Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Examen

Hbo-verpleegkunde: EvE20 Zorgpreventieprogramma voor een doelgroep ontwerpen en borgen (cijfer: 7,8)

Note
-
Vendu
-
Pages
42
Grade
7-8
Publié le
04-07-2026
Écrit en
2025/2026

- Dit document bevat de uitwerking van de toetsopdracht EvE20 Zorgpreventieprogramma voor een doelgroep ontwerpen en borgen. - Het verslag is gericht op het onderwerp 'langdurig bedrust bij ouderen tijdens een ziekenhuisopname'. - Het verslag bevat alle hoofdstukken die voor dit verslag zijn vereist. - Beoordeling: 7,8. - Hogeschool Windesheim te Zwolle.

Montrer plus Lire moins
Établissement
Cours

Aperçu du contenu

Hogeschool Windesheim te Zwolle
Toetsopdracht EvE20
Zorgpreventieprogramma voor een doelgroep ontwerpen en borgen


Uitgevoerd bij:
GE-Chirurgie, …




Studentgegevens:


EvE:


Datum:


Versie:


,Inhoudsopgave
Inleiding............................................................................................................................................3
1. Analyse..........................................................................................................................................4
1.1 Definitie van ouderen & maatschappelijke visie...........................................................................4
1.2 Het gezondheidsprobleem............................................................................................................4
1.3 Lalonde-model..............................................................................................................................5
1.3.1 Biologische factoren...............................................................................................................6
1.3.2 Voorzieningen gezondheidszorg............................................................................................6
1.3.3 Leefstijl...................................................................................................................................6
1.3.4 Omgeving...............................................................................................................................6
1.4 Het ASE-model..............................................................................................................................6
1.4.1 Intentie en gedrag..................................................................................................................7
1.4.2 Attitude..................................................................................................................................7
1.4.3 Sociale invloed.......................................................................................................................7
1.4.4 Eigen effectiviteit...................................................................................................................8
1.4.5 Barrières................................................................................................................................8
1.4.6 Vaardigheden.........................................................................................................................8
1.5 Analysemodel voor veranderen van gedrag..................................................................................9
1.6 Stages of change model................................................................................................................9
1.7 Conclusie van de analyse..............................................................................................................9
2. Gedragsdoelen.............................................................................................................................10
2.1 Einddoel......................................................................................................................................10
2.2 Gedragsdoelen............................................................................................................................10
2.3 Matrix van gedragsdeterminanten, gedragsdoelen en veranderdoelen.....................................10
3. Methoden voor gedragsverandering............................................................................................11
3.1 Belangrijkste gedragsdeterminanten..........................................................................................11
3.2 Methoden...................................................................................................................................11
3.3 Mogelijke interventies................................................................................................................11
4. Interventiekeuze..........................................................................................................................12
4.1 Voorlichtingsvideo van Indiveo...................................................................................................12
4.2 Motiverende gespreksvoering....................................................................................................13
5. Implementatieplan......................................................................................................................15
6. Monitoring en evaluatie..............................................................................................................17

, 6.1 Evaluatievragen...........................................................................................................................17
6.2 Terugkoppeling in de praktijk......................................................................................................17
7. Reflectie.......................................................................................................................................18
Bibliografie......................................................................................................................................20
Bijlage A. Mogelijke interventies.....................................................................................................29
Bijlage B. Contact met belanghebbende van Indiveo.......................................................................31
Bijlage C. ‘Voorlichtingsvideo ‘Bewegen tijdens de opname’...........................................................32
Bijlage D. Consolidated Framework for Implementation Research...................................................33
Bijlage E. Poster voorlichtingsvideo van Indiveo..............................................................................35
Bijlage G. Praktische handvatten voor motiverende gespreksvoering..............................................37
Bijlage H. Feedback uit de praktijk...................................................................................................38
Bijlage I. Link van de presentatie.....................................................................................................39
Bijlage J. Ingevuld praktijkadvies door werkbegeleider …................................................................40
Bijlage K. Verklaring gebruik GenAI..................................................................................................41

