Wat is een literatuuronderzoek................................................................................................... 1
Stap 1: formulering probleemstelling en onderzoeksvra(a)g(en)...............................................2
Wat is een probleemstelling?.................................................................................................. 2
Wat is een goede onderzoeksvraag?....................................................................................... 4
Beschrijven van een probleemstelling en de onderzoeksvragen............................................4
Stap 2: op zoek naar bruikbare bronnen.................................................................................... 5
Wat is een bron?..................................................................................................................... 5
Welke types van bronnen er bestaan...................................................................................... 5
Hoe kan je bruikbare bronnen zoeken?................................................................................... 6
Stap 3: informatie selecteren uit bruikbare bronnen..................................................................8
Hoe je bronnen kunt beoordelen op hun bruikbaarheid..........................................................8
De opbouw van een bron...................................................................................................... 10
Leesstrategieën om bronnen te lezen................................................................................... 10
Verwerkingsstrategieën om informatie uit bruikbare bronnen te verwerken........................12
Informatie uit verschillende bronnen samenbrengen en confronteren..................................13
Stap 4: geselecteerde informatie samenbrengen (= wetenschappelijk schrijven)...................13
Hoe je een literatuurstudie schrijft........................................................................................ 13
Hoe je wetenschappelijk schrijft............................................................................................ 15
Stap 5: refereren, niet plagiëren............................................................................................... 18
Wat refereren is..................................................................................................................... 18
Hoe je een tekstreferentie moet opstellen............................................................................ 19
Hoe je een lijstreferentie moet opstellen.............................................................................. 21
Hoe je een bibliografie moet opstellen.................................................................................24
Hoe je kunt werken met Zotero............................................................................................. 24
Wat plagiaat is...................................................................................................................... 25
Hoe je plagiaat kan vermijden.............................................................................................. 25
Wat is een literatuuronderzoek
Er zijn 2 soorten:
Literatuuronderzoek als een zelfstandige vorm van onderzoek.
o Bestaat dan op zichzelf zonder een empirisch onderzoeksluik
o Beoogt te komen tot een stand van zaken rond de probleemstelling & de
onderzoeksvragen.
Literatuuronderzoek als een deel van een van onderzoek.
o Komt vooraf een empirisch onderzoek
o Formuleert een probleemstelling en onderzoeksvra(a)g(en)
o Geeft een stand van zaken rond kennis probleemstelling & onderzoeksvragen
o Werkt inspirerend voor theorieën en/of onderzoeksmethoden
1
, Wij focussen ons voornamelijk op het de eerste vorm, de zelfstandige vorm
Inhoud van een literatuurstudie (wat we moeten inleveren in juni)
Een probleemstelling
o Een beschrijving en situering van het probleem = context
o Een beschrijving van de maatschappelijke relevantie en context (micro, meso, macro)
o De onderzoeksvraag
o Waarom zouden mensen het nuttig moeten vinden
Het eigenlijke literatuuroverzicht
o Overzicht van alle informatie uit bruikbare bronnen die een antwoord geven op je
onderzoeksvraag.
o Dat kan zowel theorie als onderzoek als specifieke hulpverlening of methodieken zijn.
Alle inhoud die hier staat is relevant voor het beantwoorden van je onderzoeksvraag.
Een conclusie als antwoord op de probleemstelling & onderzoeksvragen en pistes voor
verder onderzoek
o Een antwoord op de onderzoeksvraag
o Tekortkomingen van de huidige literatuurstudie
o Pistes voor toekomstig onderzoek
Een bibliografie waaruit blijkt op welke bronnen de literatuurstudie gebaseerd is
Dit proces blijft wel cyclisch, je kunt altijd terugkeren op je stappen!
Stap 1: formulering probleemstelling en
onderzoeksvra(a)g(en)
Wat is een probleemstelling?
PGO = gericht op de oplossing van praktijkproblemen
Elk PGO start met het formuleren van een praktijkprobleem.
