Hoofdstuk 1: Focus op school: Werken in het katholiek onderwijs
Godsdienst in de kleuterklas: basisdocument
Godsdienst is geen evidentie in seculiere samenlevingen (= kerken
verdwijnen meer) toch moet de levensbeschouwelijke groei deel zijn van de
totale opvoeding.
Godsdienst in de kleuterklas is een dynamisch gebeuren dat identiteitsvorming
voorbereidt en stimuleert.
Werkplan: visietekst bisschoppen
Het werkplan wil aansluiten bij de leef – en belevingswereld (beginsituatie)
van het kind.
Er is aandacht voor:
- Een christelijke visie op groei
- Communicatie in brede zin
Werkplan heeft 3 delen
Deel 1: overzicht van Deel 2: hoe de Tot slot
componenten van kleuteronderwijzer
levensbeschouwelijke met deze groei
en religieuze groei omgaat
Men werkt vanuit 4 De manier van Er wordt stilgestaan bij
invalshoeken (= 4 lesopbouw en hoe die de planning en evaluatie.
componenten) streven opbouw de
naar evenwicht en leerprocessen bevordert.
gedoseerd aanbod.
Visietekst: Godsdienst in de kleuterklas
1. Jonge kinderen leven in een complexe wereld = vertrekpunt
Geseculariseerd, gepluraliseerd, globalisering
Samen spreken over godsdienst wordt een bijzondere en delicate
opdracht
2. Godsdienst kan een dynamisch gebeuren zijn belang van
communicatieproces
3. Impact van godsdienst
Aanzetten tot verwondering, verbondenheid, verdraagzaamheid
Aanzetten tot persoonlijke keuze
Sommige kinderen krijgen bevestiging, voor anderen is het nieuw
4. Godsdienst op school = groeien als mens
1
, Ontwikkeling van mens staat centraal, begeleid vanuit christelijk
perspectief
5. Inhoud van godsdienst op school
Alledaagse ervaringen
Geloofservaringen
Rituelen, feesten, bidden
6. Communicatieproces = woord – wederwoord – Woord (=
geloofscommunicatie)
Kleuter: zijn ervaringen, zorgen en vragen (= woord)
Leerkracht: wat zij/hij als christen gelooft en te bieden heeft (=
wederwoord)
God: Woord Gods, ontdekken hoe God in de werkelijkheid aanwezig is en
hen raakt
Voorwaarde: belang van non – verbale communicatie en een
vertrouwensband
7. Kleuteronderwijzer
Neemt kinderen mee in wat men zelf kostbaar en waardevol vindt
Eigen geloven is basis, maar elke gelovige is een zoeker
Kleuters nodigen volwassen uit om met nieuwe ogen te kijken
Godsdienst kan geïntegreerd worden in het hele klasaanbod
Catechese, godsdienst versus gelovige opvoeding: geloofsopvoeding
2 invalshoeken
1ste invalshoek: godsdienst 2de invalshoek: gelovige
opvoeding
Openbaring centraal. Ervaringen van Ervaring van kleuter staat centraal.
kleuters zijn opstapje maar worden Gevaar: blijven hangen in ervaringen
niet grondig verwerkt. en openbaring komt niet meer aan
bod.
Geloofsopvoeding = verbinding van beide elementen, evenwicht tussen
openbaring en ervaring.
Catechese = gericht op voorbereiding op doopsel en verdieping van
doopselgeloof, het wordt gegeven aan mensen die christen willen worden en
blijven.
Mandaat
Mandaat = officiële toelating van de bisschop om godsdienst te mogen geven
2 voorwaarden
2
, 1. Je moet lid zijn van de kerk = gedoopt zijn
2. Je moet een katholieke lerarenopleiding gevolgd hebben met het vak
godsdienst
Godsdienst is geïntegreerd in BC. Ervaringen worden op gepaste momenten
gelovig geduid. Dit kan niet op vaste momenten, daarom moet de leerkracht er
steeds zelf doen.
De katholieke identiteit van een school
De eigenheid van een katholieke school wordt gemakkelijk gereduceerd tot
aspecten die ‘anders’ of ‘extra’ zijn, naast het ‘gewone’ opvoeden en onderwijzen
van elke school.
Als er 1 ding is dat de katholieke school anders maakt, dan is het weten waarom
we dat doen. De katholieke geloofstraditie moet bron zijn, de ‘know why’.
Het onderliggende fundament van het ‘know how’ van het opvoeden en
onderwijzen in een katholieke school.
Katholieke methode:
3