keren
meegaan, contact houden)
- Sportbegeleiders moeten basiskennis hebben van doelgroep, maar geen
zorgrol opnemen
- Activiteit moet voelen als normaal meedoen, niet als therapie
- Soms is specifiek sportaanbod noodzakelijk (autisme, opvang, fysieke
beperking)
Sport, ontwikkeling en schoolprestaties bij jongeren
- Sportende jongeren presteren beter op school
- Sportdeelname op 18 jaar verhoogt sociale participatie op 30 jaar
- Kwetsbare jongeren die sporten hebben meer zelfvertrouwen
Waarom sport helpt
- Sport ontwikkelt impulscontrole, concentratie, motoriek en
doorzettingsvermogen
3
, - Deze vaardigheden ondersteunen persoonlijke groei en schoolprestaties
- Effect is het grootst wanneer sportactiviteiten gericht zijn op ontwikkeling,
niet enkel op prestatie
Succesfactoren voor jeugd- en onderwijsbeleid
- Een motivatiegericht klimaat (plezier, groei, persoonlijke ontwikkeling)
- Sportleiders die succeservaringen creëren
- Focus op transferable skills zoals zelfregulatie en doorzettingsvermogen
- Betrokkenheid van ouders en sociaal netwerk
- Activiteiten die aansluiten bij wensen en mogelijkheden van jongeren
- Jongeren verantwoordelijkheid geven (zelf organiseren, keuzes maken)
- Inspelen op trends zoals freerunning
- Aansluiten bij de beleefwereld, bv. gaming en bewegen
DEEL 2: INCLUSIE IN SPORT
H1: BEGRIPPEN
Inclusie in sport Inclusie door sport
drempels verlagen zodat iedereen kan sport als middel tot sociale integratie
deelnemen sport gebruiken zodat mensen meer in
4
LOBR 2 | Tine Sleurs
DEEL 1: INTRODUCTIE
H1: BEWUSTWORDING
Extreme make over
Welke praktische hindernissen ervaart de persoon in de rolstoel
- Naar toilet naarst bed op wc stoel
- Wassen in de keuken
- Smalle doorgangen
- Trappen
Hoe voelt de persoon zich tov zijn vrouw en kind?
- Voelt zich schuldiger dan hij voordoet
- Kan niet de beste papa zijn die hij kan
Hoe reageert de vriendenkring op hetgeen gebeurd is?
- Vriendschap blijft
- Extra steun bieden
- Schuldgevoel bij ongeval
Moeilijkheden waardoor het moeilijker is om te sporten:
- Lage SES
- Migratieachtergrond
- Personen in detentie (gevangenis)
- Ouderen
- Chronische aandoeningen (diabetes, astma, allergieën, rokers,
hartproblemen, zwaarlijvigheid, kankerdiagnose)
- Lichamelijke beperking (blind, doof, rolstoel)
- Verstandelijke beperking
- Anderstaligen
1
,H2: SITUERING
Regelmatig bewegen:
- Gezondheid
- Sociaal gebied, participatie, welzijn
- Lagere deelname bij kwetsbare groepen
• ontwikkelen van multimorbiditeit, functiebehoud -> maatschappelijke
participatie en zelfredzaamheid
MOGELIJKE BELEMMERINGEN EN DRIJFVEREN OM TE SPORTEN/BEWEGEN
Lage SES en migratieachtergrond
- Mindere gezondheidsvaardigheden, laaggeletterdheid en het niet fijn vinden
van het aangaan van lange-termijn verbintenissen sport- en
beweegdeelname
- Financieel
- Het nut niet inzien
- Culturele normen en waarden
- Gebrek aan beweegervaring vanuit de opvoeding
- Sociale contacten (drijfveer)
- Betaalbaar/laagdrempelig, sport in vertrouwde omgeving (oplossing)
Ouderen en mensen met chronische aandoening
- Gebrek aan beweegervaring, nut niet inzien (sporten was vroeger niet veel in
de vrije tijd)
