2025-2026
Prof. Dr. S. Stijns
INHOUDSTABEL boek 1
Inleiding: de (vermogensrechtelijke) verbintenis
A. Definitie en analyse
B. Kenmerken:
• Kenmerk 1: rechtsband tussen personen
• Kenmerk 2: bronnen
• Kenmerk 3: voorwerp van de verbintenis
• Kenmerk 4: afdwingbaarheid
Hoofdstuk. 1 Begrip en soorten contracten
• Afd. 1 Begripsbepaling
• Afd. 2 Soorten contracten
Hoofdstuk. 2 Basisbeginselen van het contractenrecht
• Afd. 1 Historisch uitgangspunt: de wilsautonomie
• Afd. 2 De wilsautonomie gecorrigeerd (in 20ste + 21ste eeuw)
• Afd. 3 De centrale rol van de rechter
Hoofdstuk. 3 Totstandkoming van het contract
• Afd. 1 Totstandkoming dynamisch bekeken
• Afd. 2 Totstandkoming statisch bekeken: de geldigheidsvereisten
• Afd. 3 De nieuwe nietigheidsleer
Hoofdstuk 4. Gevolgen van het contract tussen partijen
• Afd. 1 Contractuele aansprakelijkheid: uitgangspunten
• Afd. 2 De toerekenbare niet-nakoming
• Afd. 3 Toerekenbare niet-nakoming en sancties
Hoofdstuk 5. Gevolgen van het contract voor derden
• Afd 1 Beginselen en begrippen
• Afd 2 Tegenwerpelijkheid van contracten
• Afd 3 De relativiteit van de interne gevolgen
1
,INHOUDSTABEL boek 1bis
Hoofdstuk 1. De gronden van aansprakelijkheid: feiten die tot aansprakelijkheid leiden
• Afd 1 Inleidende begrippen
• Afd 2 Persoonlijke aansprakelijkheid voor eigen daad
• Afd 3 Kwalitatieve aansprakelijkheid
Hoofdstuk 2. Schade en schadeloosstelling
• Afd 1 Begrip schade
• Afd 2 Voorwaarden
• Afd 3 Soorten schade
• Afd 4 Schadeloosstelling
Hoofstuk 3. Oorzakelijk verband
• Afd 1 Basisregels en correcties
• Afd 2 Pluraliteit van oorzaken
• Afd 3 Causale onzekerheid – proportionele AH
Hoofdstuk 4. De aansprakelijkheidsregimes
• Afd. 1 Begripsafbakening
• Afd. 2 Samenloop van contractuele en Bc. AH
• Afd. 3 Co-existentie van contractuele en Bc. AH
INHOUDSTABEL boek 2
Hoofdstuk 1. Modaliteiten van de verbintenis
• Afd. 1 De voorwaardelijke verbintenis
• Afd. 2 De verbintenis met tijdsbepaling
Hoofdstuk 2. Verbintenissen met pluraliteit van voorwerpen en van subjecten
• Afd. 2 De verbintenis met pluraliteit van subjecten
Hoofdstuk. 3 De overdracht van verbintenissen en van contracten
• Afd. 1 Begripsbepaling
• Afd 2. De overdracht van schuldvordering of cessie
• Afd 3. De overdracht van schuld
• Afd 4. De overdracht van contract
Hoofdstuk. 4 De nakoming van de verbintenis: de betaling
• Afd. 1 Inleidende begrippen
• Afd. 2 Eenvoudige betaling
• Afd. 3 Betaling met subrogatie
2
,Hoofdstuk. 5 De gronden van tenietgaan van de verbintenis
• Afd. 1 Inleiding
• Afd. 2 Schuldvernieuwing
• Afd. 3 Kwijtschelding van schuld en eenzijdige afstand van recht
• Afd. 4 Schuldvergelijking
3
,BOEK 1
A. Definitie
Art. 5.1. Verbintenis
Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar,
indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen.
Art. 5.2. Natuurlijke verbintenis
• De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan worden
afgedwongen.
• Restitutie is niet mogelijk voor een natuurlijke verbintenis die zonder vergissing of dwang
werd nagekomen.
• De erkenning, zonder vergissing of dwang, van een natuurlijke verbintenis doet een
verbintenis ontstaan.
Analyse van de (vermogensrechtelijke of juridische) verbintenis
Stijns, S. (2026). Verbintenissenrecht [PowerPoint-slides].
= rechtsband
= tussen 2 of méér personen (minstens een SE en een SA)
= door de wet erkend (zie bronnen: art. 5.3)
= ontstaan uit een menselijk handelen (een rechtshandeling of een ander menselijk gedrag) of
uit de wet
à zodat de SE jegens de SA aanspraken/eisen kan doen gelden
à die in geld waardeerbaar zijn
à die juridisch en, zo nodig in rechte, afdwingbaar zijn
(Quasi contracten/onrechtmatige daden: rechtshandelingen met geen bedoeling tot rechtelijke
gevolgen à slachto\er is SE voor schadeherstel te eisen, dader is SA)
Stijns, S. (2026). Verbintenissenrecht [PowerPoint-slides].
