1. Wat is gezinspedagogiek
Pedagogische tik bestaat niet.
Tik helpt op korte termijn, niet op lange termijn.
Zelf (systematisch) opgevoed met geweld -> later grotere kans zelf opvoeden met geweld
1. Ouderschap versus opvoeding
1.1 Parenting en upbringing: twee begrippen, twee werelden
Onderscheid tussen ouderschap (parenting) en opvoeding (upbringing) is noodzakelijk binnen de
gezinspedagogiek.
- Ouderschap/parenting = geheel van activiteiten, verantwoordelijkheden en gedragingen dat
ouders opnemen in zorg voor hun kinderen
● = handelen vd ouders
● vaak ingevuld als ‘het geheel van vaardigheden, strategieën en handelingen die
ouders inzetten’
bvb. het stellen van afspraken, belonen van gewenst gedrag en corrigeren van
ongewenst gedrag
● nadruk op gedragsbeïnvloeding en versterken van ouderlijke competenties volgens
effectiviteit, controle en voorspelbaarheid
● geheel van vaardigheden, strategieën en handelingen die ouders inzetten
● ouders verantwoordelijk (individueel)
➔ niet context/omgeving
● 3 vragen:
1. Wat werkt?
2. Hoe kunnen ouders efficiënt handelen?
3. Welk gedrag van ouders heeft het meeste effect op gedrag v.d. kinderen?
- Opvoeding/upbringing = bredere proces waarin kinderen worden opgenomen in een wereld
van betekenissen, gewoonten en sociale relaties.
● meer dan intentionele beïnvloeding en breder dan ouderschap
● gaat over wat opvoeders doelgericht doen (-> middel om iets te bereiken bij kind)
● gaat om een moreel, sociaal, economisch en cultureel proces waarin kinderen
opgroeien
➔ de manier waarop kinderen opgroeien in een gedeelde leefwereld en
gevormd worden door interacties met anderen
● nadruk kinderen niet alleen gevormd door opvoeders, maar zelf ook actief
participeren in dit proces.
● kinderen opvoeding in wereld die al bestaat
➔ deel uitmaken van samenleving
● samenleving + ouders verantwoordelijk (gedeeld) = publieke
verantwoordelijkheid!!
1
, ● opvoeding is hier politiek
● waarden en normen leren
Bvb: Als je ziek bent, doen mensen iets voor jou. Wanneer je broer ziek is, besef je
vanzelf dat je ook iets kan doen voor hem.
● kind leert snel gepast gedrag (overal)
- in die pedagogische ruimtes leer je deze dingen snel
● (gebrek van) eigen opvoedingsvaardigheden
● relationele, normatieve en maatschappelijke praktijk
● ingebed in sociale, maatschappelijke en politieke contexten
Wanneer opvoeding uitsluitend wordt herleid tot intentioneel handelen of gedragssturing, dreigt
men de relationele, sociale en politieke dimensies ervan uit het oog te verliezen
- Door ‘upbringing’ centraal te stellen, blijft er aandacht voor opvoeding als morele en
relationele praktijk
● die ingebed is in bredere maatschappelijke structuren.
Verschillende technieken toepassen en meten of ouderschap verbetert is.
Gezinspedagogiek: ‘Hoe kunnen we opvoeding beter begrijpen?’
1.2 De keuze voor opvoeding
In dit handboek: bewust ‘opvoeding’ in betekenis van upbringing
- verwijst naar de manier waarop kinderen en volwassenen samen een leefwereld vormgeven
● dmv betekenissen, regels, verwachtingen en responsiviteit
- Responsiviteit = opvoeders handelen niet alleen vanuit vooraf bepaalde
strategieën, maar laten zich ook beïnvloeden door wat het kind vraagt of
nodig heeft
➔ Opvoeding is dus wederkerig proces waarin kind en volwassene
gevormd worden.
Opvoeding is geen private aangelegenheid
- maar hangt samen met maatschappelijke vragen rond solidariteit, rechtvaardigheid en
participatie
- scholen en andere instituties spelen hierin een rol
➔ dragen actief bij aan overdracht van waarden en normen en geven zo mee vorm aan
samenleven.
Onderscheid tussen ouderschap en opvoeding heeft epistemologische implicaties.
- focus op ouderschap leidt vaak tot gedragswetenschappelijke benadering
➔ opvoeding gezien als een causale relatie tussen ouderlijk handelen en meetbare
kinduitkomsten
➔ Opvoeding gereduceerd tot technieken en interventies gericht op efficiëntie en
controle
2
, ➔ zie evidence-based programma’s die ouders specifieke strategieën aanleren om
gewenste gedragingen bij kinderen te stimuleren.
