Informatie Brightspace
Kennisclip: natrekking
Natrekking
= dat een voormalig zelfstandig eigendomsrecht opgaat en dus tenietgaat
doordat het gaat behoren tot een ander eigendomsrecht. Heeft dus altijd
eigendomsverlies tot gevolg.
2 wijzen van natrekking:
1. Natrekking door de grond o.g.v. art. 3:3 jo. 3:25 lid 1.
2. Bestanddeelvorming o.g.v. art. 3:4 jo. 5:3.
Natrekking door de grond
Indien iemand eigenaar is van een stuk grond dan bepaalt art. 3:25 lid 1
wat allemaal behoort tot de eigendom van die grond.
Boek 5 BW regelt zakelijke rechten. Het meest omvattende recht dat wij
kennen is het eigendomsrecht.
Het onderscheid roerend en onroerend geldt alleen voor zaken en niet voor
goederen.
Zie HR: Portacabin
Natrekking o.g.v. bestanddeelvorming
Ziet op natrekking door zaken anders dan de grond.
In art. 3:4 staat wanneer iets een bestanddeel is van een andere zaak.
In art. 3:4 staat 2 alternatieve vormen van bestanddeelvorming.
Art. 3:4 lid 2 BW:
- Ziet op een fysieke beschadiging van betekenis aan 1 van beide zaken.
Het ziet dus niet op schade, maar op beschadiging van betekenis. Het
gaat erom dat op het moment dat je het afscheidt, het eigenlijk (bijna)
niet meer te herstellen is. Bijv. vastgelijmde vloerbedenking.
Art. 3:4 lid 1 BW:
- = al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak
uitmaakt, is bestanddeel van die zaak.
- Zie HR: Depex/ Curatoren Bergel
Art. 5:3: de eigenaar v.d. zaak is ook eigenaar v.h. bestanddeel = het
eenheidsbeginsel.
,College 28 april 2026
Het vermogensrecht bestaat uit:
1. Verbintenissenrecht
Ziet op de rechtsverhouding tussen personen onderling. Vorderingsrechten
die uit een verbintenis voortvloeien gelden slechts tegen een of enkele
personen, en zijn daarom relatief.
2. Goederenrecht
Heeft betrekking op de rechtsverhouding tussen een persoon en een goed.
Het recht op dit goed is absoluut: eenieder moet het respecteren.
Boek 3: vermogensrecht in het algemeen
Boek 5: zakelijke rechten (dus rechten die betrekking hebben, enkel op zaken en
niet op andere goederen)
Art. 3:1 (goederen)
- Goederen zijn alle:
1. Zaken, en (alle)
2. Vermogensrechten.
Art. 3:6 (vermogensrechten)
Vermogensrechten zijn, rechten die:
- Hetzij afzonderlijk overdraagbaar zijn
- Hetzij tezamen met een ander recht overdraagbaar zijn
- Hetzij er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te
verschaffen
- Hetzij verkregen zijn in ruil voor verstrekt stoffelijk voordeel
- Hetzij verkregen zijn in ruil in het vooruitzicht gesteld stoffelijk
voordeel.
Voorbeelden vermogensrecht
De vraag is eigenlijk of het recht in kwestie enige economische waarde
vertegenwoordigt.
1. Alle beperkte rechten
- Pandrecht
- Hypotheekrecht
- Vruchtgebruik
- Erfdienstbaarheden
- Erfpacht
- Opstalrecht
- Eigendomsrecht
2. Rechten op prestaties (doen of nalaten)
- Vorderingen op naam = meest gewone vordering (o.g.v. koopovk,
geldlening, onverschuldigde betaling, etc.
- Order- en toondervorderingen: hier is altijd een papier (veelal akte): dat
nodig is ook om het te leveren.
3. Rechten op ideeën (zoals octrooirechten en auteursrechten)
4. Aandelen in rechtspersonen
5. Lidmaatschapsrechten, concessie, veel vergunningen.
NIET: goodwill
,Art. 3:2 (zaken)
Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
Art. 5:1 (eigendom)
Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan
hebben.
- Eigendom ziet alleen op zaken.
- De ‘eigenaar’ van een vermogensrecht noem we ‘rechthebbende’.
Eigendomsverkrijging
Er zijn tal van manieren
Onderscheid derivatieve en originaire wijze van eigendomsverkrijging
Derivatieve verkrijging
- Derivatief = afgeleid.
- Hierbij is sprake van opvolging in het recht van een voorbijganger.
- WEL nemo plus beginsel.
Originaire verkrijging
- Hierbij vindt geen opvolging plaats in het recht v.d. voorganger, maar
verkrijg je een nieuw recht.
- GEEN nemo plus beginsel.
Bekendste voorbeeld derivatieve wijze: overdracht
Vereisten voor overdracht:
Art. 3:83: het goed dat overgedragen wordt, dient overdraagbaar te zijn
Art. 3:84: er dient voldaan te zijn aan de vereisten voor overdracht:
1. Geldige titel
2. Beschikkingsbevoegdheid (degene die overdracht)
3. Leveringshandeling
Originaire wijze van eigendomsverkrijging (in boek 5)
Titel 2 van boek 5 geeft bepalingen over de verkrijging van roerende zaken, te
weten:
1. Vruchttrekking art. 5:1 lid 3
2. Inbezitneming/ occupatie van een res nullius art. 5:4
3. Vinderschap art. 5:5-5:12
4. Schatvinding art. 5:13
5. Natrekking art. 5:14
6. Vermenging art. 5:15
7. Zaaksvorming art. 5:16
2 vormen van natrekking
1. Bestanddeelvorming art. 3:4 jo. 5:3 jo. 5:14
2. Natrekking door de grond als een zaak onroerend is art. 3:3 lid 1 jo 5:20 lid
1 sub e.
Stappenplan natrekking (door bestanddeelvorming) art. 5:14
1. Is er sprake van bestanddeelvorming art. 3:4
De eigendom van een roerende zaak die een bestanddeel wordt van een
andere roerende zaak die als hoofdzaak is aan te merken, gaat over aan de
eigenaar van deze hoofdzaak (= als er WEL een hoofdzaak is aan te
merken)
2. Indien geen der zaken als hoofdzaak is aan te merken en zij toebehoren
aan verschillende eigenaars, worden deze mede-eigenaars v.d. nieuwe
, zaak, ieder voor een aandeel evenredig aan de waarde v.d. zaak (= als er
GEEN hoofdzaak is aan te merken)
3. Als hoofdzaak is aan te merken de zaak waarvan de waarde die van de
andere zaak aanmerkelijk overtreft of die volgens verkeersopvatting als
zodanig wordt beschouwd.
Vermenging art. 5:15
Worden roerende zaken die aan verschillende eigenaars toebehoren door
vermenging tot 1 zaak verenigd, dan is het vorige artikel van overeenkomstige
toepassing.
- Dus 2 hoeveelheden van een substantie worden samengevoegd, en er
blijft slechts een hoeveelheid over.
- Dit geldt niet alleen voor vloeistoffen, maar voor alle niet-
individualiseerbare zaken (ook graan, appels en meel bijv.)
Oneigenlijk vermenging HR: Texeira de Mattos
= indien meerdere zaken bij elkaar komen en het wel individualiseerbare zaken
blijven, maar het niet meer aan te wijzen is wat welke zaak is.
Is geen vermenging i.d.z.v. art. 5:15.
Art. 3:109: wie een goed houdt, wordt vermoed dit voor zichzelf te houden.
Art. 3:119: de bezitter van een goed wordt vermoed rechthebbende te zijn.
Bij oneigenlijk vermenging word je dus geen eigenaar o.g.v. art. 5:15 jo. 5:14,
maar o.g.v. het bewijsvermoeden van art. 3:109 jo. 3:119.
Zaaksvorming art. 5:16
Regelt dat als iemand een nieuwe zaak vormt, voor arbeid die hij erin gestopt
heeft in sommige gevallen diegene eigenaar wordt van de nieuwe zaak. Ook al
was hij geen eigenaar van de oorspronkelijke zaken.
- Vereisten lid 1:
1. uit een of meer roerende zaken
2. een nieuwe zaak
3. vormt
4. wordt deze eigendom v.d. eigenaar v.d. oorspronkelijke zaken.
- Vereisten lid 2 HR: LOVE LOVE, HR: Hollander’s Kuikenbroederij
en HR: Breda/Antonius
1. Voor zichzelf
2. Een nieuwe zaak
3. Vormt of doet vormen
4. Uit of mede uit een of meer hem niet toebehorende roerende zaken
HR: LOVE LOVE
Indien een motor en navigatieapparatuur toe wordt gevoegd aan een boot in
aanbouw, is er dan sprake van een nieuwe zaak?
HR: nee, de boot blijft de hoofdzaak, de boot is al gevormd en de toevoeging v.d.
bestanddelen verandert de oorspronkelijke identiteit v.d. boot niet.
Wanneer is sprake van een nieuwe zaak: moet gaan om een eigen identiteit te
onderscheiden v.d. voormalige zaak.
HR: Hollander’s Kuikenbroederij
Is er sprake van vormen?
Er moet door menselijk toedoen een nieuwe identiteit verkregen zijn.