,Inleiding
Dit verslag bevat een zorgpreventieprogramma voor de gastro-enterologische chirurgieafdeling (GE)
van het …. Een dergelijk programma richt zich op het voorkomen van gezondheidsproblemen en het
beperken van verdere verergering. In dit verslag wordt het programma opgesteld met behulp van de
6 stappen van Intervention Mapping. Deze methodiek biedt een theoretisch onderbouwde aanpak
voor het ontwikkelen, implementeren en evalueren van gezondheidsbevorderende interventies
(Sassen, 2022).
Op de GE-chirurgieafdeling verblijven patiënten die een operatie aan het spijsverteringsstelsel
hebben ondergaan. De zorg is erop gericht dat patiënten zo goed en snel mogelijk herstellen, zodat zij
weer veilig naar huis kunnen. Een belangrijk onderdeel hiervan is dat patiënten tijdens de opname
voldoende in beweging komen. In de praktijk blijkt echter dat dit vaak nog te weinig gebeurt. Veel
patiënten blijven langdurig in bed liggen. Vooral bij oudere patiënten kan dit leiden tot
gezondheidsproblemen, zoals afname van spierkracht en een verminderde conditie. Daarom richt dit
zorgpreventieprogramma zich op het verminderen van langdurige bedrust bij oudere patiënten
tijdens de ziekenhuisopname.
Om de lezer een goed beeld te geven van dit gezondheidsprobleem, wordt in hoofdstuk 1 een analyse
gepresenteerd. Hierin wordt ingegaan op de impact van het probleem op de gezondheidszorg,
factoren die van invloed zijn op gezondheidsgedrag en specifieke factoren die het gedrag van ouderen
beïnvloeden. In hoofdstuk 2 worden vervolgens het einddoel van het zorgpreventieprogramma en de
bijbehorende gedrags- en veranderdoelen beschreven.
In hoofdstuk 3 worden de methoden toegelicht die worden ingezet om deze doelen te bereiken. Deze
methoden vormen de basis voor het selecteren van passende interventies, die verder worden
uitgewerkt in hoofdstuk 4. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 het implementatieplan beschreven,
uitgewerkt aan de hand van de PDCA-cyclus. In hoofdstuk 6 wordt uiteengezet op welke wijze de
interventies geëvalueerd zullen worden. Hoewel het zorgpreventieprogramma niet daadwerkelijk is
geïmplementeerd, kan het dienen als basis voor toekomstig onderzoek.
Het volgende hoofdstuk bevat een reflectie op een ethisch dilemma dat zich voordoet binnen de
context van een preventieparadox. Het verslag wordt afgesloten met een bronnenlijst volgens de APA
7-richtlijnen en een overzicht van de bijlagen. Tot slot verklaart de student dat dit verslag, met
uitzondering van de geraadpleegde bronnen, zelfstandig is opgesteld.

