GERECHTELIJK RECHT
EXAMEN
Elektronisch, gesloten boek, open vragen
Duur van het examen: 2u
16 invulvragen en/of meerkeuzevragen
o Geen giscorrectie of hogere cesuur
o Principe: antwoord moet steeds gemotiveerd worden aan de hand
van een wettelijke bepaling
o Juist antwoord, verkeerde wettelijke bepaling of motivering = 0/1
o Uitzondering: 1 of 2 weggevers, waar geen motivering wordt
gevraagd
o 12 punten
2-4 open vragen 8 punten
Let op: geen datum van arresten weten, wel weten van wel rechtscollege dit
uitgaat.
Extra wetgeving: KB dit krijg je op het examen
VOORBEELD EXAMENVRAAG
De syndicus van de gemeenschap van mede-eigenaars van een
appartementsgebouw heeft één van zijn mede-eigenaars gedagvaard in het
bekomen van betaling van zijn aandeel in de gemeenschappelijke kosten. Deze
eigenaar stelt echter dat het de huurder is die, overeenkomstig de
huurovereenkomst, deze kosten dient te betalen en niet hij.
- Hoe kan hij deze huurder in de procedure betrekken?
o De huurder kan in het geding worden betrokken door middel van …
een gedwongen tussenkomst (max. 3 woorden)
- Door middel van welke proceshandeling zal de eigenaar huurder in het
geding kunnen betrekken?
o Dagvaarding bij gerechtsdeurwaardersexploot (max. 3
woorden)
- Motiveer aan de hand van een wettelijke bepaling en verwijs zo precies
mogelijk naar §, lid en ° van deze wettelijke bepaling:
o Artikel 813, tweede lid Ger.W.
, DEEL 1: ALGEMENE BEGINSELEN
H1: WEZEN EN FUNCTIE VAN
GERECHTELIJK RECHT
Gerechtelijk recht = het geheel van rechtsregels die betrekking hebben op de
effectuering van de materieelrechtelijke aanspraken van de rechtssubjecten
- Gerechtelijk privaatrecht: klemtoon ligt enkel op privaatrechtelijke
aanspraken, regels van het gerechtelijk wetboek bevatten ook de regels
van het gemeen procesrecht, dus ook bij strafzaken (wetboek is niet altijd
volledig, indien zij dingen niet bepaald hebben, moet men kijken naar het
Ger. W.) en administratieve procedures is van toepassing
o Aanspraken zijn ruimer dan het verbintenissenrecht subjectieve /
materiële rechten
Vb: aanspraak maken op een aandeel in een erfenis, recht om
uw vader te kenne, recht op een onroerend goed dat niet in
uw bezit is, eigendomsvordering
o Materiële aanspraken moeten geëffectueerd kunnen worden =
burgerlijk procesrecht
- Proces: ook rechtsvordering van de rechtssubjecten, de rechtsmacht en de
bevoegdheid van de rechtbanken en hoven, het geschil
- Nauwe band met materieel recht
- Verbod op eigenrichting
o Niemand mag het recht zelf in handen nemen (uitzondering: ENAC)
o Monopolie op het geweld rust bij de staat (politiediensten/leger)
- Recht op een eerlijk proces: artikel 6 EVRM – de 3 componenten:
o COMPONENT 1: Recht op een de openbare behandeling van de zaak
In uitzonderlijke gevallen kan het achter gesloten deuren
bevinden mits motivatie van de belangen van de goede zeden
en openbare orde OF als er belangen van de minderjarige
betrokken zijn à Het is strikt noodzakelijk!
o COMPONENT 2: Redelijke termijn
o COMPONENT 3: Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie
bij wet ingesteld
Onafhankelijkheid: geen invloeden van de andere
staatsmachten (WM en UM) – er zijn wel aanknopingspunten
bv. benoeming – maar dat houdt niet in dat een magistraat
onafhankelijk is
Onpartijdig: de rechter moet de zaak naar eer en beweten
beoordelen, conform de regels van het proces. Zonder dat hij
het proces bevooroordeeld.
Objectieve onpartijdigheid: magistraat mag geen
banden hebben met één van de procespartijen
(opgesomd in Ger.W.)
2
, Subjectieve onpartijdigheid: de rechter zal in een
concrete zaak zijn voorkeur/afkeur voor een bepaalde
partij toon (bv. spaghetti-arrest)
Wanneer er een probleem is met één van deze 2
voorwaarden: wraking van de rechter!