• Soms is elke partij SE én SA
→ wanneer er meerdere verbintenissen ontstaan tussen hen
• Bv. Wederkerig contract, zoals koop, arbeidscontract, huur,…
→ Verkoper is SE van betalingsverbintenis
→ Verkoper is SA van leveringsverbintenis
à Wederkerige verbintenissen = wederzijds én samenhangend
• Eenzijdige rechtshandeling buiten een contract
→ Vb. Gerrie Wouters, sterkmaking,…
4
,B. Kenmerken
Een verbintenis wordt gekenmerkt door:
• Een rechtsband tussen personen
à vorderingsrechten >< zakelijke rechten
• Ontstaan uit een menselijk handelen of uit de wet
à bronnen van verbintenissen
• Met als voorwerp een in geld waardeerbare aanspraak
à tot wat verbindt de SA zich dan?
• Die zo nodig in rechte afdwingbaar is
à afdwingbaarheid
Kenmerk 1: rechtsband tussen personen
Een verbintenis is altijd een juridische relatie tussen minstens twee personen:
• Schuldeiser (SE) → heeft een vorderingsrecht
• Schuldenaar (SA) → is een prestatie verschuldigd
De SE kan van de SA een bepaalde gedraging eisen:
• iets geven
• iets doen
• iets niet doen
• iets garanderen
(zie art. 5.46, tweede lid BW)
Verschil tss. vorderingsrecht en zakelijk recht (te relativeren)
1° Intern bekeken:
Vordering (persoonlijk recht) = verhouding tss. personen
• Altijd tussen minstens 2 personen
• SE heeft aanspraak op een gedraging/prestatie van SA
• Vb. bij een koop moet de verkoper leveren en de koper betalen
• Alleen JIJ moet dat doen, ik kan niemand anders aanspreken dan de persoon waarmee ik
een contract heb
Zakelijk recht (lees art. 3.3 BW) = verhouding tussen een persoon en een goed (art. 3.8, §1 BW)
• Een zakelijk recht is een verhouding tussen een persoon en een goed.
• De titularis heeft een rechtstreeks recht op een zaak à hij heeft zeggenschap over dat
goed.
• Voorbeelden:
- eigendom
- vruchtgebruik
- erfdienstbaarheid
Hier gaat het niet om “jij moet iets doen”, maar om “dit goed behoort mij toe”.
5
, Relativeer
Het verschil is niet absoluut, soms lopen dingen door elkaar:
Voorbeelden:
• Een huurder heeft een persoonlijk recht (een contract), maar hij mag wel in het huis wonen.
à Dat raakt dus ook een goed.
• En bij vruchtgebruik: het is een zakelijk recht op een goed, maar er is ook een relatie tussen
vruchtgebruiker en blote eigenaar.
Dus: het verschil is duidelijk in theorie, maar in de praktijk minder zwart-wit.
2° Extern bekeken:
= probleem van “derdenwerking” of “tegenwerpelijkheid”
Zakelijke rechten
• Geldt erga omnes = tegen iedereen
• Limitatief opgesomd in art. 3.3 BW
• Moet door iedereen gerespecteerd worden (vaak publiciteit wel vereist à bv. als je een huis
koopt moet dit wel bij de notaris zijn aangegeven,…)
- Voorbeeld: als jij eigenaar bent van een huis moet iedereen dat respecteren,
niemand mag dat huis zomaar gebruiken à het geldt tegenover de hele wereld
Verbintenissen
= opsplitsing tss. aanspraken tussen SE & SA en haar bestaan als rechtsfeit in het rechtsverkeer:
• De aanspraken (interne werking)
Alleen tussen SE en SA:
- Deze werken relatief.
- Dat betekent:
ð Alleen de SE kan de prestatie afdwingen
ð Alleen de SA is iets verschuldigd
ð Derden kunnen de prestatie niet eisen
ð Derden kunnen ook niet verplicht worden tot uitvoering
- Dit is het relativiteitsbeginsel.
• Het bestaan van de verbintenis als rechtsfeit
- Tegenwerpelijk aan derden
- Het bestaan telt wél voor derden (!)
- Dus:
ð Derden moeten rekening houden met het bestaan van de verbintenis
ð Ze mogen er niet bewust aan meewerken dat ze geschonden wordt
- Wie bewust meewerkt aan contractbreuk kan aansprakelijk zijn
(art. 5.111 BW – kennis of moeten kennen)
- Hier zie je een gelijkenis met zakelijke rechten: ook daar moeten derden het
bestaan respecteren
6