,1. Analyse
De eerste stap van Intervention Mapping richt zich op het in kaart brengen en analyseren van het
gekozen gezondheidsprobleem (Sassen, 2022).
1.1 Definitie van ouderen & maatschappelijke visie
Dit zorgpreventieprogramma is gericht op langdurige bedrust bij ouderen tijdens een
ziekenhuisopname. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hanteert de leeftijdsgrens van 65 jaar
om de populatie ‘ouderen’ te definiëren. Op 1 januari 2025 bestond 20,8% van de Nederlandse
bevolking uit personen van 65 jaar en ouder. Dit komt neer op ruim 2,8 miljoen inwoners (Centraal
Bureau voor de Statistiek, z.d.). Prognoses laten zien dat het aantal 65-plussers in 2050 zal stijgen
naar tussen de 4,2 en 5,4 miljoen (Van Duin & Stoeldraijer, 2024).
Dit zal betekenen dat de zorgvraag verder gaat toenemen. Echter, het zorgaanbod zal in de toekomst
juist afnemen doordat de zorgsector al langere tijd onder druk staat door aanhoudende
personeelstekorten. Naar verwachting zal het personeelstekort in Nederland in 2035 oplopen tot
circa 301.000 medewerkers (Ministerie van Algemene Zaken, 2026). Hierdoor zal er een situatie
ontstaan waarin meer ouderen zorg nodig hebben, terwijl er relatief minder zorgprofessionals
beschikbaar zijn om deze zorg te leveren. Juist daarom is het van groot belang om preventief te
handelen en functieverlies door langdurige bedrust zoveel mogelijk te voorkomen. Valiani et al.
(2016) benoemt ook dat de plaatsing in verpleeghuizen afneemt bij meer beweging tijdens een
ziekenhuisopname.
Volgens het concept van Positieve Gezondheid van Machteld Huber gaat gezondheid om het
vermogen de eigen regie te voeren. Langdurige bedrust kan dit vermogen ondermijnen, doordat
ouderen spierkracht, mobiliteit en zelfstandigheid verliezen (Instituut voor Positieve Gezondheid,
2024). Dit probleem leidt tot hogere zorgkosten, meer beroep op de langdurige zorg, grotere druk op
mantelzorgers en een verminderde maatschappelijke participatie. In een maatschappij waarin
preventie en het zo lang mogelijk behouden van zelfstandigheid bij ouderen centraal staan, vraagt
langdurige bedrust tijdens een opname juist binnen ziekenhuizen ook om aandacht.
1.2 Het gezondheidsprobleem
Zittend of liggend gedrag wordt gekenmerkt door een laag energieverbruik, namelijk ≤1,5 MET
(Jasper et al., 2020). Ter vergelijking, van zeer intensieve lichamelijke activiteit is sprake bij een
energieverbruik van ongeveer 18 MET (Meetinstrumenten in de zorg, 2019). Door dit lage
energieverbruik kan fysieke deconditionering ontstaan. Hiermee wordt bedoeld dat er een
lichamelijke achteruitgang is, waarbij het uithoudingsvermogen vermindert, de spiermassa afneemt
en organen minder efficiënt functioneren (O’Keeffe, 2021). Door inactiviteit raakt het lichaam
ontregeld. Het hart is minder goed in staat om adequaat te reageren op inspanning. Dit leidt ertoe
dat dagelijkse activiteiten sneller vermoeidheid veroorzaken en de zelfredzaamheid afneemt.
Daarnaast ventileren de longen minder effectief. Het gevolg hiervan is dat de patiënt kortademig
wordt en zich hierdoor eerder benauwd voelt. Ook de darmperistaltiek zal vertragen, waardoor
obstipatie kan ontstaan. Dit kan weer leiden tot buikpijn, een opgeblazen gevoel en een verminderde
eetlust (Admin, 2021). Daarnaast neemt de kans op trombose toe, doordat het bloed bij immobiliteit
gemakkelijker stolt. Bij ouderen wordt dit effect versterkt omdat hun bloed van nature stroperiger
kan zijn door veranderingen in stollingsfactoren (Konieczyńska et al., 2023).
In het algemeen verlaagt regelmatige lichamelijke activiteit bij ouderen aantoonbaar het sterfterisico.
Uit het onderzoek van Hupin et al. (2015) blijkt dat zelfs matige tot intensieve lichamelijke activiteit
bij volwassenen van 60 jaar en ouder gepaard gaat met een 22% lager risico op overlijden, vergeleken
met inactiviteit. Voldoende beweging heeft een beschermend effect op het cardiovasculaire systeem
en verbetert de glucoseregulatie. Hierdoor neemt de kans op hart- en vaatziekten, hypertensie,
verschillende vormen van kanker en diabetes mellitus type 2 significant af (World Health

,Organization, 2020). De kans op het ontstaan van decubitus en smetplekken nemen aanzienlijk toe
tijdens een ziekenhuisopname. Patiënten die spierkracht verliezen (sarcopenie) en daardoor minder
effectief kunnen hoesten tijdens bedrust, lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van een
aspiratiepneumonie (Kaneko et al., 2019).
Het onderzoek van Chen et al. (2022) benoemt dat bedrust tijdens een ziekenhuisopname de meest
voorkomende oorzaak is van lichamelijke achteruitgang. Zo’n 90% van de tijd brengen patiënten door
op zaal, waarbij 83% van de tijd liggend in bed (Valkenet et al., 2022). Hierbij verlaat maar 65% van de
patiënten minstens één keer per dag hun zaal. Dit betekent dat 35% van de patiënten de zaal
helemaal niet afkomt (Valiani et al., 2016). Het daadwerkelijk in beweging zijn komt neer op zo’n 5 tot
10% van de tijd (Umcu, z.d.). Uit onderzoek van De Man-Van Ginkel et al. (2025) blijkt dat bij 30 tot 60
procent van de ouderen tijdens een ziekenhuisopname het fysieke functioneren afneemt. Tijdens
deze opname zal per dag 1 tot 3% van de spierkracht verloren gaan (Ot, 2026). Gemiddeld komt dit
spierverlies vaak neer op zo’n 10 tot 15%. De aanbevolen hoeveelheid stappen voor ouderen is
tussen de 4600 en 6500 stappen per dag, maar dit komt gemiddeld bij een ziekenhuisopname neer
op 728 stappen (Piper et al., 2024). Dit is een vermindering van 84%.
Uit het rapport van Loyd et al. (2019) blijkt dat 30% van de oudere patiënten ook daadwerkelijk
functioneel verlies ervaart na terugkeer naar huis. Dit betekent dat 1 op de 3 ouderen het ziekenhuis
verlaat met de behoefte aan extra hulp bij de ADL. Er kan gedacht worden aan problemen met de
mobiliteit, het uitvoeren van huishoudelijke taken of het doen van de eigen lichaamsverzorging
(Reichardt et al., 2016). Het ontstaan van deze beperkingen leidt tot een grotere kans op plaatsing in
verzorgingshuizen en tot een hogere vraag naar zowel formele als informele zorg (Gill, 2004).
Langdurige bedrust tijdens een ziekenhuisopname gaat gepaard met een afname van de ervaren
kwaliteit van leven (McCullagh et al., 2020). De studie toont aan dat gerichte en actieve interventies
tijdens de opname niet alleen leiden tot fysieke verbeteringen, maar ook bijdragen aan een betere
ervaren kwaliteit van leven op korte termijn na ontslag bij oudere ziekenhuispatiënten.
Van de ouderen die een ziekenhuisopname hebben gehad, krijgt 20% binnen 3 maanden een
heropname in het ziekenhuis als gevolg van de fysieke achteruitgang (Kansagara et al., 2011). Een
reden hiervoor kan zijn dat oudere patiënten met een verminderde spierkracht eerder komen te
vallen en fracturen oplopen (Belimbegovski et al., 2025). Volgens Centre (2019) kan de opnameduur
door gerichte mobilisatie gemiddeld met ongeveer twee dagen worden verkort. Naast een sneller
herstel van de patiënt leidt dit ook tot een vermindering van zorgkosten en tot een efficiënter gebruik
van ziekenhuisbedden. Liu et al. (2019) laat zien dat de inzet van een vroeg mobilisatieprogramma de
zorgkosten van een patiënt met gemiddeld 27% kan verlagen.
1.3 Lalonde-model
Het Lalonde-model beschrijft dat determinanten van gezondheid kunnen worden onderverdeeld in
vier categorieën: biologische factoren, leefstijl, omgeving en de organisatie van de gezondheidszorg
(Merkus, 2023). Deze factoren beïnvloeden gezamenlijk het gedrag en de gezondheid van een
individu (figuur 1).




Figuur 1. Lalonde-model (Gezond Leven, z.d.)