Een overheidsrechter moet bij wet zijn ingesteld, wegens de
parlementaire controle o.b.v. de checks&balances. Dit wil niet
zeggen dat er geen privaatrechtelijke instanties zijn zoals
arbitrage.
o Proces moet op een goede manier verlopen = fundamenteel recht
o 5 dingen te lezen in dit artikel (openbaar, redelijke termijn,
onafhankelijk, onpartijdig en bij wet ingesteld)
- Gelijk hebben vs gelijk krijgen = niet hetzelfde in ons rechtssysteem
o Partij krijgt haar recht als zij gelijk heeft gekregen
o Juridische waarheid is anders dan wat er in de werkelijkheid is
gebeurd – rechter oordeelt enkel adhv de elementen die hem ter
kennis worden gebracht en wat aldus bewezen wordt
Geen bewijs = geen juridische waarheid = materiële hindernis
Bv. tussen familieleden en vrienden worden er leningen
verstrekt. Ik geef 20.000 euro aan een vriend, ik stel
een contract op en wordt ondertekend door beide
partijen. Een jaar later betaald mijn vriend mij niet
terug en zegt dat hij mij niet kent. Ik stap naar de
rechtbank maar moet het bewijs leveren, MAAR er
bestaat een burgerlijke regel dat de onderhandse
schuldbekentenissen en biljetten zijn maar rechtsgeldig
als die onderhandse schuldbiljetten als daar het bedrag
van de som voluit is geschreven in woorden en getallen
+ gelezen en goedgekeurd. Het contract is niet
conform de wetgeving en verklaard de vordering
ontvankelijk maar ongegrond wegens de fout van het
contract.
Soms ook een processuele hindernis = regels niet toegepast
zoals het hoorde
Vb 1 dag te laat zijn om een hoger beroep in te stellen,
terwijl je eigenlijk wel gelijk zou krijgen dan
BRONNEN
Grondwet
Verdragsrecht en recht van de Europese unie
Gerechtelijk Wetboek
Bijzondere wetteksten (wet taalgebruiken, WER, BW)
Rechtspraak
Rechtsleer
§1 GRONDWET
Ook de belgische grondwet bevat een aantal procedurele kwaliteitseisen en
grondrechten.
3
, - ART. 13 GW: recht op toegang tot de rechter
o niet absoluut = aan beperkingen onderhevig (vb termijn beroep)
- ART. 23, 2° GW: recht op juridische bijstand (sociale grondrechten)
- ART. 40, 144-159 GW: rechterlijk macht als derde staatsmacht, uitgeoefend
door de hoven en rechtbanken. De arresten en vonnissen worden in naam
des Konings ten uitvoer gelegd.
o Let op: artikel 144 Gw heeft betrekking op burgerlijke rechten, niet
op politieke rechten
o Artikel 149 Gw: motiveringsplicht vonnis en openbare
bekendmaking is conform artikel 6 EVRM
Motivering is een loutere vormvereiste, ookal is de motivering
foutief is is er voldaan aan deze vormvereiste
o Art. 144 Gw: geschillen over de burgerlijke rechten behoren tot de
rechtbank
O Art. 145 Gw: Politieke geschillen behoren mogelijks ook tot de burgerlijke rechter,
het wordt niet uitgesloten van de rechtsmacht, maar kunnen ook aan andere
instanties worden toevertrouwd
Is dit in strijd met art. 6 EVRM? Nee, want de Gw zegt dat je naar
een onafhankelijke en opartijdige rechter, maar niks
verhindert om politieke rechten een ander rechtscollege
oprichten dat niet gelinkt is aan de gewone burgerlijke
rechter.
Bv. Munitieraad
o Art 146 Gw: zuivere illustratie van EVRM dat alle rechtbanken bij wet
worden ingesteld om willekeur tegen te gaan door de parlementaire
controle
In overeenstemming met art. 6 EVRM? Ja, legaliteitsprincipe
O Art. 147 Gw: Hof van Cassatie
O Art. 148 Gw: openbare terechtzittingen
In overeenstemming met art. 6 EVRM?: Ja, openbaarheid van
de terechtzitting mogen aan uitzonderingen worden gelegd.
o Art. 149 Gw: elk vonnis is met redenen omkleed (motiveringsplicht) en
openbaar bekend gemaakt, het is conform het recht op een eerlijk
proces (art. 6 EVRM)
1e lid: Deze bepaling is maar een loutere vormvereiste: indien
voldaan is aan de motivering is art. 149 Gw gerespecteerd,
ookal is de motivering niet correct
2e lid: In overeenstemming met art. 6 EVRM?: Ja, conform art.
6 EVRM want de openbaarheid wordt gerespecteerd en
specifieert dit verder.
o Art. 151 Gw: onafhankelijkheid van de rechters, conform art. 6 EVRM?
