, Antropologie
Hoofdstuk 1: Wat is antropologie?
Antropologie
Definitie Antropologie = studie of wetenschap v.d. mens met aandacht voor cultuur
- Griekse 'anthrōpos' = mens
- Deze willen ze begrijpen en vergelijken
- bestudeert mens holistisch in al zijn culturele, sociale, biologische en linguïstische variaties
doorheen tijd en ruimte
- a.d.h.v. observatie
Antropologen willen weten hoe mensen overal ter wereld door het aangaan van sociale relaties op
heel verschillende manieren vorm en betekenis geven aan hun leefwerelden.
Antropologie = troebele geschiedenis vh het kijken naar ‘De Ander’.
- Interesse in ‘De Ander’ is er altijd al geweest
● maar grote stijging tijdens ‘ontdekkingsreizen’
● vanaf 15e eeuw
- tweede stijging door handel en kolonisatie
● vanaf 18e eeuw
Relatie met ‘De Ander’ gekenmerkt door dominantie en uitbuiting.
Antropologie = vakgebied dat zichzelf voortdurend kritisch bevraagt.
- In vraag stellen van eigen Westers en Eurocentrisch perspectief
- ongekende geschiedenis en actualiteit aan licht brengen om actueel en toekomstgericht
beeld te hebben
- antropoloog als bemiddelaar en intercultureel vertaler
- Belang van positie innemen (= positionaliteit)
● = opzoek gaan naar verborgen geschiedenis, niet de voor de hand liggende
narratieven
Historisch gezien ontstaan in de 19e eeuw als reactie op koloniale expansie en evoluties
theorieën
- in Duitsland, Engeland, Frankrijk & VS
- roots te vinden in Klassieke oudheid
- met vroege figuren: Lewis Henry Morgan en Edward Tylor
● onderscheidden stadia van culturele evolutie
- later Franz Boas
● benadrukt cultureel relativisme en veldwerk als alternatief voor universele
hiërarchieën
1
, In 20e eeuw groeide antropologie met vier velden:
1. culturele antropologie -> sociale wetenschap die diversiteit van menselijke samenlevingen,
culturen, gedragingen en religies wereldwijd bestudeert (dus lokale variëteiten)
2. archeologie -> overblijfselen van culturen bestuderen en het verleden reconstrueren
3. biologische antropologie -> wetenschappelijke studie vd mens als biologisch organisme,
gericht op evolutie, variatie en gedrag (dus fysieke variatie en evolutie)
4. taalkunde -> wetenschappelijke studie van taal, gericht op objectieve analyse van structuur,
gebruik, geschiedenis en variatie van talen (dus taal en cultuur)
Praktijk = intensief veldwerk met participant observatie voor emische perspectieven
- waarbij antropologen zich inmengen in gemeenschappen om diepgaand begrip te krijgen
van lokale betekenissen en praktijken
Antropologie zich op thema's als verwantschap, rituelen, economie, politiek en identiteit, met
aandacht voor machtsrelaties, kolonialisme en globalisering.
Bekende vb.:
- Clifford Geertz' interpretatieve benadering (thick description)
- hedendaagse toepassingen in ontwikkelingssamenwerking
- medische antropologie
Belangrijke ontwikkelingen:
- evolutionisme
- diffusionisme
- functionalisme
- structureel-functionalisme
- cultureel relativisme (wijst universele oordelen af)
What the rest think of the west
= boek van Laura Nader
- Vertrekkend vanuit lokale verhalen en geschriften
- focus op Islam, Indië, China & Japan
Onderdeel van ‘witte kennisproductie’, is dus ‘witte discipline’
- daardoor ontwikkelt 1 versie vd wereldgeschiedenis -> de westerse visie
● = geschiedenis vd witte wereld, beschreven door de witte mens
● kennis van andere regio’s/culturen tellen niet mee -> veel kennis gaat verloren
- ‘Omkeren v.d. blik v.d. geschiedenis’
- Wij (= Westen) vormen beelden over andere culturen en rest v.d. wereld
● moeten ons beeld omdraaien
Antropologen willen hier iets aan doen!
- proberen zich in te leven in andere perspectieven, referentiekader en zijnswijzen, die ze zich
eigen proberen te maken
- nemen de rol van mediator, intercultureel vertaler en bemiddelaar in
Kritiek benadrukt dominantie van westerse onderzoekers en pleiten voor dekolonisatie en co-
productie van kennis met lokale stemmen.
2
, Methodologie van antropologisch veldwerk
➔ Geïnspireerd op Malinowski
Methodologie = systematische leer en onderbouwing vd methoden, technieken en procedures
die worden gebruikt in wetenschappelijk onderzoek om kennis te verwerven
- Participeren en observeren
- Antropologen gaan ‘in het veld’ en dompelen zich onder in de gebruiken en tradities vd
culturen die ze bestuderen.
- antropologie gebruikt methode van ‘etnografisch veldwerk' volgens principe van
participerende observatie
➔ zich langdurig onderdompelen in cultuur die ze bestuderen
Veldwerk:
- antropoloog gaat alleen en langdurig leven in een (lokale) cultuur om deze van binnenuit te
begrijpen
● leren begrijpen vd taal, gebruiken, gewoontes en gezichtspunt
● dmv observatie & participatie
- ‘etnografische’ data worden gebruikt om cultuur te analyseren en te begrijpen
● Etnografische data:
- Veldwerknotities in notitieboekjes
- Audio- en filmopnames
- Informele momenten en reflecties
- Belangrijke principes:
● Malinowski drie kernmethoden:
1. statistische documentatie van concrete feiten
bvb. tellingen van huizen, tuinen en families
2. gedetailleerde observatie van dagelijkse ‘imponderabilia’
zoals rituelen en interacties via deelnemende observatie
3. verzameling van uitspraken en verhalen (corpus inscriptionum) om de
mentaliteit te vatten
➔ Deze aanpak verschilt fundamenteel van korte bezoeken of indirecte bronnen,
omdat het directe deelname en objectieve registratie nodig heeft om bias te
vermijden
➔ Malinowski introduceerde participerende observatie op de Trobriand-eilanden
(1915-1918), waarbij hij maandenlang onder de lokale bevolking leefde ipv enkel te
observeren zoals de vroegere "armchair-antropologen" deden
- Veldwerkstandaard: boek Argonauts of the Western Pacific maakte
langdurig onderdompelend onderzoek de norm
● met focus op taal, dagelijks leven en inheemse perspectieven.
- Functionalisme: zag cultuur als middel om biologische en sociale
basisbehoeften te vervullen.
- Invloed: Door lesgeven aan LSE en Yale vormde hij generaties antropologen
● hij weerlegde etnocentrisme en Freudiaanse universalismen.
3