Uitwerkingen
Leereenheid 1
Rechten op goederen
Art. 3:3 BW Roerend of onroerend
Portacabin, Woonark en Havenkranen-arrest
o Roerend lid 2
Alle zaken die niet onroerend zijn, zijn roerend.
o Onroerend lid 1
Gebouwen en werken moeten door hun aard/bestemming duurzaam met de grond zijn verenigd.
a) Gebouw of werk
b) Die duurzaam met de grond zijn verenigd
Portacabin-arrest een gebouw kan duurzaam met de grond verenigd zijn in de zin van art. 3:3
lid 1 BW:
a) Doordat het naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven (daarbij is
niet van belang dat het technisch mogelijk is het gebouw te verplaatsen)
b) De bestemming van een gebouw of werk om duurzaam ter plaatse te blijven moet naar
buiten kenbaar zijn. (Hierbij moet worden gelet op de bedoeling van de bouwer of de
opdrachtgever, voor zover die bedoeling naar buiten kenbaar is (wat de gemiddelde persoon
zou vinden als die naar dit gebouw kijkt))
Feitelijke en voortdurende verbinding met de grond wijst op een bestemming om duurzaam ter
plaatse te blijven.
Woonark-arrest woonarken die drijven zijn geen onroerende zaken, zelfs als ze gekoppeld zijn
aan de wal; ze zijn roerend (schepen art. 8:1 BW), alles dat drijft is roerend. Dus watervilla’s valt
onder de definitie van het schip, en dit is roerend want schepen zijn roerend.
Havenkranen-arrest naar hun aard en inrichting bestemd waren om duurzaam ter plaatse te
blijven, ondanks dat zij op een rails heen en weer bewogen en niet direct contact hadden met de
grond daaronder. Het feit dat iets kan bewegen maakt niet uit voor de vraag of iets roerend of
onroerend (feitelijke voortdurende verbinding met de grond aanwezig is).
EXTRA:
Natrekking van onroerende zaken wat duurzaam met de grond is verenigd, trek mee in
eigendom met de grond art. 5:20 lid 1 onder e BW.
o Deze wetsartikelen horen altijd bij elkaar:
Stap 1 toetsen of een gebouw of werk onroerend is in de zin van art. 3:3 lid 1
BW.
Stap 2 wat betekent dit eigenlijk voor het eigendomsrecht in de zin van art.
5:20 lid 1 onder e BW.
1
, Goederenrecht
Art. 3:4 BW Bestanddelen
Zalco II en Dépex/curatoren-arrest
a) Lid 2 = beschadigingscriterium: de zaak zodanig verbonden is met de hoofdzaak dat zij daarvan
niet kan worden afgescheiden zonder beschadiging van betekenis
Zalco II-arrest indien de zaak fysiek zodanig verbonden is dat zij niet zonder betekenisvolle
schade kan worden verwijderd (niet meer te herstellen is of niet eenvoudig), hoge kosten of
inspanning kunnen ook tot bestanddeelvorming leiden.
b) Lid 1 = verkeersopvatting: als iets naar maatschappelijk gebruik als onderdeel van een zaak
wordt gezien, is het een bestanddeel
Dépex/curatoren-arrest:
a) Gebouw en installatie constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd (op maat)
b) Geschiktheid: gebouw zonder installatie als onvoltooid moet worden beschouwd.
EXTRA:
Natrekking door bestanddeelvorming art. 3:4 jo. 5:3 BW eigenaar van een zaak is eigenaar
van al haar bestanddelen, voor zover de wet niet anders bepaalt = eenheidsbeginsel.
o Een zaak wordt bestanddeel van een andere zaak en verliest daarmee zijn
zelfstandigheid art. 5:14 BW = verkrijging van een zaak door natrekking (originaire
eigendomsverkrijging).
Stap 1 toetsen of er sprake is van bestanddeelvorming in de zin van art. 3:4
BW.
Stap 2 de eigenaar van de zaak ook eigenaar is van het bestanddeel art. 5:3
BW.
o Als er twee eigenaren zijn dan bepaalt art. 5:14 BW wie eigenaar is als er sprake is van
bestanddeelvorming.
2
, Goederenrecht
Leereenheid 2
Rechten op goederen
Bezit art. 3:107 lid 1 BW Houder art. 3:108 BW
Houden van een goed voor zichzelf Houdt het goed voor een ander/in enge zin
Direct en feitelijk uitoefenen van macht over een Erkent andermans betere recht
goed
Intentioneel de wil om het goed voor zichzelf te Huurders, bruikleners of bewaarnemers
houden
Wie zich als eigenaar gedraagt Verkeersopvattingen bepalen of iemand bezitter of
houder is
Wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor zichzelf Wie expliciet erkent dat het goed van een ander is.
te houden art. 3:109 BW Weet dat hij geen rechthebbende is en pretendeert dit
ook niet
Bezitter van een goed wordt vermoed eigenaar te zijn Houder mag zich niet eenzijdig verklaren dat hij
art. 3:119 BW (roerende zaken zonder zichtbare bezitter is en ook niet bezitter maken art. 3:111 BW.
kenmerken) - C.p. art. 3:115 sub a BW is verboden.
Ook degene die denkt eigenaar te zijn, is bezitter en Houder kan bezit verschaffen (niet overdragen) via:
die weet dat hij het niet is, terwijl hij wel de macht - Leveren op wijze van art. 3:90 lid 1 BW
over de zaak uitoefent is bezitter, gaat om de
- Brevi of longa manu art. 3:115 sub b/c BW
uitstraling.
Onmiddellijk bezit art. 3:107 lid 2 BW Middellijk bezit art. 3:107 lid 3 BW
Zelf feitelijke macht De eigenaar van een uitgeleende zaak
Wanneer iemand bezit zonder dat een ander het goed Wanneer iemand bezit door middel van een ander die
voor hem houdt het goed voor hem houdt.
Een ander oefent de feitelijke macht over het goed uit
namens jou.
Houderschap kent dezelfde tweedeling art. 3:107 lid 4 BW
Bezitsverkrijging art. 3:112 BW
Inbezitneming Bezitsoverdracht Opvolging onder algemene titel
art. 3:113 BW art. 3:114-115 BW art. 3:116 BW
Men neemt een goed in bezit door Door feitelijke overdracht art. 3:114 Bezit met alle hoedanigheden en
zich daarover de feitelijke macht te BW gebreken daarvan.
verschaffen.
Door machtsuitoefening over een Overdacht met een tweezijdige Je treedt in de schoenen van de
zaak zonder bezitter. verklaring zonder feitelijke voorganger.
Lid 2 duurzaam en niet handeling art. 3:115 BW
incidenteel. - Sub a c.p. = bezitter wordt
- Vb: diefstal = bezitsverkrijging houder voor de nieuwe
maar te kwader trouw. verkrijger maar het object van
bezit wordt niet verplaatst. De
verkrijger is de nieuwe
eigenaar en middellijk bezitter.
De hoedanigheid verandert.
- Sub b brevi manu =
houder wordt bezitter. De
verkrijger was reeks houder
voor de vervreemder.
- Sub c longa manu =
derde houdt voortaan voor
verkrijger. Het bezit gaat over
van vervreemder op verkrijger,
3