Type Kenmerken
Virussen geen cel, kleine moleculen, geen metabolisme, niveau nanometer
Bacteriën prokaryoot, 70S ribosoom, niveau micrometer
Fungi eukaryoot, 80S
Parasieten eukaryoot, complex
Vroeger: veel infectieziekten (mazelen, malaria, tyfus), ook in Europa
Nu meer controle door: vaccins, antibiotica én hygiëne
→ Infectieziekten zijn NIET weg
Nieuwe ziekten vb. COVID-19, HIV, Zika, Legionella Pneumophila, Bartonella, Helicobacter Pylori
Oude ziekten die terugkomen vb. TB, cholera
Waarom blijven infecties een probleem? Belangrijkste factoren:
• Reizen → snelle verspreiding
• Urbanisatie → dichter op elkaar, contact met wilde dieren…
• Milieu/verandering ecosystemen
• Met dieren
Bij ebola zie je dat de latente periode 12 dagen is en de
presymptomatische periode 6 dagen is. Griep heeft een veel
kortere latente periode, wat wil zeggen dat men zonder
symptomen te hebben de ziekte al kan verspreiden. Dit is erg
nadelig, want zo kunnen we mensen met griep niet op tijd
isoleren/adviseren om thuis te blijven. Het influenzavirus kan zich
ook snel aanpassen en zich snel muteren. Mensen hebben schrik
dat er op een bepaald moment een influenzavirus komt dat zich
naar het bovenste kwadrant van de grafiek kan verschuiven.
Antimicrobiële resistentie → bacteriën worden ongevoelig voor antibiotica vb. MRSA, VRE, ESBL, CPE
Bacterie wordt blootgesteld aan antibiotica en zorgt ervoor dat de bacteriën die per toeval een mutatie hebben
die hen beschermt, een selectief voordeel hebben en overleven. Zij gaan vervolgens voortplanten en je krijgt
een nieuwe generatie van resistentere bacteriën.
Probleem: → WHO noemt dit een grote bedreiging
1. beperkte beschikbaarheid nieuwe antibiotica:
nog maar 1 antibiotica in ontwikkeling: oxazolidinones
wel een explosie van nieuwe antifungica
ontwikkeling van nieuwe antibiotica kost heel veel, antibiotica is echter zo belangrijk dat de
antimicrobiële resistentie een acute dreiging is
eenvoudige ingrepen zullen veel moeilijker en soms zelfs onmogelijk worden
2. snelle verspreiding resistentie
,One Health concept: Gezondheid van: mens, dier en omgeving = gezondheden allemaal verbonden
Belangrijke pathogenen met hun afkortingen:
MRSA: Methilicine-resistentie Staphylococcus aureus
VRSA: Vancomycine-resistente S.aureus
VRE: Vancomycine resistente enterokokken
PRSP: penicilline resistente S. pneumoniae
ESBL: extended-spectrum beta-lactamases
→ oplossing: meer carbapenes gebruiken→ gevolg: CPE
CPE: carbapenemase producerende enterobacteriaceae
Diagnostiek:
Dringend nood aan snelle, eenvoudige tests.
Probleem: traag (2–3 dagen voor antibiogram), daardoor vaak breed-spectrum antibiotica
Wat is normale flora?
→ Micro-organismen/bacteriën die overal normaal op/in ons lichaam leven
- Meerderheid beschermt ons tegen pathogenen en dus niet schadelijk
- Foetus = steriel, vrij van micro-organismen
Bij geboorte: kolonisatie start direct → heel belangrijke bacteriën
Toepassingen:
- Probiotica: levens microbieel voedingsingrediënt dat, wanneer het in voldoende hoeveelheden wordt
ingenomen, een gezondheidsbevorderend effect heeft
- Prebiotica: specifieke stoffen die probiotica wel kunnen gebruiken, maar prebiotica niet
- Groeipromotoren bij dieren herstelling
- Darmflora na behandeling diarree
Factoren die flora beïnvloeden: leeftijd, dieet, hormonen en hygiëne
▪ Functies
▫ Bescherming: competitie met pathogenen + productie bacteriocines
▫ Immuunsysteem: stimulatie darmimmuniteit
▫ Chemisch effect: vetzuren (huid) + pH ↓ (vagina)
o Darmflora
▫ Tot 10¹¹ bacteriën/gram feces
▫ Vooral anaëroben
▫ Gastro-intestinale tractus: bacteriën daar zijn soms bron van infectie
darmflora kan pathogeen worden, vaak door: enterobacteriaceae
Vb. urineweginfecties, pneumonie, wondinfecties, meningitis…
◘ Functies
Vitamines: B, K
Gasproductie: CO2, CH4, H2
Geurproductie
Metabolisme galzuren
Bescherming tegen pathogenen: salmonella…
bezet alle plaats & productie van bacteriocines
Anaëroben spelen belangrijkste beschermende rol = kolonisatie resistentie
◘ Rol in ziektes: inflammatoire darmziekte, prikkelbare darm, obesitas, colorectaal carcinoom
◘ >1000 verschillende soorten
◘ Niet allemaal kweekbaar → gebruik van DNA-sequencing
, o Flora per locatie:
S. aureus nasal carriage
= asymptomatisch dragerschap in de neus met risico op zelfinfectie en transmissie naar anderen
Jongere kinderen hebben meer S. pneumoniae dan volwassenen. S. aureus zien we vooral bij volwassenen.
, Tonsillen: anaëroben (bacteriën die geen lucht kunnen verdragen)
Luchtwegen – onderste luchtwegen: normaal steriel, alles wat er wel zit is pathogeen
Oor: Coagulase-negatieve staphylokokken
Corynebacterium
Oog: voortzetting huid en mucosa
maagzweren