Semester 1 25/26
College 2.1: Kalat 7
Er zijn meerdere delen betrokken bij motoriek, hier zit een hiërarchische organisatie in:
- Zit vooral in de corticale delen: globale taken (wanneer bewegen,
bewegingsvolgorde, coördinatie specifieke ledematen).
- Subcorticale: precieze kracht van individuele spieren, algemene precisie en
aanpassing van beweging in relatie tot verandering in houding.
Je hebt twee soorten spieren: slow twitch en fast twitch spieren/spiervezels.
- Slow twitch spieren zijn aeroob. Ze gebruiken zuurstof en glucose. Deze spieren
gebruik je voor lange afstanden en heten rode spieren.
- Fast twitch spieren zijn anaeroob. Ze gebruiken vetzuren, worden gebruikt bij
snelle bewegingen en maken je snel moe. Deze heten witte spieren.
Flexor: zorgt voor buiging
Extensor: zorgt voor strekking.
Proprioreceptoren zorgen ervoor dat je weet waar je ledematen zich in een ruimte
bevinden.
Ze nemen ook het rekken en strekken van de spieren waar en beschermen hierdoor de
spieren tegen scheurtjes en overstrekken.
Twee soorten proprioreceptoren:
- Muscle spindle (spierspoeltje): reageert op strekken van de spier(stretch reflex)
met een samentrekking.
Bijv. als je een zware stapel boeken hebt en er wordt nog wat zwaarders
opgelegd, strekken je spieren even en daarna spannen ze zich meer aan.
- Golgi tendon organ: reageert op verhoging van spierspanning met inhibitie van
spier. Dus eigenlijk dat je je spier weer kan ontspannen na inspanning.
,Spierspoeltjes zijn betrokken bij reflexen(onbewuste reacties die niet naar het brein
gaan maar naar het ruggenmerg).
Twee soorten reflexen:
- Monosynaptische reflex: (bijv tikje op je knie) reflex waarbij enkel 1 synaps
betrokken is
- Polysynaptische reflex: alle reflexen waarbij tussenneuronen zijn betrokken.
Deze interneuronen bepalen of hun motorneuron wordt geïnhibeerd of
geactiveerd.
Central pattern generator: Neuronen in het lumbale deel van het ruggenmerg die
ritmische patronen genereren. Bijv. een kat die snel achter z'n oor krabt.
,Motor programs zijn ook een soort central pattern generator maar dan voor
beweginkjes die altijd in dezelfde volgorde voorkomen. Bijv hoe je je gezicht wast.
Simpele bewegingen kosten veel stappen:
Functies motorische craniale zenuw banen:
3. Oculomotor: zorgt dat je ogen meegaan bij bewegingen, groter/kleiner pupil.
4. Trochlear: voornamelijk naar boven/beneden kijken
5. Trigeminal: kauwbewegingen
6. Abducens: voornamelijk links/rechts kijken
7. Facial: gezichtsbewegingen
9. Glossopharyngeal: slikbewegingen
10. Vagus: keel en strottenhoofd
11. Accessory: nek en schouders
12. Hypoglossal: tongbewegingw
Ezelsbruggetje craniale zenuwen:
Some say marry money but my brother says big brains matter more
S = sensorisch
M = motorisch
B = beide
Er komt op het tentamen ZEKER een vraag over de motorische craniale zenuwen.
, Corticale aansturing:
Spiegelneuronen (in de premotor, motor en SMC) vuren of eigen beweging maar ook op
de beweging van anderen. Deze zijn niet soortspecifiek (diersoorten).
Deze neuronen worden waarschijnlijk gevormd door ervaring/leren door interactie met
anderen.
Er zijn twee corticale paden van beweging: