Hoofdstuk 1: Planten in de lente
Inleiding
Najaar De bladeren vallen van de bomen, dan schuilt het nieuwe
groen al in de knopschubben die je op de kale takken ziet.
Voorjaar De temperatuur en de dagen worden langer, dan gaan de
knoppen zwellen en zullen er na een tijdje de jonge blaadjes
en takjes komen.
Vroege voorjaar Men kan de okselknoppen goed waarnemen, dit knopje kan
als reserve dienen als een blad plots verloren gaat.
Zomer / najaar Er wordt in embryonaal stadium een volledig nieuw twijgje
met bladeren en bloemen gevormd.
Bomen en struiken in de lente: studie van de kale tak
Eindknop belangrijk voor de
plant. Hierin wordt in een
embryonaal stadium een
compleet nieuw twijgje met
bladen en bloemen aangelegd.
De schubben beschermen het
jonge groen in de knop.
Op de plaats waar de knop
gezeten heeft vinden we de
littekens van de knopschubben.
Na het uitlopen van de knoppen
vallen deze schubben af en laten
een litteken achter.
1
,Bomen en struiken in de lente: bloeiende katjes
Bij sommige struiken en bomen verschijnen eerst
bloemen. Sommige herkennen we goed als bloemen met
duidelijke kelk en kroon. Bijvoorbeeld: fruitbomen en
forsythia
Bij andere struiken en bomen is de bloei minder opvallend
en herkenbaar. Bijvoorbeeld: els, wilg, hazelaar
Deze soorten bloeien al zeer vroeg in het jaar. Andere
boomsoorten met minder opvallende bloemen bloeien op
een later tijdstip. Bijvoorbeeld: zomereik, beuk.
Katjes van hazelaar en els
Katjes = de bloeiwijzen van deze struiken. Bloeiwijzen bevatten ofwel de
mannelijke, ofwel de vrouwelijke bloempjes. eenhuizig
Mannelijke katjes = lang, hangen naar beneden en zijn bewegelijk. Ze bestaan
uit meeldraden die gegroepeerd zijn onder schutblaadjes.
Vrouwelijke katjes of stamperkatjes = veel kleiner en vallen helemaal niet
op. Rode knopjes die in groepjes bij elkaar staan bij de els. Hazelaartakken zie je
soms groene bolletjes waar rode draadjes uitsteken. Draadjes zijn de lange
stempels die het stuifmeel moeten opvangen.
Elzenprop = schubben van de elzenkatjes worden houtig
Wilgenkatjes verschijnen als zilverachtige, viltige knoppen. Bloeiende katjes zijn
geel of groen gekleurd: gele zijn meeldraadkatjes, groene zijn stamperkatjes.
In katjes zitten veel honingklieren, wilgen zijn insectenbloeiers: kleverig stuifmeel
wordt door insecten overgebracht.
In de kleuterklas: activiteiten met takken
Ideeën voor onderzoek van kale takken
Onderzoek van de knoppen Vergrootglas kan helpen voor details
- Hoeveel knoppen op de tak? - Voelt de knop kleverig of niet?
- 1 of meer eindknoppen? - Is de knop behaard?
- Knoppen verspreid of - Kras eens in de tak, wat ruik je?
tegenover?
- Vorm, grootte, kleur?
- Gesteeld of niet? Naakt of
bedekt?
- Maak de knop open, wat zie je?
Ideeën voor onderzoek van uitlopende knoppen: Onderzoek de bloemen. Wat
verschijnt eerst: bloemen, bladeren of bloemen en bladeren tegelijkertijd?
2
,Gebruik eventueel foto’s of afbeeldingen van de bomen/ struiken ter
ondersteuning van het onderzoek.
Kruidachtige planten in de lente
Eenjarige planten Eenjarige planten sterven in de herfst volledig af, zowel
bovengrond als ondergronds.
Voorbeeld: afrikaantjes, zonnebloem
Tweejarige De levenscyclus van deze planten zijn 2 jaar. De plant
planten overwintert als rozet = er worden wortels, bladeren en
een korte stengel gevormd, zodat bladeren in een krans
boven de grond blijven zitten.
Voorbeeld: vergeet – me – nietjes, viooltje
Overblijvende In de zomer of de herfst sterven bovengrondse delen af.
kruidachtige In het ondergrondse is in de groeiperiode
planten reservevoedsel opgeslagen.
Ondergrondse reserve organen:
- Sterk verdikte wortels: peen – of knolvormige
verdikte hoofdwortels
Voorbeeld: wortel, bieten
- Wortelstok: ondergrondse stengel die steeds
verder groeit en vertakt, draagt wortels, bladeren
en bloemen
Voorbeeld: iris, brandnetel, gember
- Bol: bestaat uit een stengel en bladeren. De
stengel is gereduceerd tot een stengelschijf, de
bladeren zijn gezwollen en bevatten
reservevoedsel. Centraal is er een eindknop. Een
rok (ring) heeft een okselknop. Aan de buitenkant
is de bol beschermd door een laag droge vliezen.
Voorbeeld: uien, tulp
- Knol: opgezwollen stengel – en/of worteldeel.
Voorbeeld: aardappel, krokus
- Andere overblijvende planten blijven groen
in winter: ze overwinteren als rozet, als klein
plantje dicht tegen de grond.
Voorbeeld: gras, paardenbloem, madeliefje
Gelijkenis knol & bol: Verschil knol & bol
- Schil - Knol heeft geen ringen
- Ondergrondse reserveorganen vanbinnen
3
, - Ondergrondse stengeldelen - De meeste dingen zitten IN de
knol (blad, stengel & blad)
- Bij een knol groeit het er op
4