Omdat men ervan uitgaat dat de bestaande situatie onwenselijk is en er best verbetering
in wordt aangebracht, is van ‘probleemstelling’ sprake.
Onderzoeksonderwerp: een algemeen begrip waarover het onderzoek gaat gaan, het is nog
heel algemeen en heeft afbakening nodig
Probleemstelling: specifiekere afbakening van het onderzoeksonderwerp
2
, “Bondige omschrijving van wat het onderzoeksprobleem precies inhoudt en waarom het
relevant is om er onderzoek naar te verrichten”
Geeft aan waarover het onderzoek gaat, geeft inhoudelijke informatie omtrent het
onderwerp weer, duidt waarom het onderzoek nuttig/relevant is voor de praktijkcontext
3 elementen:
o Afbakening
Onderzoeksonderwerp is nog te breed dus heet hier nood aan
Vb. Eenzaamheid -> Eenzaamheid bij ouderen -> Sociale eenzaamheid bij ouderen -
> Aanpak van sociale eenzaamheid bij ouderen -> Aanpak van sociale eenzaamheid
bij ouderen door welzijnsinstellingen en lokale overheden -> Effectiviteit van de
aanpak van sociale eenzaamheid bij ouderen door welzijnsinstellingen en lokale
overheden
o Relevantie
Maatschappelijke relevantie: op welke manier is het onderzoek relevant voor de
maatschappij -> verschillende niveaus
Macro: bijdrage op breed maatschappelijk vlak
Meso: bijdrage voor één of meerdere organisaties uit het werkveld of voor een
beroepsgroep doelgroep
Micro: bijdrage voor een specifieke persoon of specifieke
Voorbeelden van de verschillende niveaus:
1. Het verschijnsel ouderlijke burn-out wordt in allerlei landen wereldwijd beschreven, met als
hoogst gemeten prevalentie tot nu toe: 8 procent van de ouders (Roskam et al., 2021). Het
verschijnsel is in verband gebracht met negatieve gevolgen voor de ouder met een burn-out zelf
(bijv. suïcidale gedachten en verslaving), voor de ouders als stel (relatieconflicten bijvoorbeeld)
en voor de kinderen (verwaarlozing en mishandeling bijvoorbeeld), in cross-sectioneel
onderzoek (Hansotte et al., 2021; Mikolajczak et al., 2018), longitudinaal onderzoek (Mikolajczak
et al., 2019) en interventieonderzoek (Brianda et al., 2020).
Macro en micro
2. Hulpverleners kunnen het ontstaan van een burn-out bij ouders alleen effectief voorkomen, en
waar nodig behandelen, als ze over voldoende specifieke kennis over het ontstaan van
ouderlijke burn-out beschikken.
Meso
3. Tijdens de COVID-19-pandemie zijn de stress en druk voor ouders alleen maar toegenomen
(Griffith, 2022), en kregen meer ouders (met name degenen met minder hulpbronnen) te maken
met gevoelens van uitputting en opgebrand zijn (Aguiar et al., 2021; Kerr et al., 2021). Die
toenemende noodzaak om ouders die het moeilijk hebben te helpen bevestigt, net als het
verband tussen ouderlijke burn-out en ernstige gevolgen voor de kinderen – de dringende
behoefte aan meer inzicht in de manier waarop een ouderlijke burn-out ontstaat en in stand
wordt gehouden.
Voornamelijk micro, maar ook kleine stukjes macro
4. De formele echtscheidingscijfers voor België liggen dan ook hoog. Een scheiding, en dan vooral
een complexe scheiding, kan erg ingrijpend zijn voor de betrokken ex-partners en eventuele
kinderen. Dat blijkt zowel uit nationaal als internationaal onderzoek.
Macro
Theoretische relevantie: Draagt het onderzoek bij tot de bestaande kennis?
vb. wat weten we er al over? Wat nog niet? (Vooral doctoraat studies focussen
hierop)
o Doelgericht
3