Informatie Brightspace
Kennisclip: bezit en houderschap
Zaken = eigendom
Vermogensrechten = rechthebbende
Bezit en houderschap = feitelijke verhouding
Eigendom vs. bezit en houderschap
Het begrip eigendom ziet alleen op de juridische verhouding tussen een
persoon en een zaak.
Feitelijke machtsuitoefening: bezit
- Eigenaar heeft de zaak zelf in handen.
- Eigenaar heeft de zaak niet in handen.
Eigenaar geeft de feitelijke macht over de zaak aan een ander: de ander
wordt houder, de eigenaar blijft bezitter.
Houden in het algemeen
Houden = het feitelijk uitoefenen van macht over een goed.
Houden kan 2 vormen hebben:
1. Houden van een goed voor zichzelf: bezit art. 3:107 lid 1 BW
Bezit straalt uit dat je de rechthebbende v.d. zaak bent en dat blijkt ook
uit jouw handelingen m.b.t. die zaak.
2. Houden van een goed voor een ander: houderschap.
Hierbij ontbreekt de uitstraling dat je rechthebbende v.h. goed bent.
Bezit
Art. 3:107 lid 1: bezit is het houden van een goed voor zichzelf.
Feitelijke machtsuitoefening over een goed: voor zichzelf.
Bezitter kan rechthebbende zijn.
Bezitter kan ook niet-rechthebbende zijn.
Bezit zegt niet altijd wat of niet iets definitiefs over de juridische
verhouding tussen een persoon en een zaak. Bezit zegt alleen iets over wie
de feitelijke macht over de zaak uitoefent en met welke intentie dat
gebeurt, namelijk voor zichzelf.
Bezitter is:
1. De eigenaar v.d. zaak.
2. Diegene die denkt rechthebbende v.d. zaak te zijn.
3. Diegene die weet dat hij de rechthebbende v.d. zaak niet is, terwijl hij
wel de macht over de zaak uitoefent.
Daarom wordt de dief van een fiets geen eigenaar, maar wel bezitter.
Omdat hij de macht over de fiets uitoefent en de fiets houdt voor
zichzelf.
Je gedraagt je alsof je eigenaar bent v.d. zaak.
Houderschap
Houderschap = het houden van een goed voor een ander.
Feitelijke machtsuitoefening over een goed van iemand anders.
Een houder weet dat hij geen rechthebbende is en pretendeert dat ook
niet te zijn.
Hij erkent het recht v.d. rechthebbende.
, Als er een ovk ten grondslag ligt aan de machtsuitoefening door een
ander, dan is er altijd sprake van houderschap.
Bezit of houderschap?
Het is niet altijd duidelijk of iemand bezitter of houder is. Dat wordt
beoordeeld naar verkeersopvatting, naar wettelijke regels en o.g.v.
uiterlijke feiten art. 3:108.
Soms ontstaat er een geschil over wie de rechthebbende van een zaak is
en kan de rechthebbende van een zaak dit niet aantonen. Voor die
gevallen bevat de wet een hulpmiddel in de vorm van een wettelijk
vermoeden art. 3:109: wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor
zichzelf te houden.
Begrippen
Eigendom
- De rechthebbende van een roerende of onroerende zaak.
- Een juridisch begrip art. 5:1.
Bezit
- Feitelijke machtsuitoefening door een persoon t.a.v. een goed, voor
zichzelf.
- Een feitelijk begrip met rechtsgevolgen.
Houderschap
- Feitelijke machtsuitoefening door een persoon t.a.v. een goed, voor een
ander.
,College 12 mei 2026
Casus Chalet
Opdracht
Formuleer een gemotiveerd antwoord op de vraag:
Is het chalet roerend of onroerend?
Typ uw tekst in onderstaand tekstvak, maak gebruik van de kopjes en gebruik
ongeveer 150-200 woorden (meer of minder mag ook).
Stap 1: inventarisatie / rechtsvraag/ leerstuk:
Rechten op goederen, kwalificatie van soort zaken.
Stap 2: relevante feiten en rechtsregels (artikelen + jurisprudentie):
Feiten
- Ze huurt een plek op een camping
- Koopt een mooi houten chalet, dat op het perceel wordt
gebouwd
- Voorzien van elektriciteit en een eigen aansluiting op de
waterleiding en de riolering.
- Maakt het gezellig met planten en een zitje
- Gaat er permanent wonen.
Regels (wetsartikelen + jurisprudentie)
- Art. 3:3 BW lid 1: gebouwen en werken die duurzaam met de
grond zijn verenigd.
- HR: Portacabin:
naar aard en inrichting bestemd om duurzaam ter plaatse
te blijven. BELANGRIJK!
Bedoelingen naar buiten kenbaar. BELANGRIJK!
Stap 3: analyse / toepassing
Het is een gebouw/ werk en het is naar de aard en inrichting bestemd
om duurzaam ter plaatse te blijven. De bedoelingen zijn naar buiten
kenbaar. Ze maakt het chalet gezellig met planten en een zitje en gaat
er permanent wonen. Het was ook de bedoeling van de bouwer of de
opdrachtgever van de bouwer.
Stap 4: conclusie
De chalet is onroerend. Het is naar buiten duidelijk kenbaar dat het
Tessa’s bedoeling is dat het duurzaam ter plaatse blijft.
Casus deel 2
Tessa houdt van koken, en het basic keukentje dat standaard in het chalet zit
voldoet niet aan haar wensen. Ze koopt een nieuwe keuken die is voorzien van
alle nieuwste snufjes en laat die installeren in het chalet. Vanwege de beperkte
ruimte wordt de keuken precies pas gemaakt zodat elke hoek benut wordt.
Vraag:
Wie is eigenaar van de keuken?
Er moet worden gekeken of de keuken bestanddeel is geworden van de
chalet en vervolgens wie eigenaar is van de keuken/chalet.
, Stap 1: inventarisatie / rechtsvraag / leerstuk:
Rechten op goederen / leerstuk eigendomsverkrijging / natrekking door
bestanddeelvorming
Stap 2: relevante feiten en rechtsregels (artikelen + jurisprudentie):
Feiten
- Ze koopt een nieuwe keuken
- De keuken wordt precies op de pas gemaakt
Regels
- Art. 3:4 BW
Beschadigingscriterium (lid 2)
HR: Zalco II: dat iets niet kan worden afgescheiden
zonder dat beschadiging van betekenis wordt
toegebracht aan een der zaken.
Verkeersopvatting (lid 1)
HR: Depex/curatoren: als een gebouw en apparatuur in
een constructief opzicht specifiek op elkaar is afgestemd,
of het gebouw uit een oogpunt van geschiktheid bij het
ontbreken v.d. apparatuur als onvoltooid beschouwd
moet worden, is sprake van een bestanddeel.
Stap 3: analyse / toepassing:
Er is geen sprake van het beschadigingscriterium. Ik denk dat de keuken
prima zonder schade losgemaakt kan worden. Ik denk echter wel dat er
sprake is van bestanddeelvorming op grond van de verkeersopvatting
en HR: Depex/ Curatoren o.b.v. het feit dat de keuken op maat gemaakt
is en het zo is gemaakt zodat elke hoek benut wordt. De keuken is dus
op grond hiervan bestanddeel v.h. chalet.
Nu is de vraag wie eigenaar van de keuken is. Hier is sprake van het
leerstuk eigendom.
Art. 5:3: voor zover de wet niet anders bepaalt is de eigenaar van een
zaak eigenaar van al haar bestanddelen: dit wordt ook wel het
eenheidsbeginsel genoemd.
Wie is de eigenaar van de chalet?
De eigenaar v.d. grond, door natrekking art. 5:20 lid 1 sub e BW
Stap 4: conclusie
Tessa is niet eigenaar van de chalet, omdat ze het chalet huurt. De
eigenaar van de chalet is de eigenaar van de grond en dat is de
campingeigenaar. En omdat hij eigenaar is van de chalet en de keuken
een bestanddeel is van de chalet, is de campingeigenaar eigenaar van
de keuken.
Casus deel 3
Tessa heeft op de camping een hele gezellige buurvrouw, Laila. Als de
campingeigenaar de percelen grond waarop de huisjes staan te koop aanbiedt
aan de huurders, staat Laila op het punt om bij haar vriend in te trekken in de