- Gezondheids- en mobiliteitsproblemen -> vallen, letsel
- Gezondheids- en mobiliteitsproblemen (drijfveer)
- Sociale contacten (drijfveer)
- Acti dicht bij huis, lage intensiteit (oplossing)
Lichamelijke beperking
- Motorische beperking = gezondheidsaspecten (motorisch functioneren,
fitheid, vermoeidheid en pijn)
- Visuele beperking = beperkt oriëntatievermogen, sterke afhankelijkheid
- Auditieve beperking = communicatieproblemen
- Acceptatie van beperking, zelfvertrouwen, zelfbeeld (drijfveer)
Determinanten van sportgedrag (ecologisch model van
Bauman)
- Individueel: gezondheid, motivatie
- Interpersoonlijk: sociale steun
- Omgeving: infrastructuur, veiligheid
- Beleid: toegankelijkheid, subsidies
2
,H3: PARTICIPATIE VANUIT VERSCHILLENDE
INVALSHOEKEN
Sport en bewegen als middel voor participatie:
- Privédomein (onder andere de eigen gezondheid en huishouding)
- Domein van het sociaal-culturele leven
- Domein van werk, sociale zekerheid en inkomen
Wat sport kan betekenen
- Vermindert depressie, angst en sociaal isolement bij kwetsbare groepen
- Verhoogt zelfvertrouwen, waardoor stappen naar bv. werk of opleiding
haalbaarder worden (daklozen die eerst sporten en dan pas werk zoeken)
- Werkt alleen goed in sociaal veilige omgeving en motivatiegericht klimaat
(plezier, inzet, groei > winnen)
- Sommige groepen hebben specifiek aanbod nodig
- Sport bereikt eenzaamste ouderen nauwelijks; zij nemen zelden deel aan
groepsactiviteiten
Sport en werk/inkomen
- Slechte gezondheid verkleint kans op werk
- Sportclubs kunnen functioneren als leerwerkplek of veilige oefenomgeving
Succesfactoren voor participatiebeleid
- Warme overdracht van zorgverlener naar sportaanbieder (eerste keren
meegaan, contact houden)
- Sportbegeleiders moeten basiskennis hebben van doelgroep, maar geen
zorgrol opnemen
- Activiteit moet voelen als normaal meedoen, niet als therapie
- Soms is specifiek sportaanbod noodzakelijk (autisme, opvang, fysieke
beperking)
Sport, ontwikkeling en schoolprestaties bij jongeren
- Sportende jongeren presteren beter op school
- Sportdeelname op 18 jaar verhoogt sociale participatie op 30 jaar
- Kwetsbare jongeren die sporten hebben meer zelfvertrouwen
Waarom sport helpt
- Sport ontwikkelt impulscontrole, concentratie, motoriek en
doorzettingsvermogen
3
, - Deze vaardigheden ondersteunen persoonlijke groei en schoolprestaties
- Effect is het grootst wanneer sportactiviteiten gericht zijn op ontwikkeling,
niet enkel op prestatie
Succesfactoren voor jeugd- en onderwijsbeleid
- Een motivatiegericht klimaat (plezier, groei, persoonlijke ontwikkeling)
- Sportleiders die succeservaringen creëren
- Focus op transferable skills zoals zelfregulatie en doorzettingsvermogen
- Betrokkenheid van ouders en sociaal netwerk
- Activiteiten die aansluiten bij wensen en mogelijkheden van jongeren
- Jongeren verantwoordelijkheid geven (zelf organiseren, keuzes maken)
- Inspelen op trends zoals freerunning
- Aansluiten bij de beleefwereld, bv. gaming en bewegen
DEEL 2: INCLUSIE IN SPORT
H1: BEGRIPPEN
Inclusie in sport Inclusie door sport
drempels verlagen zodat iedereen kan sport als middel tot sociale integratie
deelnemen sport gebruiken zodat mensen meer in
4