- Hoewel ondersteuning waardevol kan zijn, gaat ze vaak gepaard met een
normerend discours dat weinig ruimte laat voor opvoedingsdiversiteit
- gezinnen kunnen onder druk worden gezet om zich te conformeren aan
dominante middenklassenormen rond opvoeding
➔ Op die manier kunnen pedagogische interventies impliciet
functioneren als middelen om sociale normen op te leggen.
Vanuit pedagogisch perspectief wordt opvoeding begrepen als dialogisch en moreel proces
- waarin waarden, normen en maatschappelijke verwachtingen voortdurend worden
onderhandeld
- keuze voor opvoeding benadrukt het relationele, onvoorspelbare en publieke karakter.
- Opvoeding speelt zich af binnen gezin, sociale instituties en beleidscontexten die mee
bepalen wat als ‘goede opvoeding’ wordt beschouwd.
denken over opvoeding roept vragen op over betekenis, normativiteit en verantwoordelijkheid.
- gaat om hoe we opvoeden, maar ook waartoe we opvoeden en welke waarden daarin
centraal staan.
Doll-test:
- normen, waarden, ideeën over huidskleur genormaliseerd
- niet geleerd door ouders
- via contexten/omgeving
- ‘Niet alles wat kinderen leren is het gevolg van bewuste keuzes van opvoeders’
Hoe wordt verantwoordelijkheid verdeeld in samenleving?
Epistemologie: …
- Bvb: wat we meten binnen de scholen
Dispositief: geheel (van instituties, discours…) die samen bepaalde manier van kijken
vanzelfsprekend maakt en menselijk gedrag richting geeft.
- hetgene wat we als normaal beschouwen versterken
- alles wat niet normaal is gaan problematiseren
ouderbetrokkenheid belangrijk in kleuterschool!
- zo niet? slechte ouders
● erop aangesproken
● kan mogelijks door andere omstandigheden dan zomaar ‘niet betrokken zijn’
2. Paradigmatische brillen
1. Ontwikkelingspsychologisch paradigma
2. sociologisch paradigma
3. cultureel-antropologisch paradigma
3
, 4. pedagogisch-normatief paradigma
5. sociaalpedagogisch paradigma
2.1 Ontwikkelingspsychologisch paradigma
- centraal: individuele ontwikkeling van kind
- Opvoeding begrepen als ‘proces waarbij volwassenen het gedrag en de ontwikkeling van
kinderen intentioneel proberen te sturen en optimaliseren
- focus: ondersteunen vd ontwikkeling via doelgerichte interventies
➔ die kinderen helpen om bepaalde ontwikkelingsmijlpalen te bereiken.
- opvoedingsproblemen geïnterpreteerd als moeilijkheden binnen het kind zelf of binnen de
ouder-kindrelatie
● Problemen = verstoringen in normaal ontwikkelingsproces die aangepakt moeten
worden via aangepaste opvoedingsstrategieën
- Opvoeding gekoppeld aan gedragsbeïnvloeding
● waarbij ouders worden aangemoedigd om technieken te gebruiken die gewenst
gedrag stimuleren en ongewenst gedrag verminderen.
➔ Hierdoor ontstaat vrij lineaire manier van denken over opvoeding, waarin
ouderlijk handelen gezien als oorzaak van specifieke kinduitkomsten
- Evidence-based opvoedingsprogramma’s sluiten hierbij aan door ouders concrete
vaardigheden aan te leren die bijdragen aan de cognitieve, sociale en emotionele
ontwikkeling van kinderen.
- heeft normatieve dimensie
➔ vertrekt vaak vanuit impliciete opvattingen over wat als ‘normale’ ontwikkeling
wordt beschouwd
- risico: opvoeding gereduceerd wordt tot een technische aangelegenheid en
dat opvoedingspraktijken die afwijken van dominante normen sneller als
problematisch worden bestempeld.
- kinderen ontw. zich volgens vaste en zelfde patronen
- kan je meten, vergelijken….
- Motorische ontw, cognitieve ontw…
-> vaak via leeftijdscategoriën: niet volgens dit -> problematisch
- ontwikkelingsachterstand o.b.v. wat leeftijdsgenoten kunnen
- kind = hoofdobject (op alle levensdomeinen)
- opvoeding is belangrijk in functie van ontw. van kind
- beperkingen:
● ontw. kind vaak veralgemeend
● optimale ontw. wordt gezien als neutraal, objectief en universeel
Bvb: zindelijkheid in België moet op leeftijd van 2.5 jaar, ws. ond. toont aan dat
zindelijkheid tussen 18 maand en 4 jaar is.
2.2 Sociologisch paradigma
- aandacht verschuiven naar bredere sociale context waarin opvoeding plaatsvindt
4