, 1.3.1 Biologische factoren
Wanneer gekeken wordt naar de biologische factoren, dan spelen leeftijd, gezondheidsproblemen en
genetische aanleg een belangrijke rol bij het ontstaan van langdurige bedrust. Ouderen verliezen
tijdens een opname sneller hun fysieke functioneren dan jongere patiënten. Zoals eerder genoemd is
er bij ouderen sprake van sarcopenie. Dit is een leeftijdsgerelateerde afname van spiermassa en
spierkracht (UZ Leuven, z.d.). Vanaf ongeveer het 30e levensjaar neemt de spiermassa geleidelijk af,
maar bij ouderen versnelt dit proces (Richard, 2025). Daarnaast kunnen chronische aandoeningen
zoals hartfalen, COPD, diabetes en neurologische aandoeningen het uithoudingsvermogen en de
spierkracht verder beperken. Ook persoonlijkheidskenmerken, die deels biologisch beïnvloed kunnen
zijn, spelen een rol. Kenmerken zoals angstgevoeligheid, stressgevoeligheid of een laag vertrouwen in
het eigen lichaam kunnen ervoor zorgen dat een patiënt beweging vermijdt.
1.3.2 Voorzieningen gezondheidszorg
De determinant gezondheidszorg richt zich op de organisatie en kwaliteit van zorg. Factoren zoals
werkdruk en prioritering van taken kunnen ertoe leiden dat mobiliseren minder aandacht krijgt onder
het zorgpersoneel. Binnen het ziekenhuis wordt gewerkt volgens het ERAS-protocol (Enhanced
Recovery After Surgery). Dit evidence-based protocol is gericht op het versnellen van postoperatief
herstel en het verminderen van complicaties (Erasmus MC, z.d.). Het protocol benadrukt onder
andere het belang van zo snel mogelijk uit bed komen. Het protocol vraagt om actieve stimulatie en
begeleiding door zorgverleners. In situaties van hoge werkdruk kan mobilisatie minder prioriteit
krijgen. Het laat zien dat er bij … op beleids- en organisatieniveau al aandacht is voor preventie van
langdurige bedrust. Tegelijkertijd maakt de praktijk duidelijk dat het hebben van een protocol alleen
niet altijd voldoende is.
1.3.3 Leefstijl
De leefstijl van een patiënt heeft betrekking op gedrag en gewoonten vóór en tijdens de
ziekenhuisopname. Oudere patiënten die voor de opname al weinig bewogen of een inactieve leefstijl
hadden, hebben een grotere kans om tijdens de ziekenhuisopname een laag niveau van fysieke
activiteit te vertonen (D’Souza et al., 2023). Daarnaast kan het onvoldoende binnenkrijgen van
voedingsstoffen ook leiden tot vermoeidheid en een verminderde fysieke capaciteit. Hierdoor hebben
patiënten minder energie om te mobiliseren en kunnen zij eerder geneigd zijn om in bed te blijven
liggen (Bauer et al., 2013).
1.3.4 Omgeving
De omgeving omvat zowel de fysieke als de sociale context waarin de patiënt verblijft. Patiënten
ervaren de ziekenhuisruimtes als niet uitnodigend en vinden het op de gang druk of ongezellig.
Hulpmiddelen zoals katheters, drains en monitoringsapparatuur maken het voor patiënten zowel
praktisch als mentaal moeilijker om uit bed te komen (Van Dijk-Huisman et al., 2022). Daarnaast kan
de heersende ziekenhuiscultuur, waarin rust en in bed blijven onbewust wordt gestimuleerd,
bijdragen aan immobiliteit. Ook sociale factoren, zoals weinig aanmoediging van zorgverleners of
naasten, spelen een rol. De ziekenhuisomgeving kan daarmee onbedoeld een passieve houding
versterken.
1.4 Het ASE-model
Om overzichtelijk te maken wat de redenen zijn waardoor oudere patiënten tijdens een
ziekenhuisopname veel op bed blijven liggen, kan het ASE-model worden gebruikt (figuur 2). Dit
gedragsanalysemodel richt zich op de determinanten van gedrag en onderzoekt welke factoren van
invloed zijn op het al dan niet uitvoeren van bepaald gedrag (De Korte, 2026). De factoren zijn
opgesteld op basis van praktijkervaringen van patiënten, gesprekken met collega’s en onderzoek in de
wetenschappelijke literatuur.

Livre connecté

École, étude et sujet

Établissement
Cours
Cours

Infos sur le Document

Publié le
4 juillet 2026
Nombre de pages
42
Écrit en
2025/2026
Type
Examen
Contient
Questions et réponses

Sujets

$19.06
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Nienke04028 Hogeschool Windesheim
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
29
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
7
Documents
14
Dernière vente
1 mois de cela

4.0

8 revues

5
4
4
1
3
2
2
1
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Vous travaillez sur vos références ?

Créez des citations précises en APA, MLA et Harvard avec notre générateur de sources gratuit.

Vous travaillez sur vos références ?

Foire aux questions