Ja
o Art. 152 Gw: voor het leven benoemd, zorgt voor de onafhankelijkheid
van de rechter
De onafhankelijkheid houdt niet in dat er interferenties zijn
tussen de RM en de andere staatsmachten zoals dat de WM
het pensioen van het RM bepalen.
o Art 154 Gw: illustratie van de interferenties tussen de RM en de
andere staatsmachten
4
EXAMEN
Elektronisch, gesloten boek, open vragen
Duur van het examen: 2u
16 invulvragen en/of meerkeuzevragen
o Geen giscorrectie of hogere cesuur
o Principe: antwoord moet steeds gemotiveerd worden aan de hand
van een wettelijke bepaling
o Juist antwoord, verkeerde wettelijke bepaling of motivering = 0/1
o Uitzondering: 1 of 2 weggevers, waar geen motivering wordt
gevraagd
o 12 punten
2-4 open vragen 8 punten
Let op: geen datum van arresten weten, wel weten van wel rechtscollege dit
uitgaat.
Extra wetgeving: KB dit krijg je op het examen
VOORBEELD EXAMENVRAAG
De syndicus van de gemeenschap van mede-eigenaars van een
appartementsgebouw heeft één van zijn mede-eigenaars gedagvaard in het
bekomen van betaling van zijn aandeel in de gemeenschappelijke kosten. Deze
eigenaar stelt echter dat het de huurder is die, overeenkomstig de
huurovereenkomst, deze kosten dient te betalen en niet hij.
- Hoe kan hij deze huurder in de procedure betrekken?
o De huurder kan in het geding worden betrokken door middel van …
een gedwongen tussenkomst (max. 3 woorden)
- Door middel van welke proceshandeling zal de eigenaar huurder in het
geding kunnen betrekken?
o Dagvaarding bij gerechtsdeurwaardersexploot (max. 3
woorden)
- Motiveer aan de hand van een wettelijke bepaling en verwijs zo precies
mogelijk naar §, lid en ° van deze wettelijke bepaling:
o Artikel 813, tweede lid Ger.W.
, DEEL 1: ALGEMENE BEGINSELEN
H1: WEZEN EN FUNCTIE VAN
GERECHTELIJK RECHT
Gerechtelijk recht = het geheel van rechtsregels die betrekking hebben op de
effectuering van de materieelrechtelijke aanspraken van de rechtssubjecten
- Gerechtelijk privaatrecht: klemtoon ligt enkel op privaatrechtelijke
aanspraken, regels van het gerechtelijk wetboek bevatten ook de regels
van het gemeen procesrecht, dus ook bij strafzaken (wetboek is niet altijd
volledig, indien zij dingen niet bepaald hebben, moet men kijken naar het
Ger. W.) en administratieve procedures is van toepassing
o Aanspraken zijn ruimer dan het verbintenissenrecht subjectieve /
materiële rechten
Vb: aanspraak maken op een aandeel in een erfenis, recht om
uw vader te kenne, recht op een onroerend goed dat niet in
uw bezit is, eigendomsvordering
o Materiële aanspraken moeten geëffectueerd kunnen worden =
burgerlijk procesrecht
- Proces: ook rechtsvordering van de rechtssubjecten, de rechtsmacht en de
bevoegdheid van de rechtbanken en hoven, het geschil
- Nauwe band met materieel recht
- Verbod op eigenrichting
o Niemand mag het recht zelf in handen nemen (uitzondering: ENAC)
o Monopolie op het geweld rust bij de staat (politiediensten/leger)
- Recht op een eerlijk proces: artikel 6 EVRM – de 3 componenten:
o COMPONENT 1: Recht op een de openbare behandeling van de zaak
In uitzonderlijke gevallen kan het achter gesloten deuren
bevinden mits motivatie van de belangen van de goede zeden
en openbare orde OF als er belangen van de minderjarige
betrokken zijn à Het is strikt noodzakelijk!
o COMPONENT 2: Redelijke termijn
o COMPONENT 3: Onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie
bij wet ingesteld
Onafhankelijkheid: geen invloeden van de andere
staatsmachten (WM en UM) – er zijn wel aanknopingspunten
bv. benoeming – maar dat houdt niet in dat een magistraat
onafhankelijk is
Onpartijdig: de rechter moet de zaak naar eer en beweten
beoordelen, conform de regels van het proces. Zonder dat hij
het proces bevooroordeeld.
Objectieve onpartijdigheid: magistraat mag geen
banden hebben met één van de procespartijen
(opgesomd in Ger.W.)
2
, Subjectieve onpartijdigheid: de rechter zal in een
concrete zaak zijn voorkeur/afkeur voor een bepaalde
partij toon (bv. spaghetti-arrest)
Wanneer er een probleem is met één van deze 2
voorwaarden: wraking van de rechter!
Een overheidsrechter moet bij wet zijn ingesteld, wegens de
parlementaire controle o.b.v. de checks&balances. Dit wil niet
zeggen dat er geen privaatrechtelijke instanties zijn zoals
arbitrage.
o Proces moet op een goede manier verlopen = fundamenteel recht
o 5 dingen te lezen in dit artikel (openbaar, redelijke termijn,
onafhankelijk, onpartijdig en bij wet ingesteld)
- Gelijk hebben vs gelijk krijgen = niet hetzelfde in ons rechtssysteem
o Partij krijgt haar recht als zij gelijk heeft gekregen
o Juridische waarheid is anders dan wat er in de werkelijkheid is
gebeurd – rechter oordeelt enkel adhv de elementen die hem ter
kennis worden gebracht en wat aldus bewezen wordt
Geen bewijs = geen juridische waarheid = materiële hindernis
Bv. tussen familieleden en vrienden worden er leningen
verstrekt. Ik geef 20.000 euro aan een vriend, ik stel
een contract op en wordt ondertekend door beide
partijen. Een jaar later betaald mijn vriend mij niet
terug en zegt dat hij mij niet kent. Ik stap naar de
rechtbank maar moet het bewijs leveren, MAAR er
bestaat een burgerlijke regel dat de onderhandse
schuldbekentenissen en biljetten zijn maar rechtsgeldig
als die onderhandse schuldbiljetten als daar het bedrag
van de som voluit is geschreven in woorden en getallen
+ gelezen en goedgekeurd. Het contract is niet
conform de wetgeving en verklaard de vordering
ontvankelijk maar ongegrond wegens de fout van het
contract.
Soms ook een processuele hindernis = regels niet toegepast
zoals het hoorde
Vb 1 dag te laat zijn om een hoger beroep in te stellen,
terwijl je eigenlijk wel gelijk zou krijgen dan
BRONNEN
Grondwet
Verdragsrecht en recht van de Europese unie
Gerechtelijk Wetboek
Bijzondere wetteksten (wet taalgebruiken, WER, BW)
Rechtspraak
Rechtsleer
§1 GRONDWET
Ook de belgische grondwet bevat een aantal procedurele kwaliteitseisen en
grondrechten.
3
, - ART. 13 GW: recht op toegang tot de rechter
o niet absoluut = aan beperkingen onderhevig (vb termijn beroep)
- ART. 23, 2° GW: recht op juridische bijstand (sociale grondrechten)
- ART. 40, 144-159 GW: rechterlijk macht als derde staatsmacht, uitgeoefend
door de hoven en rechtbanken. De arresten en vonnissen worden in naam
des Konings ten uitvoer gelegd.
o Let op: artikel 144 Gw heeft betrekking op burgerlijke rechten, niet
op politieke rechten
o Artikel 149 Gw: motiveringsplicht vonnis en openbare
bekendmaking is conform artikel 6 EVRM
Motivering is een loutere vormvereiste, ookal is de motivering
foutief is is er voldaan aan deze vormvereiste
o Art. 144 Gw: geschillen over de burgerlijke rechten behoren tot de
rechtbank
O Art. 145 Gw: Politieke geschillen behoren mogelijks ook tot de burgerlijke rechter,
het wordt niet uitgesloten van de rechtsmacht, maar kunnen ook aan andere
instanties worden toevertrouwd
Is dit in strijd met art. 6 EVRM? Nee, want de Gw zegt dat je naar
een onafhankelijke en opartijdige rechter, maar niks
verhindert om politieke rechten een ander rechtscollege
oprichten dat niet gelinkt is aan de gewone burgerlijke
rechter.
Bv. Munitieraad
o Art 146 Gw: zuivere illustratie van EVRM dat alle rechtbanken bij wet
worden ingesteld om willekeur tegen te gaan door de parlementaire
controle
In overeenstemming met art. 6 EVRM? Ja, legaliteitsprincipe
O Art. 147 Gw: Hof van Cassatie
O Art. 148 Gw: openbare terechtzittingen
In overeenstemming met art. 6 EVRM?: Ja, openbaarheid van
de terechtzitting mogen aan uitzonderingen worden gelegd.
o Art. 149 Gw: elk vonnis is met redenen omkleed (motiveringsplicht) en
openbaar bekend gemaakt, het is conform het recht op een eerlijk
proces (art. 6 EVRM)
1e lid: Deze bepaling is maar een loutere vormvereiste: indien
voldaan is aan de motivering is art. 149 Gw gerespecteerd,
ookal is de motivering niet correct
2e lid: In overeenstemming met art. 6 EVRM?: Ja, conform art.
6 EVRM want de openbaarheid wordt gerespecteerd en
specifieert dit verder.
o Art. 151 Gw: onafhankelijkheid van de rechters, conform art. 6 EVRM?
Ja
o Art. 152 Gw: voor het leven benoemd, zorgt voor de onafhankelijkheid
van de rechter
De onafhankelijkheid houdt niet in dat er interferenties zijn
tussen de RM en de andere staatsmachten zoals dat de WM
het pensioen van het RM bepalen.
o Art 154 Gw: illustratie van de interferenties tussen de RM en de
andere staatsmachten
4