1. Definitie van “pathologie”
• Pathologie = leer der letsels
• Letsels ontstaan bij elke afwijking of onderbreking van de normale structuur (anatomie en
histologie) en func<e (fysiologie) van cellen, weefsels, organen en volledige organismen
o Anatomie (pathologische anatomie)
o Histologie (histopathologie, cytopathologie)
o Fysiologie (pathofysiologie)
• Deze afwijkingen van het normale resulteren in ziekte met symptomen
-> kliniek
• Pathologie is de schakel tss de basisvakken en klinische vakken
o Hoe ontstaat het letsel
o Wie of wat is verantwoordelijk voor ontstaan letsel (e<ologie)
§ Bacteriën, virussen, parasieten, teveel zonnestraling (huidkanker),
te weinig zonnestraling (weinig vitD -> rachi<s)
o Het ontstaan van de ziekte = de pathogenese
• Verduidelijking van de aangehaalde begrippen
,• E<ologie (vaak e<ologisch agens genoemd)
o Idiopathisch = als een ziekte, aandoening of symptoom geen bekende oorzaak heeM
o Neoplas<sch = abnormale celvermeerdering die resulteert in een tumor, welke zowel
goed- als kwaadaardig kan zijn
o Congenitaal = aandoening waarmee je geboren bent
§ Niet ‘perse’ hetzelfde als gene<sche aandoening: kan al aanwezig zijn bij de
geboorte, maar kan zich ook later evolueren
o Degenera<ef = achteruitgang, slijtage of kwaliteitsverlies van weefsels, organen of
func<es ih lichaam
§ Vaak door veroudering
o Environmental = omgevingsgerelateerd (uitlaatgassen auto’s, …)
2. Soorten pathologische veranderingen
• Regressieve veranderingen: atrofie, degenera<e, necrose
• Progressieve veranderingen: hyperplasie, hypertrofie, neoplasie
• Regenera<e en repara<e
• Circula<estoornissen
• Ontstekingen
3. Specialisatie binnen de pathologie
• Compara<eve pathologie
o Studie vd pathogenese van ziekten bij verschillende species
-> nut vd veterinaire pathologie voor de mens
§ Vb: mammatumoren bji de teef
• Diagnos<sche pathologie (zogenaamde diagnos<ek)
o Weefselveranderingen gebruikt om ziekte te karakteriseren
-> lijkschouwing (post-mortem macro + micro)
-> biopsiename (in vivo macro + micro)
• Chirurgische pathologie
o Biopsie als diagnosemiddel <jdens opera<e
• Klinische pathologie
o Labodiagnose van ziekten bij het levende dier
§ Bloedonderzoek, geavanceerde onderzoekstechnieken, specialisa<e in
bepaalde organen of diersoorten
• Experimentele pathologie
o Pathogenese op experimentele wijze in detail onderzocht
,4. Enkele pathologische onderzoekstechnieken
4.1 Macroscopie
• Visuele inspec<e en palpa<e = lijkschouwing = autopsie in strikte zin
o Aanschouwen van het lijk
• Letsels -> le[en op: lokalisa<e, distribu<e, kleur, groo[e, vorm, consisten<e
• Ervaring! Je moet het leren zien
• Foto 1
o Pyometra
• Foto rechts
o Een hart dat in lengte is opengesneden zodat je de ventrikels en kleppen kan zien
o Wat is er mis?
§ Hartbasistumor
4.2 Histologie
• Volgende stap: histo-pathologisch onderzoek
• Lichtmicroscopisch (LM) onderzoek tot x1000
• Dit is de onvermijdelijke volgende stap na de lijkschouwing
o Gaan van die bol op het hart een stukje van pakken
-> staaltje fixeren -> staal aansnijden en bekijken onder microscoop
• Staalname en -verwerking tot gekleurde coupes
o Zelf als DA kan je de histopathologie niet uitvoeren door de hoeveelheid machines
§ Goede en snelle staalname, mooi fixeren -> rest voor labo
§ Cytologie kan je zelf: met naald letsels aanprikken -> draagglaasje
-> aan lucht drogen -> snelle kleuring -> microscoop
o Duurt gemiddeld enkele dagen
, • Specifieke kleuringen
o PAS-kleuring
o Giemsa-kleuring
o Ijzerkleuring
o Oil-red-o kleuring
o Congo rood-kleuring
o Gram-kleuring
o Immunohistochemische kleuring
-> zie werkcollege 1
o Hoe zou je een steatose met 100% zekerheid kunnen beves<gen?
§ Met Oil red O-kleuring op vriescoupe
• Fixa<e in neutrale, gebufferde 4% formaldehyde
o Eens formaldehyde zijn werking heeM gedaan, is het restproduct H2O
o Wat gebeurt er
§ Formaldehyde zal klikken op eiwi[en -> vorming metyleenbruggen
o Voorkomt autolyse en putrefac<e (verrogng) veroorzaakt door spontaan post-mortaal
vrijkomen van lysosomale verteringsenzymen
§ Je wil dat alle proteïnen aan elkaar gekoppeld zijn -> dan zijn ze inac<ef
§ Onder proteïnen horen ook de lysosomale proteïnes id cel
-> als zij na de dood vrijkomen -> lysosomen vreten de eigen cel op
-> weefsel verteert -> autopsie is heel moeilijk
= postmortale autolyse
• Dus: goede, snelle staalname en fixa<e in formaldehyde
o Staal max. 1 cm lang, 1 cm breed en 0,5 cm dik want formaldehyde heeM slechts een
beperkt indringingsvermogen
o Fixa<e door vorming van methyleenbruggen in de eiwi[en bij kamerT
-> wijziging ter<aire structuur -> enzyma<sche ac<viteit stopt, doodt pathogenen
(ontsmegngsmiddel!)
o Formaldehyde niet ac<ef < 10°C
-> stalen niet in koelkast plaatsen <jdens fixa<e, minimaal 24 h fixeren, langer indien
grotere stalen + insnijden
o Ra<o fixa<ef : staal = 10 : 1; wanneer er eiwitoverschot bestaat treedt autolyse alsnog
op
§ Zorgt voor overschot formaldehyde: 10x zoveel dan het staaltje