Informatie Brightspace
X
,College
X
,Literatuur
W.H. van Boom, Goederen- en zekerhedenrecht, Den Haag: Boom
juridisch 2023, hoofdstuk 14 en 15.
Hoofdstuk 14: bezwaring: beperkte rechten in het algemeen
Inleiding
Beperkte rechten worden, wanneer ze op zaken zijn gevestigd, ook wel zakelijke
rechten genoemd.
Het afgeleide recht
Naast het recht om te vervreemden omvat de beschikkingsbevoegdheid v.d.
rechthebbende ook het recht om te bezwaren: het vestigen van een beperkt
recht op het goed.
Het beperkte recht is afgeleid uit het meeromvattende recht (ook wel
‘moederrecht’ of ‘hoofdrecht’) hetwelk met het beperkte recht is bezwaard (3:8).
- Het beperkte recht is dus een vermogensrecht dat het moederrecht
bezwaart.
o ‘de zaak is verpand’
De gerechtigde v.h. moederrecht wordt tot een dulden verplicht, zoals
- Dulden dat de vruchtgebruiker het goed onder zich houdt en daarvan de
vruchten plukt, geniet en verbruikt.
- Dulden dat de rechthebbende van het heersende erf iets doet op, boven of
onder het heersende of dienende erf dat een last oplevert voor het
dienende erf, zoals het betreden ervan.
- Dulden dat de erfpachter de zaak houdt en gebruikt.
- Dulden dat de opstaller een gebouw, werk of beplanting in eigendom heeft
op of boven het perceel van de grondeigenaar.
- Dulden dat een in zekerheid gegeven goed van de
pandgever/hypotheekgever wordt uitgewonnen voor een schuld aan de
pandhouder/hypotheekhouder.
Numerus clausus en droit de suite
Het stelsel van beperkte rechten is onderworpen aan de numerus clausus: alleen
de rechten die de wet erkent als beperkt recht, zijn beperkte rechten.
Typenfixiering: de wet bepaalt het wezen, de inhoud en de grenzen v.h. beperkt
recht.
, - Bijv. ‘tenzij bij de vestiging anders is bepaald’.
- Art. 5::89 lid 1
De wet geeft in deze gevallen de buitengrenzen van het beperkte recht
aan en daarbinnen mag de hoofdgerechtigde in de vestigingsakte bepalen
wat hem goeddunkt.
Als partijen een afwijkende afspraak willen maken die niet valt binnen de
grenzen van het beperkte recht, dan is die afwijkende afspraak hooguit
obligatoir van aard en dus alleen bindend tussen partijen, maar ze is op
zich wel toegestaan.
De goederenrechtelijke werking van het droit de suite die kenmerkend is voor
beperkte rechten maakt dat als het bezwaarde goed in handen komt van een
rechtsopvolger, deze niet meer of anders heeft verkregen dan zijn
rechtsvoorganger, te weten een goed bezwaard met het beperkte recht.
Het gegeven dat het beperkte recht tenietgaat als het recht waaruit het beperkte
recht is afgeleid, tenietgaat art. 3:81 lid 2 aanhef en onder a.
- Bijv. als de zaak tenietgaat door vernietiging of het moederrecht tenietgaat
doordat de betreffende zaak bestanddeel wordt van een hoofdzaak en het
moederrecht dus ophoudt te bestaan.
Vestiging, titel, levering en beschikkingsbevoegdheid
Vestiging v.h. beperkt recht door de hoofdgerechtigde.
Het begrip ‘overeenkomstige toepassing’ duidt op een toepassing van art. 3:84
lid 1 per analogiam, dus geen letterlijke toepassing maar een toepassing met
inachtneming van de strekking van de vestigingshandeling.
- Zal de titel voor overdracht in veel gevallen een koopovereenkomst zijn,
die ertoe strekt dat het betreffende goed in het vermogen van de koper
overgaat, moeten we bij een titel voor de vestiging van hypotheek eerder
denken aan een beding in een kredietovereenkomst die de kredietnemer
verplicht om zekerheid te stellen voor de terugbetaling van de kredietsom
en verschuldigde rente.
- De overeenkomstige toepassing van het titelvereiste uit art. 3:84 lid 1
maakt dat de vestigingshandeling (de ‘levering’ ter vestiging) gegrond
moet zijn in een rechtsverhouding die tot vestiging verplicht, zoals de
verplichting om goederenrechtelijke zekerheid te stellen.
- Als men de vestigingshandeling verricht, maar een titel daartoe ontbreekt,
is aan 1 van de 3 cumulatieve vereisten van art. 3:98 jo. 3:84 lid 1 niet
voldaan en komt het zekerheidsrecht niet tot stand.
Soms geeft de wet zelfs een bijzondere regel voor de leveringshandeling die ter
vestiging v.h. beperkte recht moet worden verricht art. 3:260.
Het voorbehouden beperkte recht